Cognitie en gedrag hoorcolleges
Introductie clip 1
Cognitie gaat over de geest (mind)
Mr. Descartes hanteerde de methode van de twijfel. Hiermee probeerde hij bewijs te
verzamelen dat iets niet bestond. Bijvoorbeeld als je je ogen dicht doet, zie je de stoel die
eerst voor je stond, niet meer, bestaat hij dan nog? Als je over een stoel droomt, bestaat hij
dan nog?
Als ik mijn ogen dicht doe verdwijnt de wereld en mijn lichaam.
Als ik aan iets twijfel, dan weet ik niet zeker dat het bestaat.
Ik weet dus niet zeker of de wereld en mijn lichaam bestaan.
Ik kan echt niet twijfelen aan het feit dat ik twijfel:
Twijfelen is een vorm van denken
Dat wat denkt kan niet tegelijkertijd niet bestaan
Denken bestaat:
- Ik denk dus ik ben (cogito ergo sum)
Denken is een eigenschap van de geest
Dus volgens Descartes bestaat de geest, maar wat is het?
Cognitieve fenomenen:
- Probleem oplossen
- Beslissen
- Geheugen
- Kennis
- Perceptie (visuele perceptie bijvoorbeeld)
- Bewustzijn
- Aandacht
- Taal
- Leren
Deze cognitieve fenomenen vormen de MIND (Geest)
- The mind creates and controls mental functions such as perception, attention,
memory, emotions, language, deciding, thinking and reasoning
- Een verzameling cognitieve competenties (zie rijtje hierboven)
Signaal detectie theorie: beslissen in onzekerheid vier opties bij diagnositiek, denk aan
fout en goed diagnosticeren.
Toegepaste cognitieve psychologie:
- Waarom zou schiphol een cognitief psycholoog inhouden: psychologen weten
m.b.v. cognitieve psychologie (perceptie) hoe je mensen goed de weg kunt wijzen
bv.
- Neuropsychologie: hoe beïnvloedt hersenschade cognitie?
,Introductie clip 2
FC Donders (Utrechter)
- birth of cognitive psychology, due to this we can infer (afleiden) mental
functions from observing behaviour.
- Three types of reaction time tasks
Simple, choice and Go/no-go
- The subtraction method
Isolate mental functions
Donders was eerst oogarts.
Donders heft het over de snelheid van mentale processen.
Vroeger dacht men dat de snelheid oneindig klein was.
Hij begon zelf zijn onderzoek op basis van het onderzoek van HELMHOLTZ
Helmholtz: stimulate a leg for leg movement. How long does it take for the leg to move?
±0.2 ms/27 m/s. Op basis hiervan geloofde Donders dat de tijd om een beslissing te maken
ook zou kunnen verschillen.
Simple reaction time task: press the button as soon as possible, als je iets ziet verschijnen,
meten hoe lang het duurt iets te detecteren (DETECTION + MOTOR EXECUTION)
Choice reaction time task: respond left fort he left lamp, right voor the right lamp. Hierbij
moest iemand niet alleen detecteren, maar ook een keuze maken (DETECTION,
DISCRIMINATION, DECIDING, EXECUTION)
Difference between simple RT and Choice RT: disciminatie + deciding
Go/no go RT task: respond right for the right lamp: don’t respond for the left lamp. Dus:
(DETECTION + DISCRIMIATION + MOTOR EXECUTION)
Simple RT: detection + motor response
Go/no go RT: detection + discrimination + execution
Choise RT: detection + discrimination + deciding + motor execution
Discrimination = RT(go/no-go) – RT(simple)
Deciding = RT(choice) – RT (Go/no-go)
We can quantify the psychological by deducing it from behaviour due to the method of
subtraction
Donders liet dus zien dat je bepaalde processen kunt meten door te kijken naar gedrag.
WEBER (19e eeuw)
Een waarneembaar verschil, bijvoorbeeld tussen twee groottes is niet absoluut maar relatief.
De zintuigen registreren relatieve verschillen. Wet van Weber, waarneembaar verschil is
constant deltaI/I = k
Het waarneembare verschil is k en k is delta I gedeeld door I
,Je kunt metingen verrichten aan mentale processen:
DONDERS: duur van mentale processen (reactietijd)
WEBER: relateerde waarneembare verschillen aan verschil in fysieke kenmerken (Weber
fractie)
eerste WETTEN in de psychologie
2 founding fathers van psychologie
- William James (VS)
- Wilhelm Wundt (Duitsland)
Bestudeerden de geest (bewustzijn) in ee laboratorium
Zij deden aan introspectie: de proefpersonen moesten vertellen wat er allemaal in hen om
ging.
James Stream of consciousness: de inhoud van ons bewustzijn is een parade van
sensaties, gevoelens, gedachten, beelden etc.
