Vraagstukken Bewegen Uitwerkingen Hoorcolleges
HC02: Anatomie van het been, in het bijzonder van de knie
→ Gewrichten hebben allemaal met elkaar te maken
→ Plaatje, groene lijnen zou je kunnen moeten voelen
Gewricht = bot-bot verbinding (dus in je schedel ook gewrichten!)
Het synoviaal gewricht – ‘’echte’’ gewrichten
- Botten met elk laagje kraakbeen (niet doorbloed)
- Synoviaal membraan met aan binnenkant fibreus kapsel (collageen)
o Synoviaal vloeistof/gewrichtsvloeistof voeding voor kraakbeen
o Vocht in knie -> te veel synoviaal vloeistof
Beweging in gewricht afhankelijk van
- Vorm van de gewrichtsvlakken (zie plaatje
o Mits deze op elkaar aansluiten! (anders luxatie)
o Beschreven door assen waaromheen ze kunnen draaien
Luxatie wordt voorkomen adv
- Spieren + ligamenten + oppervlaktespanning synoviale vloeistof
→ Te veel vloeistof -> ligamenten (kapsel) rekt + oppervlakte spanning valt weg
Heup -> 3 assen
Voet -> 1 as
- Plantair/dorsaal flexie (dorsaal is tenen omhoog!)
Knie -> 2 assen
- Flexie/extensie (rechtop is in extensie!)
- Endo/exorotatie
o Voeten naar binnen/buiten draaien, zittend 45°, staand komt draaiing
uit de heup!
o Staand is knie op slot -> test rotatie nooit bij gestrekt been
o Door de ligamenten (veranderen van positie per stand)
Gewrichten rondom de knie
- Articulatio tibiofibularis superior
- Membrana interossea (syndesmosis)
- Tibiofibulaire syndesmosis
Algemeen lichaamszwaartepunt ongeveer op L4 (thv je navel)
- Achter je heupgewricht ->
o hangt aan je ligamenten als je rechtop staat
- Vóór de knie -> quadriceps kunnen ook ontspannen
- Vóór de enkel (want in stavlak) -> alleen plantairflexoren (kuit) nodig
→ Staan kost weinig energie
,Collaterale ligamenten
- Laterale collaterale ligament
o Femur naar fibulakop, strak bandje goed te palperen
o Voorkomt varus -> naar mediaal tov boven
- Mediale collaterale ligament
Beweging kniegewricht
- Laterale collaterale ligament korter/dikker en beweegt naar achter
(schuiner) bij flexie
o Ontspant -> nu kun je roteren (tibia tov femur)
→ Valgus is deviatie naar lateraal (X benen), varus naar mediaal (O benen)
Menisci (vullen oppervlak, geen bloedvaten!)
- Positie in flexie -> meer ontspannen, kunnen dan ook rotatie
o Bij flexie zit laterale vooral achter op tibia
o Bij exorotatie -> laterale schuift naar voren, je draait hem terug
onder je femur (femur gaat tov tibia naar links, je trekt laterale
meniscus weer naar boven)
Kruisbanden ->
- In extensie middelvingers over wijsvinger
o Exorotatie ‘’ontbinden’’, endorotatie inbinden)
- Voorste kruisband -> van femur naar voorzijde tibia
o Deze kapot -> naar voren, schuiflade-effect (tibia tov femur)
- Achterste kruisband -> van femur naar achterzijde tibia (dashboard knietrauma)
o Deze kapot -> tibia kan naar achter
→ Bij maximale extensie knie -> exorotatie tibia/endorotatie femur ‘’slotrotatie’’ (laterale
femurcondyl transleert naar anterior)
o In laatste 5% van strekking
→ M. popliteus (endorotator kniegewricht) -> trekt laterale femurcondyl weer terug naar posterior
Patella -> sesambotje (= met aan beide kanten een pees)
- Quadriceps aanspannen beweegt patella ->
o Gele lijn is pees quadriceps spier
o Rood is waar hij zou lopen zonder patella
- Hierdoor hefboom effect -> je hoeft minder veel kracht te zetten
(momentsarm)
Voorbeeld vragen
- Motorrijder met 90% knie tegen een paaltje aan, onderbeen naar achteren gedrukt->
o Lig cruciatum posterius scheurt meest waarschijnlijk
- Grootste bewegingsuitslag bij rotatie kniegewricht -> tuberositas tibiae of caput fibulae
o Caput fibulae (draaiing voel je vooral aan buitenzijde)
- Wat gebeurt met patella als je aan een pt (zit met hangende knieën) vraagt de knieën te
strekken
o Patella beweegt zich niet tov de tibia, maar wel tov de femur
, HC03: Pathologie van de knie (mechanische knieklachten)
Ligament -> bot-bot verbinding
Pees -> bot-spier verbinding
‘’ Normaal ‘’ =leeftijdsafhankelijk
- Niet normaal/abnormaal ≠ behandeling behoevend
→ Onderzoek altijd de gehele bewegingsketen (pijn in de voet = broek uit)
Verschil hydrops/zwelling ->
- Hydrops is vrij vocht in een gewricht (bloed, pus, synoviaal vloeistof etc)
- Bij trauma < 6 uur dikke knie -> door bloed -> probleem
kruisband/meniscus
Anatomie knie van binnen naar buiten (up and out?)
