Samenvatting belastingrecht
Paragraaf 6.1 t/m 6.8 en 6.10 en 6.11
Paragraaf 6.1
Aanmerlijk belanghouder: een aandeelhouder die een behoorlijk belang heeft in een bv of nv.
Inkomen uit aanmerlijk belang belast in Box 2
In Box 2 worden zowel dividenden (reguliere voordelen) als de waarde mutaties
(vervreemdingsvoordelen) in de belastingheffing betrokken
Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang art. 4.1 wet ib
Schematisch ziet het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang er als volgt uit:
Als het aandelenbezit van een natuurlijk persoon niet als aanmerkelijk belang kan worden
aangemerkt, wordt de waarde van de aandelen belast in Box 3.
Paragraaf 6.2
Aanmerkelijk belanghouder: een aandeelhouder die ten minste 5% van het geplaatste
aandelenkapitaal bezit, of een optie heeft om 5% van de aandelen te kopen, of winstbewijzen bezit
die recht geven op ten minste 5% van de jaarwinst van de vennootschap art. 4.6 en 4.7 wet ib
Aandelenkapitaal: onder aandelenkapitaal wordt verstaan ‘’het bij de aandeelhouders geplaatste
deel van het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap’’ art. 4.8 wet ib
‘’Gewoon’’ aanmerkelijk belang: er is sprake van een aanmerkelijk belang als een belastingplichtige
zelf één aandeel heeft en al dan niet samen met zijn fiscale partner direct of indirect ten minste 5%
, van het aandelenkapitaal in een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal bezit
art. 4.6 wet ib
Begrip partner conform art. 5a AWR en art. 1.2 wet ib
Heeft een belastingplichtige, eveneens samen met zijn fiscale partner, een koopoptie op ten minste
5% van de aandelen, dan is hij ook aanmerklijkbelanghouder. Hetzelfde geld voor een
belastingplichtige die een winstrecht heeft op minimaal 5% van de winst.
Men mag dus NIET het belang in aandelen en het belang in opties bij elkaar optellen om te
beoordelen of er sprake is van een aanmerkelijk belang.
Direct aanmerkelijk belang: dat wil zeggen dat de belastingplichtige zelf eigenaar is van de aandelen
van de vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft.
Indirect aanmerkelijk belang: als de aandeelhouder middels een andere vennootschap de
zeggenschap heeft over de aandelen.
Het is ook mogelijk dat een belastingplichtige zowel direct als indirect aandelen bezit in een
vennootschap. De middellijk gehouden aandelen (dus met tussenkomst van een
moedermaatschappij) tellen alleen mee als de belastingplichtige ook een aanmerkelijk belang heeft
in de moedermaatschappij.
Het kan ook zijn dat de ene belastingplichtige het vruchtgebruik van de aandelen bezit (het recht om
dividenden te ontvangen) en een andere belastingplichtige de blote eigendom als zij in dat geval
beiden voldoen aan de normen voor het hebben van een aanmerkelijk belang, hebben zij allebei een
aanmerkelijk belang art. 4.3 en art. 4.6 wet ib
Aandelen certificeren: de aandelen van de vennootschap zijn dan in handen van een daartoe
opgerichte rechtspersoon, meestal een stichting. Deze stichting geeft vervolgens certificaten van de
aandelen uit. Het enige verschil tussen deze certificaten van de aandelen en de aandelen zelf, is dat
de houder van een certificaat geen zeggenschap heeft. De zeggenschap is namelijk voorbehouden
aan de houder van de aandelen.
Als een certificaathouder voldoet aan de normen voor het hebben van een aanmerkelijk belang,
heeft hij een aanmerkelijk belang in de onderliggende vennootschap, ook al bezit hij zelf geen
aandelen.
Door de uitgifte van soortaandelen kan het voorkomen dat een belastingplichtige in het gehele
aandelenkapitaal geen aanmerkelijk belang heeft, maar in één van de soorten aandelen wel een bezit
van 5% of meer van soort ontstaat.
Meesleepregeling: bepaalt dat als een aandeelhouder eenmaal een aanmerkelijk belang in een
vennootschap heeft, zijn overige aandelen in of winstbewijzen van die vennootschap ook tot dat
aanmerkelijk belang horen art. 3.9 wet ib
Voorbeeld meesleepregeling: Ad heeft 5% koopopties op de aandelen van een bv. Hij heeft al 2%
aandelen van de aandelen in die bv. De opties vormen een aanmerkelijk belang en daardoor worden
de aandelen meegetrokken.
