= Anabole weg met 2 doelstellingen
- Bouwstenen leveren voor nucleotiden en vetzuren, cholesterol
- Reducerend vermogen voor herstel van oxidatieve schade
Grote verschillen tussen weefsels
● Hoge flux, veel behoefte pentosefosfaatweg
○ Rode bloedcellen ⇒ reductie glutathion
○ Lever, vetweefsel en borstklier ⇒ synthese vetzuren en cholesterol
○ Bijnier, testes, ovaria ⇒ synthese steroïd hormonen
● Lage flux, weinig behoefte
○ Skeletspieren
Oxidatieve fase
● Levert NADPH
○ NADH en FADH2 voldoen niet voor reducerend vermogen
○ Extra fosfaat zorgt voor minder resonantiemogelijkheden
Verloop
1. Oxidatie van C1 van glucose-6-fosfaat door G6P-dehydrogenase ⇒ intramoleculaire
ester, een lacton en er komen 2 elektronen vrij die worden overgedragen op NAD+
- Hier fluxcontrole, wanneer NADPH zich opstapelt wordt enzym uitgeschakeld
2. Watermoleculen maken de ester open = 6PG
3. Oxidatie tot vrije CO2 en pentose (ribulose 5-fosfaat)
1
, 2de fase, levering 3 soorten pentosefosfaten
1. Epimerase: zal 1 chiraal centra spiegelen tov de anderen. Dit doen we bij koolstof 3.
Het blijft een ketopentose
2. Isomerase: gaan aldehyd in keton omzetten (of andersom)
⇒ reacties zijn omkeerbaar
3de fase, aansluiting op glycolyse
= transfert-reacties van verschillende delen pentose
⇒ herschikking tot andere suikers met verschillende
ketenlengtes
1. 2x een transketolase reactie
- Mbh thiamine pyrofosfaat = afgeleide van
vitamine B1
2. Tussen 2 reacties een transaldolase
● Ontstaan van glyceraldehyde-3-fosfaat en
fructose-6-fosfaat
○ Kunnen aansluiten
○ Geen koolstoffen verloren
Verschillende manieren van gebruik pentosefosfaatweg
Modaliteit 1
● Rode bloedcellen (modaliteit 1)
○ Herstel van zuurstofschade adhv NADPH
○ Door omzetting van producten tot
glucose-6-fosfaat en weer tot pentosefosfaten
waarbij NADPH ontstaat
2