5.1 DE RENAISSANCE
In de 16e eeuw was Venetië de rijkste plek in Europa. De Venetiaanse kooplieden waren schatrijk en
iedereen mocht dat zien.
Ook ging het in de andere steden (vooral in Italië) goed. Ze deden veel om het rijkdom te tonen.
→ In die omgeving ontstond een nieuw mensbeeld, een nieuw wereldbeeld en een nieuw levensgevoel (het
leven ging meer om genot)
De mensen vonden God en leven na de dood steeds minder belangrijk
→ hun levensmotto ging van memento mori (= gedenk te sterven) naar carpe diem (= pluk de dag)
Ze gingen zich meer interesseren in de klassieke erfgoed.
De herleving van de waarden en schoonheidsidealen van de oudheid kreeg de naam renaissance.
→ Dat begon in de 15e eeuw in Italië vlak daarna verspreidde het in Europa. Daarmee begon de vroeg-
moderne tijd.
Het humanisme speelde bij de renaissance ook een belangrijke rol. Zij bestudeerden en vertaalden de
klassieke taal. (Dat was in de middeleeuwen ook al gedaan, maar die waren niet correct, want de monniken
pasten die teksten aan naar hun christelijke gedachten.
Humanisten waren onder de indruk van het klassieke Grieks en Latijn, in plaats van het ‘barbaarse’ Latijn uit
de middeleeuwen.
De Turkse verovering van Constantinopel in 1453 gaf het humanisme de mogelijkheid om hun handen te
krijgen op de Griekse manuscripten en daarmee dus kennis.
Doordat het humanisme populairder werd, werd het steeds normaler dat je klassieke teksten moest vertalen
bij je opleiding
→ De ontwikkeling tot verstandig en mondig individu werd een nieuw opvoedingsideaal
→ Als ideale mens gold de uomo universalis
Leonardo da Vinci was bijna zo’n ideaal mens, hij:
- onderzocht alles door eigen waarneming
- bestuurde en analyseerde vogels en maakte daardoor vliegmachines
- bestuurde de invloed van licht op kleuren
- ontwierp vele gebouwen
- maakte mechanisch speelgoed
- was schilder, musicus en natuuronderzoeker
Rond 1500 verspreidde het humanisme buiten Italië
→ belangrijke humanisten buiten Italië waren:
Erasmus van Rotterdam en de Engelsman Thomas Moore. Erasmus verspreidde het christendoms
humanisme, want volgens Erasmus werd het christendom totaal vergeten bij de hervorming
→ Thomas Moore kwam met zijn boek Utopia, waarin hij een beeld schets van de ideale samenleving,
met gelijkheid en vrijheid
1