- Bot -> kraakbeen -> meniscus -> synovium -> kapsel -> ligamenten
Ligamentair -> stabiliteit
- Voorste kruisband (VKB)
o Van lateraal femur naar mediaal tibia
o Voorkomt onderbeen naar voren (schuiflade test)
o Tijdens voetbal (in flexie) scheurt bij endorotatie
- Achterste kruisband (AKB)
o Voorkomt onderbeen naar achteren
o Scheurt bijna nooit, soms in geval van hyperextensie
o Testen -> kan je het onderbeen naar achteren duwen
- Mediale collaterale lig. (voorkomt valgus)
o Origo: mediale femurcondyl L M
o Insertie: proximale tibia
o Bij ruptuur vaak mediale meniscus mee!
- Laterale collaterale lig. (varus stabiliteit)
o Orgio: laterale femurcondyl
o Insertie: fibulakop
Voorste kruisband ruptuur -> arthroscopische reconstructie
- Graft (hamstrings of strook patellapees)
- Opboren tibia + femur (hoe VKB liep) -> graft opspannen
Menisci -> mediale en laterale
- Fibrocartilagineus weefsel
- Functie -> stabiliteit, lubricatie, nutritie, schokdemper
- Verbonden met het kapsel
- Geen innervatie (doet geen pijn)
- Buitenste 1/3 vasculair (bij geboorte wel alles)
- Fermurcondyl bol, tibiaplateau plat -> incongruent
o Meniscus maakt het congruent
HC02: Anatomie van het been, in het bijzonder van de knie
→ Gewrichten hebben allemaal met elkaar te maken
→ Plaatje, groene lijnen zou je kunnen moeten voelen
Gewricht = bot-bot verbinding (dus in je schedel ook gewrichten!)
Het synoviaal gewricht – ‘’echte’’ gewrichten
- Botten met elk laagje kraakbeen (niet doorbloed)
- Synoviaal membraan met aan binnenkant fibreus kapsel (collageen)
o Synoviaal vloeistof/gewrichtsvloeistof voeding voor kraakbeen
o Vocht in knie -> te veel synoviaal vloeistof
Beweging in gewricht afhankelijk van
- Vorm van de gewrichtsvlakken (zie plaatje
o Mits deze op elkaar aansluiten! (anders luxatie)
o Beschreven door assen waaromheen ze kunnen draaien
Luxatie wordt voorkomen adv
- Spieren + ligamenten + oppervlaktespanning synoviale vloeistof
→ Te veel vloeistof -> ligamenten (kapsel) rekt + oppervlakte spanning valt weg
Heup -> 3 assen
Voet -> 1 as
- Plantair/dorsaal flexie (dorsaal is tenen omhoog!)
Knie -> 2 assen
- Flexie/extensie (rechtop is in extensie!)
- Endo/exorotatie
o Voeten naar binnen/buiten draaien, zittend 45°, staand komt draaiing
uit de heup!
o Staand is knie op slot -> test rotatie nooit bij gestrekt been
o Door de ligamenten (veranderen van positie per stand)
Gewrichten rondom de knie
- Articulatio tibiofibularis superior
- Membrana interossea (syndesmosis)
- Tibiofibulaire syndesmosis
Algemeen lichaamszwaartepunt ongeveer op L4 (thv je navel)
- Achter je heupgewricht ->
o hangt aan je ligamenten als je rechtop staat
- Vóór de knie -> quadriceps kunnen ook ontspannen
- Vóór de enkel (want in stavlak) -> alleen plantairflexoren (kuit) nodig
→ Staan kost weinig energie
,Collaterale ligamenten
- Laterale collaterale ligament
o Femur naar fibulakop, strak bandje goed te palperen
o Voorkomt varus -> naar mediaal tov boven
- Mediale collaterale ligament
Beweging kniegewricht
- Laterale collaterale ligament korter/dikker en beweegt naar achter
(schuiner) bij flexie
o Ontspant -> nu kun je roteren (tibia tov femur)
→ Valgus is deviatie naar lateraal (X benen), varus naar mediaal (O benen)
Menisci (vullen oppervlak, geen bloedvaten!)
