Landelijk examen overall toets
accountancy
Student
NHL Hogeschool
14-4-2015
, Samenvatting externe verslaggeving 4
Financiële ratio’s
Liquiditeit
Current ratio (> 1,2 à 1,5) Vlottende activa / vlottende passiva
Quick ratio (> 0,5 à 1) (Vlottende activa - voorraden
Vlottende passiva
Solvabiliteit
Solvabiliteit (> 20%) eigen vermogen / vreemd vermogen
Interest coverage ratio (> 2,5) rente vóór rente en belasting
rentelasten
Rentabiliteit
Rentabiliteit eigen vermogen Nettowinst / eigen vermogen
Brutowinstmarge brutowinst / netto-omzet
Omloopsnelheden
Omloopsnelheid debiteuren netto-omzet - contant verkopen
debiteuren ex. BTW
Omloopsnelheid voorraad kostprijs omzet / voorraden
Gemiddelde krediettermijn 365 dagen / omloopsnelheid debiteuren
Gemiddelde voorraadtermijn 365 dagen / omloopsnelheid voorraad
Hoofdstuk 3: Basisprincipes van de boekhoudkundige waarde- en winstbepaling
Voorzichtigheid
Matching period matching en productmatching
Realisatieprincipe
Toerekeningsbeginsel
Hoofdstuk 16: Kapitaalbelang
Stap voor stap:
1. Voldoet het aan de definitie van een deelneming/dochter?
2. Hoeveel aandelen heb ik in een onderneming?
3. Welke waardering pas ik daarop toe?
Wanneer voldoet een kapitaalbelang aan de definitie van een deelneming?
• Het kapitaalbelang duurzaam is bedoeld
• Voor eigen rekening
• Het kapitaalbelang is ten dienste van eigen werkzaamheid
Welke definitie kent een dochtermaatschappij?
• Wanneer je in een dochter de helft of meer van de stemrechten hebt bij de algemene vergadering van
aandeelhouders.
, • Het bestuur of de commissarissen kan benoemen of ontslaan
Belegging
Als er geen sprake van is van een deelneming, dan wordt deze gekwalificeerd als belegging. Enkele voorbeelden
hiervan zijn:
• Aangeschafte aandelen om tijdelijke overtollige liquide middelen rendabel te maken
• Pensioenverplichting directeur groot aandeelhouder.
Wettelijk vermoeden
Wanneer een kapitaal belang voldoet aan de criteria van een deelneming dan moet je kijken naar het percentage
aandelen wat je hebt in een onderneming. Art. 24c gaat uit van een wettelijk vermoeden van 20% of meer. Als
daarvan sprake is, dan moet je het kapitaalbelang waarderen tegen nettovermogenswaarde.
Regelgeving IASB
• Subsidiaries: is een belang waarin beslissende zeggenschap op het financieel en operationeel beleid
uitgeoefend kan worden (‘power to control’). Hiervan is normaliter sprake als er meer dan de helft van
de gewone aandelen gehouden wordt of prioriteitsaandelen het recht om het bestuur te benoemen en
te ontslaan
o Waardering: aanschafprijs of reële waarde
• Associates: is sprake van invloed van betekenis op het financiële en operationele beleid met het
gehouden belang kan worden uitgeoefend. Van een associate zijn uitgesloten subsidiaries en joint
ventures. Hiervoor geld ook een sprake van een wettelijk vermoeden, van minimaal 20%.
o Enkelvoudig: aanschafprijs en reële waarde
o Geconsolideerd: equitymethode
• Financial assets: deze wordt gedefinieerd als een kapitaalbelang, niet zijnde een subsidiary, joint
venture of een associate. Dit betreft de restcategorie.
o Waardering: reële waarde, als deze niet betrouwbaar is dan moet worden gewaardeerd tegen
aanschafprijs.
Waarderingsgrondslag dochter/deelneming
Het kapitaalbelang kan op verschillende manieren worden gewaardeerd, namelijk:
• Aanschafprijs
• Actuele waarde
• Reële waarde
• Nettovermogenswaarde
• Equitymethode
Aanschafprijs
Bij deze waardering kijk je naar wat is er betaald voor het Kapitaalbelang
kapitaalbelang, dit kan zowel contant als per bank zijn. Deze aan Liquide middelen
journaalpost maak je bij aanschaf. Vervolgens bekijk je het resultaat
van de deelneming in jaar X. Meestal wordt er gekeken naar het Liquide middelen
uitgekeerde dividend. Een eventuele waardedaling/stijging wordt in aan Resultaat uit kapitaalbelang
deze journaalposten niet meegenomen. Figuur 1: journaalposten aanschafprijs
Actuele waarde
Bij de waardering van het kapitaalbelang op actuele waarde kijk je bij Kapitaalbelang
de mutaties naar de winst uit het kapitaalbelang, maar ook of de aan Liquide middelen
onderneming meer waard is geworden. Dus stel je onderneming is op
1 januari jaar X €9 mln. waard is en op 31 december jaar X €10 mln. Liquide middelen
dan boek je het verschil op een herwaarderingsreserve, maar je Kapitaalbelang
kapitaalbelang gaat dan ook omhoog met dezelfde waarde. aan Resultaat uit kapitaalbelang
aan 2:
Figuur Herwaarderingsreserve
journaalposten actuele waarde