Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Oefenvragen Toelatingsexamen Premaster Geneeskunde Groningen

Beoordeling
4,5
(42)
Verkocht
341
Pagina's
56
Geüpload op
07-01-2022
Geschreven in
2025/2026

De oefenvragen zijn gebaseerd op Hoofdstukken 1, 2, 4 t/m 9, 34 t/m 36 en 61 uit Guyton & Hall: Textbook of Medical Physiology (15e editie). De vragen zijn zo gemaakt dat ze zo veel mogelijk lijken op de vragen uit het toelatingsexamen van de RUG. Het gaat in totaal om 142 oefenvragen. Heel veel succes met de voorbereiding!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Oefenvragen Toelatingsexamen Premaster
Geneeskunde



Introductie
Dit document is gebaseerd op de hoofdstukken 1, 2, 4-9, 34-36 en 61 uit Guyton & Hall: Textbook
of Medical Physiology (15e editie). Het gaat over de volgende onderwerpen (met de bijbehorende
hoofdstukken uit Guyton):

1. Introductie Fysiologie en Celbiologie: 1 en 2 (24 vragen)

2. Membraanfysiologie en Actiepotentialen: 4 en 5 (21 vragen)
3. Spiercontractie: 6, 7, 8 en 9 (52 vragen)
4. Immuniteit en Bloedgroepen: 34, 35 en 36 (35 vragen)
5. Het Autonome Zenuwstelsel: 61 (10 vragen)

De vragen zijn dus met name van toepassing op het toelatingsexamen van de RUG. Ze zijn gemaakt
om zo veel mogelijk op de vragen uit het toelatingsexamen te lijken. De antwoorden staan in de tweede
helft van het document, met een verwijzing naar het betreffende hoofdstuk in Guyton. Soms is er een
toelichting.
Wellicht afgezien van hoofdstuk 1 en 2 (welke vrij feitelijk zijn), zijn de oefenvragen min of meer op het
niveau van de wat moeilijkere vragen uit het toelatingsexamen. In totaal zijn er 142 oefenvragen. De
vragen zijn niet gegroepeerd per hoofdstuk, aangezien (net als in het toelatingsexamen) enkele vragen
meerdere hoofdstukken beslaan (met name sommige vragen over spiercontractie).
P.S. Dit document bevat daarnaast ook oefenvragen van hoofdstuk 3 en 16 (duidelijk gemarkeerd in
de kleur grijs). Deze waren in het verleden ook onderdeel waren van het toelatingsexamen. Inclusief
hoofdstuk 3 en 16 zijn er 172 oefenvragen.




1

, Oefenvragen
1 Introductie Fysiologie en Celbiologie
1. Hoeveel procent van de vloeistof in het menselijk lichaam bevindt zich in de cellen?
A. 1/4 van de vloeistof is intracellulair, 3/4 is extracellulair.
B. 1/3 van de vloeistof is intracellulair, 2/3 is extracellulair.
C. 2/3 van de vloeistof is intracellulair, 1/3 is extracellulair.
D. 3/4 van de vloeistof is intracellulair, 1/4 is extracellulair.

2. Hoe vaak gaat het bloed per minuut rond in de circulatie bij rust en bij extreme inspanning?
A. 1 keer bij rust, 4 keer bij inspanning
B. 1 keer bij rust, 6 keer bij inspanning
C. 2 keer bij rust, 6 keer bij inspanning
D. 2 keer bij rust, 8 keer bij inspanning

3. Welke van onderstaande uitspraken is niet waar?
A. Extracellulaire vloeistof bevat grotere hoeveelheden glucose dan intracellulaire vloeistof
B. Extracellulaire vloeistof bevat kleinere hoeveelheden fosfaationen dan intracellulaire vloeistof
C. Intracellulaire vloeistof bevat kleinere hoeveelheden bicarbonaationen dan extracellulaire
vloeistof
D. Extracellulaire vloeistof bevat grotere hoeveelheden magnesiumionen dan intracellulaire
vloeistof
4. Wat is een normale glucosewaarde van extracellulaire vloeistof?
A. 0,5 mg/dl
B. 15 mg/dl
C. 47 mg/dl
D. 90 mg/dl
5. Een persoon wordt blootgesteld aan kou zodat haar lichaamstemperatuur daalt van 37,5 ◦ C naar
36,0 ◦ C. Daarna treedt haar controlesysteem in werking zodat haar temperatuur weer stijgt naar
37,4 ◦ C. Wat is de “gain” van haar controlesysteem?
A. -15
B. -14
C. -1,5
D. -1,4
6. Hoeveel rode bloedcellen zijn er ongeveer in het menselijk lichaam?
A. 25 miljoen
B. 25 miljard
C. 25 biljoen
D. 25 triljoen
7. Wat is een normale waarde van de partiële zuurstofdruk in veneus vloed?
A. 20 mm Hg
B. 40 mm Hg
C. 60 mm Hg
D. 80 mm Hg