De volgende vermogensbestanddelen, die concreet in de wet zijn omschreven, kunnen in het
aanmerkelijk belang worden meegesleept:
- Overige (soort) aandelen
Paragraaf 6.1 t/m 6.8 en 6.10 en 6.11
Paragraaf 6.1
Aanmerlijk belanghouder: een aandeelhouder die een behoorlijk belang heeft in een bv of nv.
Inkomen uit aanmerlijk belang belast in Box 2
In Box 2 worden zowel dividenden (reguliere voordelen) als de waarde mutaties
(vervreemdingsvoordelen) in de belastingheffing betrokken
Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang art. 4.1 wet ib
Schematisch ziet het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang er als volgt uit:
Als het aandelenbezit van een natuurlijk persoon niet als aanmerkelijk belang kan worden
aangemerkt, wordt de waarde van de aandelen belast in Box 3.
Paragraaf 6.2
Aanmerkelijk belanghouder: een aandeelhouder die ten minste 5% van het geplaatste
aandelenkapitaal bezit, of een optie heeft om 5% van de aandelen te kopen, of winstbewijzen bezit
die recht geven op ten minste 5% van de jaarwinst van de vennootschap art. 4.6 en 4.7 wet ib
Aandelenkapitaal: onder aandelenkapitaal wordt verstaan ‘’het bij de aandeelhouders geplaatste
deel van het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap’’ art. 4.8 wet ib
‘’Gewoon’’ aanmerkelijk belang: er is sprake van een aanmerkelijk belang als een belastingplichtige
zelf één aandeel heeft en al dan niet samen met zijn fiscale partner direct of indirect ten minste 5%
, van het aandelenkapitaal in een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal bezit
art. 4.6 wet ib
Begrip partner conform art. 5a AWR en art. 1.2 wet ib
Heeft een belastingplichtige, eveneens samen met zijn fiscale partner, een koopoptie op ten minste
5% van de aandelen, dan is hij ook aanmerklijkbelanghouder. Hetzelfde geld voor een
belastingplichtige die een winstrecht heeft op minimaal 5% van de winst.
Men mag dus NIET het belang in aandelen en het belang in opties bij elkaar optellen om te
beoordelen of er sprake is van een aanmerkelijk belang.
Direct aanmerkelijk belang: dat wil zeggen dat de belastingplichtige zelf eigenaar is van de aandelen
van de vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft.
Indirect aanmerkelijk belang: als de aandeelhouder middels een andere vennootschap de
zeggenschap heeft over de aandelen.
Het is ook mogelijk dat een belastingplichtige zowel direct als indirect aandelen bezit in een
vennootschap. De middellijk gehouden aandelen (dus met tussenkomst van een
moedermaatschappij) tellen alleen mee als de belastingplichtige ook een aanmerkelijk belang heeft
in de moedermaatschappij.
Het kan ook zijn dat de ene belastingplichtige het vruchtgebruik van de aandelen bezit (het recht om
dividenden te ontvangen) en een andere belastingplichtige de blote eigendom als zij in dat geval
beiden voldoen aan de normen voor het hebben van een aanmerkelijk belang, hebben zij allebei een
aanmerkelijk belang art. 4.3 en art. 4.6 wet ib
Aandelen certificeren: de aandelen van de vennootschap zijn dan in handen van een daartoe
opgerichte rechtspersoon, meestal een stichting. Deze stichting geeft vervolgens certificaten van de
aandelen uit. Het enige verschil tussen deze certificaten van de aandelen en de aandelen zelf, is dat
de houder van een certificaat geen zeggenschap heeft. De zeggenschap is namelijk voorbehouden
aan de houder van de aandelen.
Als een certificaathouder voldoet aan de normen voor het hebben van een aanmerkelijk belang,
heeft hij een aanmerkelijk belang in de onderliggende vennootschap, ook al bezit hij zelf geen
aandelen.
Door de uitgifte van soortaandelen kan het voorkomen dat een belastingplichtige in het gehele
aandelenkapitaal geen aanmerkelijk belang heeft, maar in één van de soorten aandelen wel een bezit
van 5% of meer van soort ontstaat.
Meesleepregeling: bepaalt dat als een aandeelhouder eenmaal een aanmerkelijk belang in een
vennootschap heeft, zijn overige aandelen in of winstbewijzen van die vennootschap ook tot dat
aanmerkelijk belang horen art. 3.9 wet ib
Voorbeeld meesleepregeling: Ad heeft 5% koopopties op de aandelen van een bv. Hij heeft al 2%
aandelen van de aandelen in die bv. De opties vormen een aanmerkelijk belang en daardoor worden
de aandelen meegetrokken.
De volgende vermogensbestanddelen, die concreet in de wet zijn omschreven, kunnen in het
aanmerkelijk belang worden meegesleept:
- Overige (soort) aandelen