Structuur van cholesterol
● Slecht oplosbaar in water, apolair
● Goed oplosbaar in serum
○ Waterfase bij stolling bloed = plasma
○ In de vorm van kleine partikels = lipoproteïnen
■ High en Low Density Lipoproteïne
● Slaat op eiwitinhoud, hoe hoger hoe hoger de densiteit
● LDL
○ Oppervlakte met membraanlipiden
■ Fosfolipiden en sfingolipiden + integrale
membraaneiwitten (apoproteïnen)
■ Half-membraan ⇒ apolaire vetzuurstaarten
maken contact met cholesterolmassa in kern
○ Inhoud = zuivere cholesterolester
○ Apolaire triglyceriden ‘verstoppen’ voor waterfase
○ Via apoproteïnen inhoud adresseren adhv receptoren
Overzicht lipidentransport (zie ook paragraaf 7.4 in boek)
Dierlijke maaltijd (cholesterolrijk)
1) Cholesterol rijk eten
2) De lever gaat via galzouten helpen bij de
vetresorptie (9)
3) Dunne darm gaat de gereabsorbeerd vetzuren
verpakken in TG en de voedingscholesterol
wordt met de TG verpakt in chylomicronen (1)
4) Gaan via de lymfecirculatie in de
bloedcirculatie naar hart.
5) Dit wordt dan rondgepompt en gaat naar het
vetweefsel (2 in geel)) Hier bevindt zich
lipoproteïnelipase dat de chylomicronen
inhoud gaat verteren. De vrije vetzuren worden
opgenomen door het vetweefsel en wordt TG.
De cholesterolrijke remnants (overblijfselen) gaan naar de lever (3) en worden
opgenomen door endocytose (receptor)
6) De lever gaat met overschotten van koolhydraten, dus de remnants, (die niet
worden ingebouwd als glycogeen) VLDL (4)maken.
1
, Plantaardige maaltijd (vezelrijk)
1) Geen aanvoer van cholesterol waardoor de lever de novo cholesterol gaat aanmaken
(4)
2) VLDL (4) vertrekt met nieuwe cholesterol vanuit lever naar vetcellen waar het
opgeslagen wordt in de vorm van TG (2 in blauw)
3) Lipoproteïnelipase haalt hier weer de TG uit en de vrije vetzuren worden weer
opgeslagen in het vetweefsel. Wat nu overblijft is het IDL dat al snel LDL wordt.
4) LDL wordt naar verschillende plaatsen vervoerd en opgenomen (5) adhv endocytose
bv. Spiercellen, huidcellen
Nieuw verhaal
1) Begint in lever waar de HDL gemaakt wordt. = die zijn leeg!! En gaan zo in de
bloedbaan (6)
2) In de periferie (7) gaan ze overtollige cholesterol ophalen en terug naar de lever
gaan waar het wordt gedetoxificeerd en geëlimineerd waardoor de galzouten in de
galblaas terecht komen (9)
3) Zo begint het weer opnieuw waardoor de galzouten gaan helpen in de dunne darm
voor de opname.
Nummer 8
● Contact in bloedplasma tussen HDL en LDL of HDL en VLDL door even niet-covalent
aan elkaar te plakken ⇒ cholesteroluitwisseling
○ Adhv CETP
○ LDL is toch ongezond?? ⇒ hoogstwaarschijnlijk nodig voor redistributie om
zo tekorten en teveel juist te krijgen in lichaam
2