Raad voor de Jaarverslaggeving:
Richtlijnen voor de jaarverslaggeving die bijdragen tot het door de wet verlangde inzicht
IFRS: door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden en interpretaties
Artikel 2:362 lid 8 BW: rechtspersonen hebben de mogelijkheid om zowel de enkelvoudige als de
geconsolideerde jaarrekening op te stellen volgens IFRS
Beursgenoteerde rechtspersonen zijn verplicht de geconsolideerde jaarrekening op te stellen
op basis van IFRS (enkelvoudig mag RJ)
Niet-beursgenoteerde rechtspersonen zijn vrij hun enkelvoudige of geconsolideerde
jaarrekening volgens IFRS op te stellen
De enkelvoudige jaarrekening kan enkel op basis van IFRS worden opgesteld als de
geconsolideerde jaarrekening ook op basis van IFRS is opgesteld
Artikel 2:362 lid 10 BW: In de jaarrekening dient te worden vermeld volgens welke standaarden de
jaarrekening is opgesteld (Titel 9 BW 2 of IFRS)
Artikel 2:362 lid 9 BW: Indien wordt gekozen voor vrijwillige toepassing van IFRS bij opstelling van de
geconsolideerde jaarrekening en bij opstelling van de enkelvoudige jaarrekening is er sprake van een
wisselwerking. Dit wil zeggen dat wanneer de Nederlandse wetgeving onderwerpen behandelt die
IFRS niet behandeld, de Nederlandse wetgeving moet worden toegepast (bijv. bestuursverslag,
openbaarmaking, overige gegevens, herwaarderingsreserve, presentatie eigen vermogen)
Titel 9 BW 2 is primair van toepassing op de coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, NV en BV
Daarnaast kunnen de richtlijnen richting geven aan de jaarrekeningen van:
- VOF/CV
- Stichtingen/verenigingen
- Banken, betaalinstellingen
Doel van de jaarrekening:
Artikel 2:362 lid 1 BW:
De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden
beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het
vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent
de solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon.
Inzicht geven is informatie geven die een getrouwe weergave van de financiële laten zien
De Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ), de International Financial Reporting Standards
(IFRS) en de wet Titel 9 BW 2 zijn aanvaardbare maatschappelijke normen
Derogatiebepaling (lid 4): Er kunnen situaties zijn waarin toepassing van de voorschriften
van Titel 9 BW 2 niet het vereiste inzicht (lid 1) opleveren. Als dit niet het vereiste inzicht
geeft moet hiervan worden afgeweken, dit moet dan worden toegelicht in de jaarrekening.
(IFRS kent deze bepaling ook in IAS 1.17)
De RJ bevat stellige uitspraken. Deze stellige uitspraken hebben niet de status van een wettelijke
bepaling en derhalve geen bindende kracht. Van deze stellige uitspraken mag slechts worden
afgeweken indien daarvoor goede gronden zijn.
Goede gronden is wanneer dit het inzicht in de jaarrekening verbeterd
Artikel 2:361 lid 1 BW:
Jaarrekening bestaat uit: enkelvoudige jaarrekening + geconsolideerde jaarrekening (indien van
toepassing) bestaande uit de balans, winst- en verliesrekening en de toelichting hierop. Een
totaalresultaat van de rechtspersoon en kasstroomoverzicht, maakt ook onderdeel uit van de jrr.