James wilde (net als Wundt) weten door introspectie wat de inhoud van het bewustzijn is.
Hierdoor stereotype armchair psychology
De hiervoor genoemde mensen bestudeerde de geest, de mind, het bewustzijn.
Watson (1913) vond dat het bestuderen van de mind problematisch, want het berust op
introspectie:
- Resulaten verschillen van persoon op persoon
- Hoe kun je het verifiëren
- Is subjectief
Pavlov die liet zien dat je objectief de psychologie kunt bedrijven. Door te observeren.
Hierdoor is behaviourisme geboren
introspectie is niet wetenschappelijk, bewustzijn is te vaag
de inhoud van de mind is irrelevant (niet bestudeerbaar), we moeten gedrag bestuderen:
de invloed van stimuli op gedrag
Gedrag bestaat uit aangeleerde stimulus-respons relaties
Skinner: behaviourist, bestudeerde taal
Kind zegt mama, mama blij, positieve bekrachtiging
Kind zegt papa, mama en papa allebei blij, positieve bekrachting, zo ontwikkelt taal zich
Chomsky: waarom zou kind uberhaupt iets zeggen dan?
Bekrachting namelijk pas na uitspraak toch..?
Dus hij zegt dat kinderen spontaan simpele klanken uiten, waardoor taalvaardigheid
aangeboren moet zijn
behaviourisme wordt in twijfel getrokken
In WW2 moesten er op de volgende vragen antwoorden worden gegeven:
- Waarom bombarderen piloten verkeerde doelen?
- Hoe lang kun je naar radar kijken zonder fouten te maken?
Behavioristen konden niks met deze vraag, weer werd behaviorisme in twijfel getrokken
, 1938: Conrad Zuse’s ZI ontkrachtte behaviorisme een computer rekent met symbolen
(iets wat voor iets anders staat, bijvoorbeeld een binaire code) Dat doen wij ook. Wij
mensen werken net als computers, met symbolen. Verder kun je een computer zien als een
input output machine. Informatieverwerking: input verwerking output,
verwerkingsstappen in flow diagram. de hersenen zijn ook een input/output machine
De computer is de hardware, het programma de software
De hersenen zijn de hardware, een aspect van cognitie (bv geheugen) is de software
Structurele modellen beschrijven de fysieke (biologische structuren)
Proces modellen beschrijven cognitieve processen
Over deze cursus
PEERWISE, daar zet hij oefenvragen op
Introductie clip 1
Cognitie gaat over de geest (mind)
Mr. Descartes hanteerde de methode van de twijfel. Hiermee probeerde hij bewijs te
verzamelen dat iets niet bestond. Bijvoorbeeld als je je ogen dicht doet, zie je de stoel die
eerst voor je stond, niet meer, bestaat hij dan nog? Als je over een stoel droomt, bestaat hij
dan nog?
Als ik mijn ogen dicht doe verdwijnt de wereld en mijn lichaam.
Als ik aan iets twijfel, dan weet ik niet zeker dat het bestaat.
Ik weet dus niet zeker of de wereld en mijn lichaam bestaan.
Ik kan echt niet twijfelen aan het feit dat ik twijfel:
Twijfelen is een vorm van denken
Dat wat denkt kan niet tegelijkertijd niet bestaan
Denken bestaat:
- Ik denk dus ik ben (cogito ergo sum)
Denken is een eigenschap van de geest
Dus volgens Descartes bestaat de geest, maar wat is het?
Cognitieve fenomenen:
- Probleem oplossen
- Beslissen
- Geheugen
- Kennis
- Perceptie (visuele perceptie bijvoorbeeld)
- Bewustzijn
- Aandacht
- Taal
- Leren
Deze cognitieve fenomenen vormen de MIND (Geest)
- The mind creates and controls mental functions such as perception, attention,
memory, emotions, language, deciding, thinking and reasoning
- Een verzameling cognitieve competenties (zie rijtje hierboven)
Signaal detectie theorie: beslissen in onzekerheid vier opties bij diagnositiek, denk aan
fout en goed diagnosticeren.
Toegepaste cognitieve psychologie:
- Waarom zou schiphol een cognitief psycholoog inhouden: psychologen weten
m.b.v. cognitieve psychologie (perceptie) hoe je mensen goed de weg kunt wijzen
bv.
- Neuropsychologie: hoe beïnvloedt hersenschade cognitie?
,Introductie clip 2
FC Donders (Utrechter)
- birth of cognitive psychology, due to this we can infer (afleiden) mental
functions from observing behaviour.
- Three types of reaction time tasks
Simple, choice and Go/no-go
- The subtraction method
Isolate mental functions
Donders was eerst oogarts.
Donders heft het over de snelheid van mentale processen.
Vroeger dacht men dat de snelheid oneindig klein was.
