thema 16 geweld, mishandeling en misbruik
16.4 meldcode en verantwoordelijkheden: vanaf 2013 is het verplicht
om een meldcode te hanteren. een meldcode is een stappenplan dat je
volgt van het moment van signaleren tot het maken van een melding.
door de inzet van deze meldcode kun je sneller en adequater ingrijpen.
het doel van de meldcode is om te ondersteunen. je weet zo beter hoe
om te gaan met signalen.
een organisatie gebruikt een basismodel meldcode, dat is een algemeen
stappenplan hoe om te gaan bij signalen van kindermishandeling en
huiselijk geweld. het leidt je stap voor stap door het proces van
signaleren tot het maken van een beslissing. de volgende stappen zijn
opgenomen in het basismodel meldcode:
- in kaart brengen en signaleren: je legt de signalen vast en ook de
gesprekken die je hiervoor voert. ook de signalen die
tegenspreken noteer je. je benoemt ook de bronnen ( van wie heb
je welke informatie) dit doe je in het cliëntdossier. het is belangrijk
dat je baseert op feiten en niet op interpretaties.
- overleg: je overlegt met een deskundige
- gesprek met de betrokkenen: je gaat in gesprek met de
betrokkenen, indien mogelijk betrek je het kind bij het gesprek. in
het gesprek leg je het doel van het gesprek uit, bespreek je de
feitelijke signalen en vraag je de betrokkenen om een actie. pas na
deze reactie benoem je interpretaties
- risico, ernst, aard inschatten: je hebt nu veel informatie en je kunt
bepalen of er een risico op kindermishandeling of huiselijk geweld
is. je brengt in kaart om wat voor geweld het gaat.
- beslissen: beslissen of je een melding doet of dat de organisatie
zelf hulpverlening opzet. als je besluit tot een melding ga je in
gesprek met de betrokken. als professional heb je zwijgrecht: je
mag geen informatie aan anderen verstrekken. daarom vraag je
toestemming voor het doen van een melding. bij acuut of ernstig
geweld kun je direct een melding doen. de betrokkenen krijgen te
horen wie de melding heeft gemaakt, tenzij het de
vertrouwensrelatie of zorgverlener niet schaadt.