, Stramien:
1. Grondbeginselen:
1. Toerekeningsbeginsel: baten (opbrengsten) en lasten (kosten) toerekenen aan de periode
waarin deze zich voordoen/betrekking hebben (= matching)
Matchingprincipe: kosten toerekenen aan de periode waarin de omzet is gerealiseerd
Realisatieprincipe: opbrengsten nemen op het moment dat deze gerealiseerd zijn
2. Continuïteitsbeginsel: de jaarrekening wordt opgesteld in de veronderstelling dat de
continuïteit van de onderneming gewaarborgd is en dat zij haar bedrijf in de toekomst zal
voortzetten
Je gaat altijd uit van continuïteit, tenzij… (besluit tot liquidatie, faillissement)
2. Kwalitatieve kenmerken van jaarrekeningen:
1. Begrijpelijkheid: informatie in de jaarrekening moet gemakkelijk te begrijpen zijn voor
gebruikers die een redelijke kennis bezitten van het bedrijfsleven, de economische
activiteiten en verslaggeving
2. Relevantie: voorspellende en bevestigende betekenis, materialiteit (posten opnemen als
deze relevant zijn voor de besluitvormingsbehoeften van gebruikers)
3. Betrouwbaar: informatie moet vrij zijn van wezenlijke onjuistheden
- Juistheid
- Volledigheid
- Voorzichtigheid
4. Vergelijkbaarheid: informatie in de jaarrekening dient vergelijkbaar te zijn (in de tijd en
tussen ondernemingen onderling) om ontwikkelingen in de financiële positie en de
resultaten te onderkennen
3. Elementen van de jaarrekening:
Activa:
- Ontstaan in het verleden
- Beschikkingsmacht
Actief dat door de onderneming wordt beheerd
- Toekomstige economische voordelen die naar de onderneming toevloeien
Gebouwen die worden gebruikt voor de productie van goederen die vervolgens
verkocht worden
Activa dat gebruikt wordt om verplichtingen af te wikkelen
Activa die worden uitgekeerd aan de eigenaars van de onderneming
Vreemd vermogen:
- Bestaande verplichtingen
In rechte afdwingbaar: bindende overeenkomst of wettelijk vereiste
Feitelijke verplichting: verplichtingen die ontstaan uit de normale bedrijfsuitoefening,
uit gewoonte en uit de w4ens om goede zakelijke verhoudingen te handhaven (bijv.
verplichting nadat garantietermijn is verlopen)
- Ontstaan in het verleden
Lening die is aangegaan
Goederen die zijn gekocht
Verlenen van kortingen voor goederen die in het verleden zijn verkocht
- De afwikkeling van de verplichting resulteert naar verwachting in een uitstroom van
middelen
Betaling van kasmiddelen
Overdracht van andere activa
Verlenen van diensten
Eigen vermogen: activa -/- vreemd vermogen
Richtlijnen voor de jaarverslaggeving die bijdragen tot het door de wet verlangde inzicht
IFRS: door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden en interpretaties
Artikel 2:362 lid 8 BW: rechtspersonen hebben de mogelijkheid om zowel de enkelvoudige als de
geconsolideerde jaarrekening op te stellen volgens IFRS
Beursgenoteerde rechtspersonen zijn verplicht de geconsolideerde jaarrekening op te stellen
op basis van IFRS (enkelvoudig mag RJ)
Niet-beursgenoteerde rechtspersonen zijn vrij hun enkelvoudige of geconsolideerde
jaarrekening volgens IFRS op te stellen
De enkelvoudige jaarrekening kan enkel op basis van IFRS worden opgesteld als de
geconsolideerde jaarrekening ook op basis van IFRS is opgesteld
Artikel 2:362 lid 10 BW: In de jaarrekening dient te worden vermeld volgens welke standaarden de
jaarrekening is opgesteld (Titel 9 BW 2 of IFRS)
Artikel 2:362 lid 9 BW: Indien wordt gekozen voor vrijwillige toepassing van IFRS bij opstelling van de
geconsolideerde jaarrekening en bij opstelling van de enkelvoudige jaarrekening is er sprake van een
wisselwerking. Dit wil zeggen dat wanneer de Nederlandse wetgeving onderwerpen behandelt die
IFRS niet behandeld, de Nederlandse wetgeving moet worden toegepast (bijv. bestuursverslag,
openbaarmaking, overige gegevens, herwaarderingsreserve, presentatie eigen vermogen)
Titel 9 BW 2 is primair van toepassing op de coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, NV en BV
Daarnaast kunnen de richtlijnen richting geven aan de jaarrekeningen van:
- VOF/CV
- Stichtingen/verenigingen
- Banken, betaalinstellingen
Doel van de jaarrekening:
Artikel 2:362 lid 1 BW:
De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden
beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het
vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent
de solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon.
