Samenvatting Politiek & Samenleving
HC 1
HOBBES
- Uitganspunt; gelijkheid in het vermogen om anderen te schaden
(Zwakste heeft genoeg kracht om de sterkste te doden)
- Botsen van ambitie en de angst voor aanval
- Zonder heerser ontstaat er een grimmige situatie, van conflicten tussen mensen die
allemaal hun eigen doelen willen bereiken.
- Mensen stemmen in met een absolute regering, om zo een ‘beter’ leven te krijgen
SOCIAAL CONTRACT
= “Mensen leveren een deel van hun vrijheid in, in ruil voor bescherming”
Good governance
1. Verantwoordelijk
2. Transparant
3. Efficiënt
4. Inclusief
5. Responsief
LUKES
Drie dimensies van macht:
1. One dimensional view/ een dimensionaal. (Besluiten)
- Besluitvorming centraal
- Behaviour (gedrag)
- Wie trekt er aan het langste eind bij een conflict > heeft het meeste macht
2. Two dimensional view/ twee dimensionaal. (Politieke agenda)
- Agenda-setting centraal
- Wie heeft controle over de politieke agenda
- Conflict in interesses > wat komt er in de aandacht
- Kritiek op 1: behavioural- focus
3. Three dimensional view/ drie dimensionaal. (Preferenties)
- Thought-control centraal
- Wie beïnvloed de voorkeuren van de mensen
- Kritiek op 1: behavioural- focus
Personen uit de politiek
- Easton ~ de gezaghebbende toedeling van waarden
- Lasswell ~ who gets what, when, how
- Laver ~ mengvorm van conflict en samenwerking
- Crick ~ verzoenen van verschillende belangen
- Bismarck ~ de kunst van het besturen
, - Miller ~ collectieve activiteit, verschillende belangen, gezaghebbend beleid
Visies op de politiek
Traditionele visie (Enge definitie) Moderne visie (Ruime definitie)
- Alles dat met instituties van de staat - Politiek bestaat ook buiten de
te maken heeft. grenzen van het politieke systeem
In de publieke ruimte
WEBER
- Vormen van gezag
1. Traditioneel gezag > (op basis van traditie)
2. Charismatisch gezag > (op basis van persoonlijkheid)
3. Rationeel-legalistisch gezag > (op basis van regels of rol)
Kerneigenschappen van een staat:
1. Legitiem bestuur
2. Populatie
3. Territorium
4. Soevereiniteit
5. Geweldsmonopolie
Basis ideologieën
1. Liberalisme
-individu
-vrijheid
2. Conservatisme
-traditie
-hiërarchie
3. Socialisme
-gelijkheid
-gemeenschap
Natie Staat
- Voelen zich wel een gemeenschap - Voelen zich niet per sé een
- Geen territorium gemeenschap
Moeten zichzelf willen besturen - Wel een territorium
, HC 2
ARISTOTELES
Typologie:
Aantal bestuurders
Een Paar Veel
Belang Algemeen Monarchie Aristocratie Politea
belang
Eigen belang Tirannie Oligarchie Democratie
Hij vond zelf de politea het beste
Soorten democratieën:
1. Directe democratie
- Ontstaan in Athene
- Alle leden nemen deel aan het politieke proces
GROOTSTE VOORDEEL: grote legitimiteit, beslissingsmacht ligt bij de burgers
GROOTSTE PROBLEEM: bijna onmogelijk met onze hoeveelheid burgers
NADELEN: -tirannie van de meerderheid
-kennis en tijd
2. Representatieve democratie
- Indirecte vorm van democratie
- Vertegenwoordigers van burgers nemen de politieke beslissingen
- Mogelijke vormen: -lotingen
-verkiezingen
VOORDEEL: mensen die de beslissingen nemen hebben meer kennis en tijd
NADELEN: -wat is representatie?
-is de afspiegeling correct?
3.Liberale democratie
- Limited gouvernement
- Bescherming burgerlijke vrijheden centraal
- Reikwijdte van democratisch genomen politieke beslissingen wordt ingeperkt door
liberale instituties, om te voorkomen dat de regering te veel macht krijgt
Systeem van checks and balances
-het spreiden van de macht, tegenmachten
(Eerste- en Tweede- Kamer)
VOORDELEN: -bescherming tegen tirannie van de meerderheid
-machtsconcentratie
NADEEL: vele instituties > grote afstand van het volk
, 4 benaderingen liberale democratie
1. Pluralisme
- Belangrijk dat alle groepen vertegenwoordigd worden
- Checks and balances belangrijk
2. Competitief elitisme
- Belangrijk dat kiezers mensen aanwijzen die voor ze kiezen
- Elite centraal
3. Rule of law
- Belangrijk dat er wetten zijn die zorgen dat iedereen vrij is
4. Participatie
- Belangrijk dat de burgers worden betrokken in het politieke proces
Niet-democratieën
1.) HYBRIDE REGIMES
Tussenvorm
- Geen vrije en eerlijke verkiezingen
- Politieke druk
- Corruptie
- Zwakke wetten
Machthebbers proberen wel om steun van de bevolking te krijgen
2.) AUTORITAIRE REGIMES
- Sterke leiders
- Politieke controle
- Geen vrijheidsrechten/ individuele rechten
- Geen vrije media
- Controleapparaten van de media: 1. Defensie
2. Media
3. Dwang
4. Bescherming
Soorten autoritaire regimes
1. Absolute monarchie
- Leider met absolute macht
- Leider niet gekozen via een wet of verkiezing
2. Heersende presidenten (personal rule)
- Individu met absolute macht
- Verheerlijking leider
- Opvolging onduidelijk
3. Heersende partijen (ruling parties)
- Partij met absolute macht
4. Militaire regimes
- Generaal aan de macht
5. Theocratie
HC 1
HOBBES
- Uitganspunt; gelijkheid in het vermogen om anderen te schaden
(Zwakste heeft genoeg kracht om de sterkste te doden)
- Botsen van ambitie en de angst voor aanval
- Zonder heerser ontstaat er een grimmige situatie, van conflicten tussen mensen die
allemaal hun eigen doelen willen bereiken.