Hij begon zelf zijn onderzoek op basis van het onderzoek van HELMHOLTZ
Helmholtz: stimulate a leg for leg movement. How long does it take for the leg to move?
±0.2 ms/27 m/s. Op basis hiervan geloofde Donders dat de tijd om een beslissing te maken
ook zou kunnen verschillen.
Simple reaction time task: press the button as soon as possible, als je iets ziet verschijnen,
meten hoe lang het duurt iets te detecteren (DETECTION + MOTOR EXECUTION)
Choice reaction time task: respond left fort he left lamp, right voor the right lamp. Hierbij
moest iemand niet alleen detecteren, maar ook een keuze maken (DETECTION,
DISCRIMINATION, DECIDING, EXECUTION)
Difference between simple RT and Choice RT: disciminatie + deciding
Go/no go RT task: respond right for the right lamp: don’t respond for the left lamp. Dus:
(DETECTION + DISCRIMIATION + MOTOR EXECUTION)
Simple RT: detection + motor response
Go/no go RT: detection + discrimination + execution
Choise RT: detection + discrimination + deciding + motor execution
Discrimination = RT(go/no-go) – RT(simple)
Deciding = RT(choice) – RT (Go/no-go)
We can quantify the psychological by deducing it from behaviour due to the method of
subtraction
Donders liet dus zien dat je bepaalde processen kunt meten door te kijken naar gedrag.
WEBER (19e eeuw)
Een waarneembaar verschil, bijvoorbeeld tussen twee groottes is niet absoluut maar relatief.
De zintuigen registreren relatieve verschillen. Wet van Weber, waarneembaar verschil is
constant deltaI/I = k
Het waarneembare verschil is k en k is delta I gedeeld door I
,Je kunt metingen verrichten aan mentale processen:
DONDERS: duur van mentale processen (reactietijd)
WEBER: relateerde waarneembare verschillen aan verschil in fysieke kenmerken (Weber
fractie)
eerste WETTEN in de psychologie
2 founding fathers van psychologie
- William James (VS)
- Wilhelm Wundt (Duitsland)
Bestudeerden de geest (bewustzijn) in ee laboratorium
Zij deden aan introspectie: de proefpersonen moesten vertellen wat er allemaal in hen om
ging.
James Stream of consciousness: de inhoud van ons bewustzijn is een parade van
sensaties, gevoelens, gedachten, beelden etc.
James wilde (net als Wundt) weten door introspectie wat de inhoud van het bewustzijn is.
Hierdoor stereotype armchair psychology
De hiervoor genoemde mensen bestudeerde de geest, de mind, het bewustzijn.
Watson (1913) vond dat het bestuderen van de mind problematisch, want het berust op
introspectie:
- Resulaten verschillen van persoon op persoon
- Hoe kun je het verifiëren
- Is subjectief
Pavlov die liet zien dat je objectief de psychologie kunt bedrijven. Door te observeren.
Hierdoor is behaviourisme geboren
introspectie is niet wetenschappelijk, bewustzijn is te vaag
de inhoud van de mind is irrelevant (niet bestudeerbaar), we moeten gedrag bestuderen:
de invloed van stimuli op gedrag
Gedrag bestaat uit aangeleerde stimulus-respons relaties
Skinner: behaviourist, bestudeerde taal
Kind zegt mama, mama blij, positieve bekrachtiging
Kind zegt papa, mama en papa allebei blij, positieve bekrachting, zo ontwikkelt taal zich
Chomsky: waarom zou kind uberhaupt iets zeggen dan?
Bekrachting namelijk pas na uitspraak toch..?
Dus hij zegt dat kinderen spontaan simpele klanken uiten, waardoor taalvaardigheid
aangeboren moet zijn
behaviourisme wordt in twijfel getrokken
In WW2 moesten er op de volgende vragen antwoorden worden gegeven:
- Waarom bombarderen piloten verkeerde doelen?
- Hoe lang kun je naar radar kijken zonder fouten te maken?
Behavioristen konden niks met deze vraag, weer werd behaviorisme in twijfel getrokken
, 1938: Conrad Zuse’s ZI ontkrachtte behaviorisme een computer rekent met symbolen
(iets wat voor iets anders staat, bijvoorbeeld een binaire code) Dat doen wij ook. Wij
mensen werken net als computers, met symbolen. Verder kun je een computer zien als een
input output machine. Informatieverwerking: input verwerking output,
verwerkingsstappen in flow diagram. de hersenen zijn ook een input/output machine
De computer is de hardware, het programma de software
De hersenen zijn de hardware, een aspect van cognitie (bv geheugen) is de software
Structurele modellen beschrijven de fysieke (biologische structuren)
Proces modellen beschrijven cognitieve processen
Over deze cursus
PEERWISE, daar zet hij oefenvragen op