§4 Kostenplaatsenmethode
Bij complexe bedrijfsprocessen die een groot assortiment goederen of diensten opleveren,
zijn de kosten voor een groot deel indirect. In zo’n geval zal vaak niet volstaan kunnen
worden met het toepassen van de opslagmethode.
In dat geval kan de kostenplaatsenmethode uitkomst bieden. Deze methode vereist een veel
diepgaander inzicht in de kostenstructuur dan de opslagmethode en brengt dus meer
administratieve kosten met zich mee. De kostprijzen die deze methode oplevert, zijn
nauwkeuriger en bieden daarom een betere basis voor de besluitvorming. Aangezien
indirecte kosten niet onmiddellijk aan een kostendrager zijn toe te rekenen, maakt de
kostenplaatsenmethode in eerste instantie een toerekening naar bedrijfsfuncties. Daarbij
wordt de volgende indeling aangehouden:
1. Hulpkostenplaatsen zijn bedrijfsfuncties die niet direct productief zijn, maar
ondersteuning bieden aan het bedrijfsproces. Huisvesting, directie en magazijn zijn
voorbeelden van mogelijke hulpkostenplaatsen.
2. Hoofdkostenplaatsen zijn bedrijfsfuncties die het primaire productie- en
verkoopproces omvatten.
De kostenplaatsen kunnen samenvallen met werkelijk bestaande afdelingen binnen de
onderneming, maar dat hoeft niet. De indeling in kostenplaatsen wordt gemaakt ten behoeve
van de kostprijsbepaling en staat los van de organisatiestructuur.
Nadat de indirecte kosten aan bedrijfsfuncties zijn toegewezen, worden ze doorbelast naar
andere kostenplaatsen, op basis van het profijt dat deze andere kostenplaatsen trekken van
de prestaties van de kostenplaats waarvan de kosten doorbelast worden. Hiertoe dienen
verdeelsleutels ontwikkeld te worden die een faire toedeling van kosten opleveren.
De kosten die op de hulpkostenplaatsen verzameld zijn, komen door middel van het proces
van doorbelasting terecht op de hoofdkostenplaatsen. Vervolgens worden de op de
hoofdkostenplaatsen verzamelde kosten toegerekend aan de producten, de kostendragers,
weer op basis van realistische verdeelsleutels.
Het hele toerekeningsproces wordt vastgelegd in een kostenverdeelstaat, die hieronder
schematisch staat weergegeven.
Voorbeeld:
,