Rekonomie
Hoofdstuk 1 - Rekenen
De cijfers achter de komma worden ook wel decimalen genoemd
® Als deze kleiner is dan 5 dan rond je naar beneden af en als het cijfer 5 of hoger is
rond je naar boven af
Niet tussendoor afronden
Biljoen = 1 000 000 000 000 (12 nullen)
Miljard = 1 000 000 000 (9 nullen)
Miljoen = 1 000 000 (6 nullen)
Duizend = 1 000 (3 nullen)
Hoofdstuk 2 - Procenten
Percentage berekenen: Je deelt het deel door het totaal en vermenigvuldigt met 100%
240
o Hoeveel is €240 van € 466? ×100 %=51,5 %
466
Basisgetal berekenen:
o Pieter verdiend 75% van Marieke. Marieke verdient €4000. Hoeveel verdient Peter?
€4000 komt overeen met 100%. Je krijgt dus €4000 0,75 = €3000
btw-bedrag berekenen: de prijs inclusief btw delen door 21 (of 6), dan heb je 1%, en de
uitkomst vermenigvuldigen met 21 (of 6) dan heb je 21% ( of 6%)
Een groeifactor van 1,03 is een stijging van 3%
nieuw −oud
Procentuele verandering= ×100 %
oud
Hoofdstuk 3 - Indexcijfers
waarde A ∈ jaar …
Indexcijfer berekenen: indexcijfer grootheid A= ×100
waarde A∈basisjaar
® Grootheid A kan je nationaal inkomen, omzet, export, etc. lezen.
Verleggen van de basis kan met behulp van de oude reeks indexcijfers
Terugrekenen naar getallen:
o In 2009 in het inkomen van Marsha €55 000. Het indexcijfer van het inkomen van
Marsha in 2009 is 110, met 2008 als basisjaar. Het inkomen in 2008 is nu als volgt te
€ 55 000
berekenen ×100=€ 50 000
110
Omzet = P q
® P = verkoopprijs
® q = afzet
indexcijfer afzet × indexcijfer prijs
indexcijfer omzet =
100
indexcijfer omzet × 100
indexcijfer afzet =
indexcijfer prijs
Nominale inkomen = het inkomen dat iemand verdient