Wetmatigheid van bestuur = legaliteitsbeginsel
Het bestuur moet, om bindende besluiten te kunnen nemen, over een op de wet
gebaseerde bevoegdheid beschikken.
Privaatrecht: burger mag alles, tenzij bij wet verboden
Bestuursrecht: bestuursorgaan mag niets, tenzij bij wet toegestaan
Attributie
Wat: het creëren van een nieuwe bevoegdheid door de wetgever.
Hoe: Bij een wet in materiële zin.
Speci eke bepalingen: art. 10:22 en 10:23 Awb
Delegatie
Wat: het overdragen van een bestaande bevoegdheid.
Hoe: Bij besluit.
NB. Een bevoegdheid moet eerst worden geattribueerd voordat het gedelegeerd kan
worden.
Wettelijke grondslag (vereist): art. 10:15 Awb.
Overige bepalingen: art. 10:13-10.20 Awb.
Delegatie is niet mogelijk aan ondergeschikten (art. 10:14 Awb). Anders zou de functie
niet meer zelfstandig worden uitgevoerd.
Delegans en delegaris behouden het recht om algemene beleidsregels te maken over de
uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid.
Mandaat
Wat: Iemand in naam van een bestuursorgaan besluiten laten nemen. (Bijv. burgermeester
laat ambtenaar vergunningen verlenen.)
Hoe: vormvrij (dus ook niet schriftelijk). Bevoegdheid kan naar eigen inzicht worden
uitgeoefend. Kan ook voorwaardelijk worden verleent.
Wanneer: Geen wettelijke grondslag vereist, tenzij impliciet of expliciet uitgesloten in de
wet.
Bepalingen: art. 10:1 en art. 10:11 Awb.
Beslissingsmandaat: gemandateerde neemt zelf de beslissing.
Uitvoeringsmandaat: gemandateerde voert de bevoegdheid alleen uit.
Ondertekeningsmandaat: mandaatgever neemt zelf de beslissing. Gemandateerde
ondertekent de beslissing.
Vaak uitgevoerd door ondergeschikten (art. 10:14 Awb).
Bestuursorgaan kan iemand mandateren die niet ondergeschikt is indien toestemming
wordt verleent door gemandateerde en eventueel ook baas.
Ondermandaat waarbij de mandaat de bevoegdheid aan iemand anders doormandateerd
alleen toegestaan als het oorspronkelijke mandaatbesluit daarin voorziet.
Bij mandaat is nooit sprake van terugwerkende kracht.
Beslissing op bezwaar kan niet worden genomen door de mandataris die het
oorspronkelijke besluit heeft genomen. Er is dus controle door een ander.
fi
Het bestuur moet, om bindende besluiten te kunnen nemen, over een op de wet
gebaseerde bevoegdheid beschikken.
Privaatrecht: burger mag alles, tenzij bij wet verboden
Bestuursrecht: bestuursorgaan mag niets, tenzij bij wet toegestaan
Attributie
Wat: het creëren van een nieuwe bevoegdheid door de wetgever.
Hoe: Bij een wet in materiële zin.
Speci eke bepalingen: art. 10:22 en 10:23 Awb
Delegatie
Wat: het overdragen van een bestaande bevoegdheid.
Hoe: Bij besluit.
NB. Een bevoegdheid moet eerst worden geattribueerd voordat het gedelegeerd kan
worden.
Wettelijke grondslag (vereist): art. 10:15 Awb.
Overige bepalingen: art. 10:13-10.20 Awb.
Delegatie is niet mogelijk aan ondergeschikten (art. 10:14 Awb). Anders zou de functie
niet meer zelfstandig worden uitgevoerd.
Delegans en delegaris behouden het recht om algemene beleidsregels te maken over de
uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid.
Mandaat
Wat: Iemand in naam van een bestuursorgaan besluiten laten nemen. (Bijv. burgermeester
laat ambtenaar vergunningen verlenen.)
Hoe: vormvrij (dus ook niet schriftelijk). Bevoegdheid kan naar eigen inzicht worden
uitgeoefend. Kan ook voorwaardelijk worden verleent.
Wanneer: Geen wettelijke grondslag vereist, tenzij impliciet of expliciet uitgesloten in de
wet.
Bepalingen: art. 10:1 en art. 10:11 Awb.
Beslissingsmandaat: gemandateerde neemt zelf de beslissing.
Uitvoeringsmandaat: gemandateerde voert de bevoegdheid alleen uit.
Ondertekeningsmandaat: mandaatgever neemt zelf de beslissing. Gemandateerde
ondertekent de beslissing.
Vaak uitgevoerd door ondergeschikten (art. 10:14 Awb).
Bestuursorgaan kan iemand mandateren die niet ondergeschikt is indien toestemming
wordt verleent door gemandateerde en eventueel ook baas.
Ondermandaat waarbij de mandaat de bevoegdheid aan iemand anders doormandateerd
alleen toegestaan als het oorspronkelijke mandaatbesluit daarin voorziet.
Bij mandaat is nooit sprake van terugwerkende kracht.
Beslissing op bezwaar kan niet worden genomen door de mandataris die het
oorspronkelijke besluit heeft genomen. Er is dus controle door een ander.
fi