- Positie in flexie -> meer ontspannen, kunnen dan ook rotatie
o Bij flexie zit laterale vooral achter op tibia
o Bij exorotatie -> laterale schuift naar voren, je draait hem terug
onder je femur (femur gaat tov tibia naar links, je trekt laterale
meniscus weer naar boven)
Kruisbanden ->
- In extensie middelvingers over wijsvinger
o Exorotatie ‘’ontbinden’’, endorotatie inbinden)
- Voorste kruisband -> van femur naar voorzijde tibia
o Deze kapot -> naar voren, schuiflade-effect (tibia tov femur)
- Achterste kruisband -> van femur naar achterzijde tibia (dashboard knietrauma)
o Deze kapot -> tibia kan naar achter
→ Bij maximale extensie knie -> exorotatie tibia/endorotatie femur ‘’slotrotatie’’ (laterale
femurcondyl transleert naar anterior)
o In laatste 5% van strekking
→ M. popliteus (endorotator kniegewricht) -> trekt laterale femurcondyl weer terug naar posterior
Patella -> sesambotje (= met aan beide kanten een pees)
- Quadriceps aanspannen beweegt patella ->
o Gele lijn is pees quadriceps spier
o Rood is waar hij zou lopen zonder patella
- Hierdoor hefboom effect -> je hoeft minder veel kracht te zetten
(momentsarm)
Voorbeeld vragen
- Motorrijder met 90% knie tegen een paaltje aan, onderbeen naar achteren gedrukt->
o Lig cruciatum posterius scheurt meest waarschijnlijk
- Grootste bewegingsuitslag bij rotatie kniegewricht -> tuberositas tibiae of caput fibulae
o Caput fibulae (draaiing voel je vooral aan buitenzijde)
- Wat gebeurt met patella als je aan een pt (zit met hangende knieën) vraagt de knieën te
strekken
o Patella beweegt zich niet tov de tibia, maar wel tov de femur
, HC03: Pathologie van de knie (mechanische knieklachten)
Ligament -> bot-bot verbinding
Pees -> bot-spier verbinding
‘’ Normaal ‘’ =leeftijdsafhankelijk
- Niet normaal/abnormaal ≠ behandeling behoevend
→ Onderzoek altijd de gehele bewegingsketen (pijn in de voet = broek uit)
Verschil hydrops/zwelling ->
- Hydrops is vrij vocht in een gewricht (bloed, pus, synoviaal vloeistof etc)
- Bij trauma < 6 uur dikke knie -> door bloed -> probleem
kruisband/meniscus
Anatomie knie van binnen naar buiten (up and out?)
- Bot -> kraakbeen -> meniscus -> synovium -> kapsel -> ligamenten
Ligamentair -> stabiliteit
- Voorste kruisband (VKB)
o Van lateraal femur naar mediaal tibia
o Voorkomt onderbeen naar voren (schuiflade test)
o Tijdens voetbal (in flexie) scheurt bij endorotatie
- Achterste kruisband (AKB)
o Voorkomt onderbeen naar achteren
o Scheurt bijna nooit, soms in geval van hyperextensie
o Testen -> kan je het onderbeen naar achteren duwen
- Mediale collaterale lig. (voorkomt valgus)
o Origo: mediale femurcondyl L M
o Insertie: proximale tibia
o Bij ruptuur vaak mediale meniscus mee!
- Laterale collaterale lig. (varus stabiliteit)
o Orgio: laterale femurcondyl
o Insertie: fibulakop
Voorste kruisband ruptuur -> arthroscopische reconstructie
- Graft (hamstrings of strook patellapees)
- Opboren tibia + femur (hoe VKB liep) -> graft opspannen
Menisci -> mediale en laterale
- Fibrocartilagineus weefsel
- Functie -> stabiliteit, lubricatie, nutritie, schokdemper
- Verbonden met het kapsel
- Geen innervatie (doet geen pijn)
- Buitenste 1/3 vasculair (bij geboorte wel alles)
- Fermurcondyl bol, tibiaplateau plat -> incongruent
o Meniscus maakt het congruent