lichaam wordt aangewend
Van voeding tot ATP
● 2 manieren om ATP te maken
○ Fosforylering op substraatniveau
■ Vraagt geen zuurstof maar
laag rendement
○ Oxidatieve fosforylering
■ Vraagt zuurstof maar hoog
rendement
● 3 grote brandstoffen
● Rendement energie= 40%
○ Er gaat 60% verloren aan warmte
Alles start bij de glycolyse
● 3 fasen
○ ATP-investering
■ 2 ATP voor glucose ⇒ fructose-1,6-bifosfaten (hexosefosfaten)
○ Splitsen in triosefosfaten (1,3-bifosfoglyceraat)
■ Energierijk
○ Terugbetalingsfase
■ Omzetting pyruvaat
■ Winst van 2 ATP
● Fluxcontrole via onomkeerbare stappen
○ 1ste, 3de en 10de stap
1
, Stap 1: omzetten van glucose naar glucose-6-fosfaat
● Investering 1 ATP
● Glucose-6-fosfaat is een allosterische remmer van hexokinase (1,2 en 3)
○ Negatieve feedback en glycolyse stopt ⇒ wanneer GLU6P niet meer wordt
gebruikt voor verdere reacties
● Hexokinase 4 ondergaat deze remming NIET
○ Belangrijk in lever en bèta-cellen
pancreas
Stap 3: omzetten FRU6P naar FRU-1,6-BiP
● Investering 1 ATP
● Fosfofructokinase 1
○ Katalyseert reactie
○ Regeling door allosterische activator
fructose-2,6-bisfosfaat
■ Gevoede toestand = insuline in
bloed ⇒ aanmaak door
fosfofructokinase 2 in lever ⇒
verderzetting glycolyse
■ Gevaste toestand = glucagon in bloed ⇒ afbraak door …-bisfosfatase
⇒ stop glycolyse
■ Tandem enzym = heeft 2 katalytische sites
● Fosfofructokinase 2
● Fructose-2,6-bisfosfatase
● Wanneer glycolyse stilvalt
○ Fructose-6-fosfaat stapelt zich op maar is in evenwicht met glucose-6-fosfaat
waardoor hexokinase ook geremd wordt
Stap 10: omzetten fosfo-enolpyruvaat naar pyruvaat
● Netto winst 2 ATP
● Pyruvaat kinase
○ Katalyseert reactie
○ Regeling door (de)fosforylatie
■ Gevoede toestand = insuline in bloed ⇒ activatie proteïnefosfatase
⇒ defosforylatie = ACTIEF
■ Gevaste toestand = glucagon in bloed ⇒ activatie proteïnekinase ⇒
fosforylatie = INACTIEF
2