Week 1
Vermogensrecht = goederenrecht + verbintenissenrecht.
Gelaagde structuur BW = je hebt vaak meerdere boeken nodig.
Objectief recht = geldende recht binnen een bepaald rechtsgebied op een bepaald moment
(in de wet).
Subjectief recht = een iemand toekomende bevoegdheid absolute en relatieve rechten.
Rechtsfeit = een feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg aan koppelt = geen
wettelijk begrip.
Rechtsregel (6:213) rechtsfeit (overeenkomst) rechtsgevolg (subjectief recht).
Bevoegdheden eigenaar:
1. Beschikking vervreemden en bezwaren.
2. Gebruiken
3. Revindiceren
Absoluut recht = kun je vorderen tegenover iedereen.
Relatief recht = kun je vorderen tegenover een individu.
Gastcollege
Aanbod = als de voornaamste elementen (goed, aantal, prijs) van de inhoud van de
eventueel te sluiten overeenkomst bevat. Een “ja” is voldoende voor de totstandkoming van
een overeenkomst.
Een advertentie via Funda is geen aanbod, maar een uitnodiging om in onderhandeling te
treden.
Een aanvaarding bestaat uit de verklaring van de wederpartij dat zij het aan haar gedane
aanbod aanvaardt. Dit kan mondeling of schriftelijk, maar ook impliciet plaatsvinden.
Art. 7:2 BW = bescherming koper, maar verkoper kan er beroep op doen.
Opschortende voorwaarde = overeenkomst komt pas tot stand als financiering/levering
gedaan is.
Ontbindende voorwaarde = overeenkomst komt meteen tot stand alleen je kan later
ontbinden.
Wat is een ‘goed gedocumenteerde’ overeenkomst?
Het gaat erom dat de verkoper zich, wanneer de koper een beroep doet op het
financieringsbehoud, een beeld kan vormen of er terecht een beroep op de
ontbindende voorwaarde wordt gedaan. Niet alleen mededeling van financiering,
maar bijvoorbeeld ook kopieën.
Tekortkoming = niet presteren, niet tijdig of te laat presteren, gebrekkig presteren.
Stap 1: wat is er feitelijk aan de hand en wat is de oorzaak van het gebrek.
Stap 2: waarom levert het gebrek een tekortkoming op?
De verwachtingen (ongeschreven) tellen mee in de zaak.
Stel tekortkoming:
1. Schadevergoeding (6:74)
2. Ontbinding (6:265 jo. 6:270) = toerekenbaarheid is niet vereist.
3. Vernietiging wegens dwaling (6:228 jo. 6:230)
4. Nakoming (3:296)
Vermogensrecht = goederenrecht + verbintenissenrecht.
Gelaagde structuur BW = je hebt vaak meerdere boeken nodig.
Objectief recht = geldende recht binnen een bepaald rechtsgebied op een bepaald moment
(in de wet).
Subjectief recht = een iemand toekomende bevoegdheid absolute en relatieve rechten.
Rechtsfeit = een feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg aan koppelt = geen
wettelijk begrip.
Rechtsregel (6:213) rechtsfeit (overeenkomst) rechtsgevolg (subjectief recht).
Bevoegdheden eigenaar:
1. Beschikking vervreemden en bezwaren.
2. Gebruiken
3. Revindiceren
Absoluut recht = kun je vorderen tegenover iedereen.
Relatief recht = kun je vorderen tegenover een individu.
Gastcollege
Aanbod = als de voornaamste elementen (goed, aantal, prijs) van de inhoud van de
eventueel te sluiten overeenkomst bevat. Een “ja” is voldoende voor de totstandkoming van
een overeenkomst.
Een advertentie via Funda is geen aanbod, maar een uitnodiging om in onderhandeling te
treden.
Een aanvaarding bestaat uit de verklaring van de wederpartij dat zij het aan haar gedane
aanbod aanvaardt. Dit kan mondeling of schriftelijk, maar ook impliciet plaatsvinden.
Art. 7:2 BW = bescherming koper, maar verkoper kan er beroep op doen.
Opschortende voorwaarde = overeenkomst komt pas tot stand als financiering/levering
gedaan is.
Ontbindende voorwaarde = overeenkomst komt meteen tot stand alleen je kan later
ontbinden.
Wat is een ‘goed gedocumenteerde’ overeenkomst?
Het gaat erom dat de verkoper zich, wanneer de koper een beroep doet op het
financieringsbehoud, een beeld kan vormen of er terecht een beroep op de
ontbindende voorwaarde wordt gedaan. Niet alleen mededeling van financiering,
maar bijvoorbeeld ook kopieën.
Tekortkoming = niet presteren, niet tijdig of te laat presteren, gebrekkig presteren.
Stap 1: wat is er feitelijk aan de hand en wat is de oorzaak van het gebrek.
Stap 2: waarom levert het gebrek een tekortkoming op?
De verwachtingen (ongeschreven) tellen mee in de zaak.
Stel tekortkoming:
1. Schadevergoeding (6:74)
2. Ontbinding (6:265 jo. 6:270) = toerekenbaarheid is niet vereist.
3. Vernietiging wegens dwaling (6:228 jo. 6:230)
4. Nakoming (3:296)