Naar: (Flokstra, et al., 2018)
§2 Energie en vermogen
Elektrisch vermogen (W) = hoeveel elektrische energie het apparaat per seconde
omzet (in J/s)
Rendement = het percentage energie dat wordt omgezet in de
gewenste vorm
Energie en vermogen
E=P∗t
In deze formule is E de energie (in J), P het vermogen (in W of J/s) en t de tijd (in s).
Rendement
E nuttig Pnuttig
η= ∗100 % of = ∗100 %
E¿ P¿
In deze formule is het rendement, E de energie (in J) en P het vermogen (in W).
§3 Spanning en stroomsterkte
Vrij elektron = elektron dat niet vast zit aan een atoom en vrij door
het metaal beweegt
Ionen = geladen atomen, positief of negatief
Spanning = de oorzaak van de beweging van de elektronen
Gesloten stroomkring = elektronen gaan dezelfde kant op, er lekt geen energie
Stroomsterkte (in A) = hoeveel lading per seconde door een apparaat gaat
1A = 1 c/s
Vermogen = evenredig met de stroomsterkte en evenredig met de
spanning
Lading
Q=I ∗t
In deze formule is Q de lading (in c), I de stroomsterkte (in A) en t de tijd (in s).
Energie
E=U∗Q
In deze formule is E de elektrische energie (in J), U de spanning (in V) en Q de lading (in c).
Vermogen
P=U∗I
In deze formule is P het vermogen (in W), U de spanning (in V) en I de stroomsterkte (in A).