Page 2

, 8. Welke van onderstaande uitspraken is juist?
A. De compositie van het celmembraan is 55% fosfolipiden, 25% cholesterol, 13% eiwitten,
4% koolhydraten en 3% andere vetten.
B. 50% tot 70% van de cel bestaat uit water
C. De celmassa bestaat voor 10% tot 20% uit eiwitten

9. Hoeveel procent van de energievoorziening wordt verzorgd door de mitochondriën?
A. 80%
B. 90%
C. 95%
D. 99%
10. Welke van onderstaande stoffen kan moeiteloos door de celmembraan diffunderen?
A. Alcohol
B. Glucose
C. Urea

11. Welke organellen worden met A en B aangegeven in Figuur 1?
A. A = centriool, B = endoplasmatisch reticulum
B. A = centriool, B = Golgicomplex
C. A = centromeer, B = endoplasmatisch reticulum
D. A = centromeer, B = Golgicomplex




Figure 1: De cel

12. Welke uitspraak over primaire cilia is waar?
A. Primaire cilia worden ook wel bewegende cilia genoemd
B. Een defect in primaire cilia kan tot polycystic kidney disease leiden
C. Er zijn vaak meerdere primaire cilia die uit een enkele cel steken

13. Welke van onderstaande is geen functie van de glycocalyx?
A. De glycocalyx kan bescherming tegen oxidanten en andere schadelijke stoffen bieden
B. De glycocalyx kan een rol spelen in immuunreacties



Page 3

, C. De glycocalyx kan als receptor voor insuline fungeren
D. De glycocalyx kan binden met de glycocalyx van andere cellen
14. Het molecuul ATP bestaat uit drie delen: de nucleobase adenine, een monosacharide en drie
fosfaatradicalen. Welke monosacharide bevat ATP?
A. desoxyribose, een hexose
B. desoxyribose, een pentose
C. ribose, een hexose
D. ribose, een pentose
15. Welke functie hoort met name bij welk organel?

1. De synthese van lipiden zoals fosfolipiden en cholesterol
2. De synthese van hyaluronzuur
3. Het voorzien in de enzymen voor de afbraak van glycogeen
A. 1 = glad endoplasmatisch reticulum, 2 = het Golgicomplex, 3 = ruw endoplasmatisch
reticulum
B. 1 = ruw endoplasmatisch reticulum, 2 = glad endoplasmatisch reticulum, 3 = het Gol-
gicomplex,
C. 1 en 2 = ruw endoplasmatisch reticulum, 3 = glad endoplasmatisch reticulum
D. 1 en 3 = glad endoplasmatisch reticulum, 2 = het Golgicomplex

16. Welke van onderstaande stellingen is waar?
1. Lysosomen worden gevormd door afsplitsing van het Golgicomplex, terwijl peroxisomen waarschi-
jnlijk ontstaan door zelfreplicatie
2. Lysomen bevatten hydrolases en peroxisomen bevatten oxidases
A. 1 is waar, 2 is niet waar
B. 1 is niet waar, 2 is waar
C. 1 en 2 zijn beide waar
D. 1 en 2 zijn beide niet waar
17. Hoe heten de instulpingen van het binnenste membraan van een mitochondrion?
A. Cisternae
B. Cristae
C. Matrices
18. Met name welke van onderstaande structuren bieden elastische support aan het ectoplasma?
A. Intermediaire filamenten
B. Microfilamenten
C. Microtubuli
19. Wat is een eigenschap van pinocytose, maar niet van fagocytose?
A. Alleen bepaalde cellen, zoals macrofagen en witte bloedcellen, kunnen pinocytotische
blaasjes vormen
B. Contractiele eiwitten zorgen voor de afsplitsing van het gevormde blaasje van het mem-
braan
C. Lysosomen kunnen de inhoud van het blaasje verteren
D. Alleen kleine deeltjes kunnen worden opgenomen
20. Aan welke kant van een witte bloedcel die zich naar voren beweegt zal exocytose plaatsvinden?



Page 4

Documentinformatie

Geüpload op
7 januari 2022
Bestand laatst geupdate op
15 februari 2026
Aantal pagina's
56
Geschreven in
2025/2026
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend
€9,49
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 341 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

7 van 42 beoordelingen worden weergegeven
2 maanden geleden

Goeie vragen! Fijn dat er uitleg staat bij het antwoordmodel.

3 maanden geleden

3 maanden geleden

3 maanden geleden

3 maanden geleden

1 jaar geleden

1 jaar geleden

4,5

42 beoordelingen

5
24
4
15
3
2
2
0
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
oefenvragengnk Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
348
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
206
Documenten
1
Laatst verkocht
2 maanden geleden

4,5

42 beoordelingen

5
24
4
15
3
2
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen