Praktijkopdracht
GGZ
6-1-2022
Diagnostiek volwassenen en ouderen
Michelle Bekkema
121535754
, Aanleiding en hulpvraag
De aanleiding om het huidige onderzoek te doen waren de klachten van de cliënte. Namelijk de
paniekaanvallen, angst voor de paniekaanvallen, nergens zin in hebben, vermoeidheid en
hyperventilatie.
De hulpvraag van de cliënte was gericht op het leren omgaan met de (angst voor de)
paniekaanvallen.
Gebruikte instrumenten en de voor- en nadelen hiervan
De SCL-90 klachtenlijst en de ADP-IV zijn de instrumenten die gebruikt zijn. Beide instrumenten
hebben hun voor- en nadelen welke nader omschreven worden.
SCL-90 klachtenlijst
Voordelen
Zeer goede COTAN score: alles met een goed beoordeeld, normen met voldoende (Evers
et al., 2000).
Behoort in Nederland tot de meest gebruikte screeningsinstrumenten. Kan ook bij
verschillende groepen cliënten worden gebruikt (Evers et al., 2012).
Is ook geschikt als evaluatie-instrument voor het meten van de effectiviteit van de
behandelingen (Luteijn & Barelds, 2018).
Nadelen
De subschalen zijn beschrijvingsdimensies en kunnen niet gebruikt worden om diagnoses
te stellen. Deze moeten d.m.v. andere testen gesteld worden. Deze vragenlijst geeft
alleen richting aan welke kant de onderzoeker op moet gaan. Het is dus alleen een
screeningsinstrument. (Arrindell & Ettema, 2003).
De meeste schalen hebben naast een bijdrage aan het algemeen welbevinden, ook hun
eigen unieke bijdrage. Maar de Depressieschaal lijkt vooral alleen gericht te zijn op het
algemeen welbevinden maar zegt niets over depressiesymptomen. Deze schaal heeft dus
maar een beperkte meerwaarde. Over de structuur van de SCL-90 zijn dan ook nog
discussies (Arrindell et al., 2017).
ADP-IV
Voordelen
De normen van de ADP-IV zijn relatief streng waardoor er maar een klein risico is op
overscoring. Dit houdt in dat de kans klein is dat er overdiagnostiek plaatsvindt en dat er
dus een diagnose gedaan wordt van een persoonlijkheidsstoornis terwijl deze er eigenlijk
niet is. De ADP-IV heeft daarbij net zoveel classificaties als de veelgebruikte SCID-II
(Schott et al., 2007).
1
GGZ
6-1-2022
Diagnostiek volwassenen en ouderen
Michelle Bekkema
121535754
, Aanleiding en hulpvraag
De aanleiding om het huidige onderzoek te doen waren de klachten van de cliënte. Namelijk de
paniekaanvallen, angst voor de paniekaanvallen, nergens zin in hebben, vermoeidheid en
hyperventilatie.
De hulpvraag van de cliënte was gericht op het leren omgaan met de (angst voor de)
paniekaanvallen.
Gebruikte instrumenten en de voor- en nadelen hiervan
De SCL-90 klachtenlijst en de ADP-IV zijn de instrumenten die gebruikt zijn. Beide instrumenten
hebben hun voor- en nadelen welke nader omschreven worden.
SCL-90 klachtenlijst
Voordelen
Zeer goede COTAN score: alles met een goed beoordeeld, normen met voldoende (Evers
et al., 2000).
Behoort in Nederland tot de meest gebruikte screeningsinstrumenten. Kan ook bij
verschillende groepen cliënten worden gebruikt (Evers et al., 2012).
Is ook geschikt als evaluatie-instrument voor het meten van de effectiviteit van de
behandelingen (Luteijn & Barelds, 2018).
Nadelen
De subschalen zijn beschrijvingsdimensies en kunnen niet gebruikt worden om diagnoses
te stellen. Deze moeten d.m.v. andere testen gesteld worden. Deze vragenlijst geeft
alleen richting aan welke kant de onderzoeker op moet gaan. Het is dus alleen een
screeningsinstrument. (Arrindell & Ettema, 2003).
De meeste schalen hebben naast een bijdrage aan het algemeen welbevinden, ook hun
eigen unieke bijdrage. Maar de Depressieschaal lijkt vooral alleen gericht te zijn op het
algemeen welbevinden maar zegt niets over depressiesymptomen. Deze schaal heeft dus
maar een beperkte meerwaarde. Over de structuur van de SCL-90 zijn dan ook nog
discussies (Arrindell et al., 2017).
ADP-IV
Voordelen
De normen van de ADP-IV zijn relatief streng waardoor er maar een klein risico is op
overscoring. Dit houdt in dat de kans klein is dat er overdiagnostiek plaatsvindt en dat er
dus een diagnose gedaan wordt van een persoonlijkheidsstoornis terwijl deze er eigenlijk
niet is. De ADP-IV heeft daarbij net zoveel classificaties als de veelgebruikte SCID-II
(Schott et al., 2007).
1