- Mensen stemmen in met een absolute regering, om zo een ‘beter’ leven te krijgen
SOCIAAL CONTRACT
= “Mensen leveren een deel van hun vrijheid in, in ruil voor bescherming”
Good governance
1. Verantwoordelijk
2. Transparant
3. Efficiënt
4. Inclusief
5. Responsief
LUKES
Drie dimensies van macht:
1. One dimensional view/ een dimensionaal. (Besluiten)
- Besluitvorming centraal
- Behaviour (gedrag)
- Wie trekt er aan het langste eind bij een conflict > heeft het meeste macht
2. Two dimensional view/ twee dimensionaal. (Politieke agenda)
- Agenda-setting centraal
- Wie heeft controle over de politieke agenda
- Conflict in interesses > wat komt er in de aandacht
- Kritiek op 1: behavioural- focus
3. Three dimensional view/ drie dimensionaal. (Preferenties)
- Thought-control centraal
- Wie beïnvloed de voorkeuren van de mensen
- Kritiek op 1: behavioural- focus
Personen uit de politiek
- Easton ~ de gezaghebbende toedeling van waarden
- Lasswell ~ who gets what, when, how
- Laver ~ mengvorm van conflict en samenwerking
- Crick ~ verzoenen van verschillende belangen
- Bismarck ~ de kunst van het besturen
, - Miller ~ collectieve activiteit, verschillende belangen, gezaghebbend beleid
Visies op de politiek
Traditionele visie (Enge definitie) Moderne visie (Ruime definitie)
- Alles dat met instituties van de staat - Politiek bestaat ook buiten de
te maken heeft. grenzen van het politieke systeem
In de publieke ruimte
WEBER
- Vormen van gezag
1. Traditioneel gezag > (op basis van traditie)
2. Charismatisch gezag > (op basis van persoonlijkheid)
3. Rationeel-legalistisch gezag > (op basis van regels of rol)
Kerneigenschappen van een staat:
1. Legitiem bestuur
2. Populatie
3. Territorium
4. Soevereiniteit
5. Geweldsmonopolie
Basis ideologieën
1. Liberalisme
-individu
-vrijheid
2. Conservatisme
-traditie
-hiërarchie
3. Socialisme
-gelijkheid
-gemeenschap
Natie Staat
- Voelen zich wel een gemeenschap - Voelen zich niet per sé een
- Geen territorium gemeenschap
Moeten zichzelf willen besturen - Wel een territorium
, HC 2
ARISTOTELES
Typologie:
Aantal bestuurders
Een Paar Veel
Belang Algemeen Monarchie Aristocratie Politea
belang
Eigen belang Tirannie Oligarchie Democratie
Hij vond zelf de politea het beste
Soorten democratieën:
1. Directe democratie
- Ontstaan in Athene
- Alle leden nemen deel aan het politieke proces
GROOTSTE VOORDEEL: grote legitimiteit, beslissingsmacht ligt bij de burgers
GROOTSTE PROBLEEM: bijna onmogelijk met onze hoeveelheid burgers
NADELEN: -tirannie van de meerderheid
-kennis en tijd
2. Representatieve democratie
- Indirecte vorm van democratie
- Vertegenwoordigers van burgers nemen de politieke beslissingen
- Mogelijke vormen: -lotingen
-verkiezingen
VOORDEEL: mensen die de beslissingen nemen hebben meer kennis en tijd
NADELEN: -wat is representatie?
-is de afspiegeling correct?
3.Liberale democratie
- Limited gouvernement
- Bescherming burgerlijke vrijheden centraal
- Reikwijdte van democratisch genomen politieke beslissingen wordt ingeperkt door
liberale instituties, om te voorkomen dat de regering te veel macht krijgt
Systeem van checks and balances
-het spreiden van de macht, tegenmachten
(Eerste- en Tweede- Kamer)
VOORDELEN: -bescherming tegen tirannie van de meerderheid
-machtsconcentratie
NADEEL: vele instituties > grote afstand van het volk
, 4 benaderingen liberale democratie
1. Pluralisme
- Belangrijk dat alle groepen vertegenwoordigd worden
- Checks and balances belangrijk
2. Competitief elitisme
- Belangrijk dat kiezers mensen aanwijzen die voor ze kiezen
- Elite centraal
3. Rule of law
- Belangrijk dat er wetten zijn die zorgen dat iedereen vrij is
4. Participatie
- Belangrijk dat de burgers worden betrokken in het politieke proces
Niet-democratieën
1.) HYBRIDE REGIMES
Tussenvorm
- Geen vrije en eerlijke verkiezingen
- Politieke druk
- Corruptie
- Zwakke wetten
Machthebbers proberen wel om steun van de bevolking te krijgen
2.) AUTORITAIRE REGIMES
- Sterke leiders
- Politieke controle
- Geen vrijheidsrechten/ individuele rechten
- Geen vrije media
- Controleapparaten van de media: 1. Defensie
2. Media
3. Dwang
4. Bescherming
Soorten autoritaire regimes
1. Absolute monarchie
- Leider met absolute macht
- Leider niet gekozen via een wet of verkiezing
2. Heersende presidenten (personal rule)
- Individu met absolute macht
- Verheerlijking leider
- Opvolging onduidelijk
3. Heersende partijen (ruling parties)
- Partij met absolute macht
4. Militaire regimes
- Generaal aan de macht
5. Theocratie