Inzicht geven is informatie geven die een getrouwe weergave van de financiële laten zien
De Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ), de International Financial Reporting Standards
(IFRS) en de wet Titel 9 BW 2 zijn aanvaardbare maatschappelijke normen
Derogatiebepaling (lid 4): Er kunnen situaties zijn waarin toepassing van de voorschriften
van Titel 9 BW 2 niet het vereiste inzicht (lid 1) opleveren. Als dit niet het vereiste inzicht
geeft moet hiervan worden afgeweken, dit moet dan worden toegelicht in de jaarrekening.
(IFRS kent deze bepaling ook in IAS 1.17)
De RJ bevat stellige uitspraken. Deze stellige uitspraken hebben niet de status van een wettelijke
bepaling en derhalve geen bindende kracht. Van deze stellige uitspraken mag slechts worden
afgeweken indien daarvoor goede gronden zijn.
Goede gronden is wanneer dit het inzicht in de jaarrekening verbeterd
Artikel 2:361 lid 1 BW:
Jaarrekening bestaat uit: enkelvoudige jaarrekening + geconsolideerde jaarrekening (indien van
toepassing) bestaande uit de balans, winst- en verliesrekening en de toelichting hierop. Een
totaalresultaat van de rechtspersoon en kasstroomoverzicht, maakt ook onderdeel uit van de jrr.
, Stramien:
1. Grondbeginselen:
1. Toerekeningsbeginsel: baten (opbrengsten) en lasten (kosten) toerekenen aan de periode
waarin deze zich voordoen/betrekking hebben (= matching)
Matchingprincipe: kosten toerekenen aan de periode waarin de omzet is gerealiseerd
Realisatieprincipe: opbrengsten nemen op het moment dat deze gerealiseerd zijn
2. Continuïteitsbeginsel: de jaarrekening wordt opgesteld in de veronderstelling dat de
continuïteit van de onderneming gewaarborgd is en dat zij haar bedrijf in de toekomst zal
voortzetten
Je gaat altijd uit van continuïteit, tenzij… (besluit tot liquidatie, faillissement)
2. Kwalitatieve kenmerken van jaarrekeningen:
1. Begrijpelijkheid: informatie in de jaarrekening moet gemakkelijk te begrijpen zijn voor
gebruikers die een redelijke kennis bezitten van het bedrijfsleven, de economische
activiteiten en verslaggeving
2. Relevantie: voorspellende en bevestigende betekenis, materialiteit (posten opnemen als
deze relevant zijn voor de besluitvormingsbehoeften van gebruikers)
3. Betrouwbaar: informatie moet vrij zijn van wezenlijke onjuistheden
- Juistheid
- Volledigheid
- Voorzichtigheid
4. Vergelijkbaarheid: informatie in de jaarrekening dient vergelijkbaar te zijn (in de tijd en
tussen ondernemingen onderling) om ontwikkelingen in de financiële positie en de
resultaten te onderkennen
3. Elementen van de jaarrekening:
Activa:
- Ontstaan in het verleden
- Beschikkingsmacht
Actief dat door de onderneming wordt beheerd
- Toekomstige economische voordelen die naar de onderneming toevloeien
Gebouwen die worden gebruikt voor de productie van goederen die vervolgens
verkocht worden
Activa dat gebruikt wordt om verplichtingen af te wikkelen
Activa die worden uitgekeerd aan de eigenaars van de onderneming
Vreemd vermogen:
- Bestaande verplichtingen
In rechte afdwingbaar: bindende overeenkomst of wettelijk vereiste
Feitelijke verplichting: verplichtingen die ontstaan uit de normale bedrijfsuitoefening,
uit gewoonte en uit de w4ens om goede zakelijke verhoudingen te handhaven (bijv.
verplichting nadat garantietermijn is verlopen)
- Ontstaan in het verleden
Lening die is aangegaan
Goederen die zijn gekocht
Verlenen van kortingen voor goederen die in het verleden zijn verkocht
- De afwikkeling van de verplichting resulteert naar verwachting in een uitstroom van
middelen
Betaling van kasmiddelen
Overdracht van andere activa
Verlenen van diensten
Eigen vermogen: activa -/- vreemd vermogen