Casus 5.1
Er dreigt dus dubbele belasting, want als ze in Portugal uitgaan van 800 en in
Nederland van 1000, is dat stukje van 200 euro dat eigenlijk 2 keer belast wordt.
a) Internationale economische dubbele belasting. Als je dat plaatst in de context
van de het verdrag, waarom is het bijzonder dat dit in een modelverdrag
geregeld is? Alle andere allocatiebepalingen (die we behandeld hebben??) gaan
over jurdische dubbele belasting. Wat is nu precies het verschil? Nationale
juridische dubbele heffing gaat over dezelfde periode bij een zelfde
belastingplichtige, waarbij je zijn inkomen twee keer in de heffing betrekt. Dat zie
je bijv. bij een onderneming met een v.i. Die winst van vi. wordt in de bronstaat
belast en tegelijkertijd in de woonstaat van de belastingplichtige.
Bij economische dubbele belasting heffing is dat het niet aan een van die
voorwaarden is voldaan. Dat kan dus bijvoorbeeld zo zijn dat bij twee
verschillende belastingplichtige, één winstbestanddeel, twee keer in de heffing
worden betrokken.
Er is in dit modelverdrag art 9 gaat daarover.
b) Art 9 in modelverdrag. Wat staat daar in? De tekst erbij pakken, even zelf nog
doorlezen. In het tweede lid, then that other state shall make a proper
adjustment. Als je dit zo o leest, is het dan iets wat ze moeten doen? Of zouden
kunnen doen? Er staat Shall. Het is een inspanningsverpliching. Die andere staat
moet dus zijn best doen, maar het hoeft dus niet. Dat blijkt wat expliciter als je
naar heet commentaar gaat kijken bij art 9. Zie paragraaf 6, dat het een
inspanningsverplichting is. Het is dus geen verplichting voor die staat om daar in
mee te gaan. (er is geen resultaatverplichting)
c) Wat gebeurt er vervolgens? Portugal maakt die aanpassing? Die zegt ik ben
het er niet mee eens, het is niet 1000, maar 800. Dan kun je dus een beroep
doen op een belastingverdrag tussen NL en Portugal. Dan zeg je art 9 lid 2 moet
je naar kijken. Het hoeft niet dat er daar een oplossing wordt gevonden zo. Maar
het kan wel.
Is er dan in het belastingverdrag een andere bepaling waar we naar moeten
kijken? Wat nu als er onenigheid is tussen twee landen (over iets anders, dan de
verrekenprijzen), welke bepaling is dan relevant in het verdrag? Art 25, mutal
agreement. Dat landen onderling in overeenstemming moeten komen. Meestal
gaat dit art over verekenprijzen en over de toepassing van artikel 9, maar het kan
ook bij andere onenigheden zijn. Staat in art 25 een verplichting voor staten om
tot een overeenstemming te komen? Er staat we agree that we disagree. De
onzekerheid blijft bestaan, wordt nog niet opgelost.
Twee dingen spelen een rol. Ten eerste is er recentelijk is in art 25 een bepaling
opgenomen die arbitrage gaat regelen. Wat betekent arbitrage onder toepassing
van art 25? Dat zijn wijze mannen die naar het probleem gaan kijken en met een
oplossing komen. In veel verdragen is arbitrage nog niet opgenomen, dus heb je
nog geen oplossing.
Ten tweede hebben ze binnen Europa dat bij zo’n geschil een arbitrage
commisie komt en die zal tot een oplossing komen. Daar moeten landen zich dan
aanhouden.
, Hoe start je zo’n procedure op? Verzoek indienen bij de overheid. Het is een lang
proces.
Wat je van de casus mee moet krijgen:
Dat die art 9 lid 2 die hoeft niet perse mee te gaan met de aanpassingen. Is er
dan een verschil dan kun je via art 25 ipv het verdrag een oplossing ervoor
vinden. Dat daar is een inspanningsverplichting is op grond van art 25 en geen
resultaatverplichting. Een resultaatverplichting is dat er dubbele belasting wordt
weggenomen, dat kan zijn via de nieuwe bepaling in art 25 over arbitrage dan
wel binnen Europa via de arbitrage commissie. Waarbij dus binnen de EU er een
resulaatverplichting is.
Casus 5.2
Pedro Ruiz (in Spanje)
Olie BV (Nederland) Antillen Olie NV (Nederands
Antilliaans)
VI (costa rica)
Wat in de Antillen Olie NV plaat vindt, vindt feitelijk plaats in Olie BV in
Nederland. Wat zou de inspecteur daar op kunnen zeggen? Dus niet op de
antillen maar in Nederland. Er zijn bepaalde winsten in Nederland, zie je in de
casus. Namelijk -500, -60, -540. Op basis van de aangifte zie je in de antillen een
winst van 400,550,780. Wat zou je doen als inspecteur?
Je kunt op twee manieren aan de slag. Die transacties vinden plaats tussen deze
gelieerde partijen (gaan we vanuit).
Eerste standpunt van de inspecteur zou kunnen zijn ik ga de prijs van de
transacties aanpassen. Waardoor je de winst op de antillen in Nederland kan
laten vallen.
Het andere standpunt van de inspecteur zou zijn een aanslag opleggen. aan Olie
NV, zodat je eigenlijk de winst naar Nederland toe haalt.
Dit betekent: de inspecteur probeert de winst die is toegerekend aan de Antillen,
aan Nederland toe te gaan rekenen. Omdat de feitelijke activiteiten eigenlijk in
Nederland plaatsvinden.
Als je er concreet naar gaat kijken, zie je een antal primary adjustments. Als je
dat zou gaan opschrijven. Als we gaan kijken naar Olie BV, in jaar 1, 2 en 3. Stond
in de aangifte 500, 60 en 540. De inspecteur brengt correcties aan, dat zijn de
primary adjustments. In het eerste jaar wordt 400 bijgezet en die 400 is precies
die winst die was aangrekend in het eerste jaar aan de Antilllen. Zo gebeurt dit
alle jaren. Dit zijn de primary adjustments die plaatsvinden bij de Nederlandse
Er dreigt dus dubbele belasting, want als ze in Portugal uitgaan van 800 en in
Nederland van 1000, is dat stukje van 200 euro dat eigenlijk 2 keer belast wordt.
a) Internationale economische dubbele belasting. Als je dat plaatst in de context
van de het verdrag, waarom is het bijzonder dat dit in een modelverdrag
geregeld is? Alle andere allocatiebepalingen (die we behandeld hebben??) gaan
over jurdische dubbele belasting. Wat is nu precies het verschil? Nationale
juridische dubbele heffing gaat over dezelfde periode bij een zelfde
belastingplichtige, waarbij je zijn inkomen twee keer in de heffing betrekt. Dat zie
je bijv. bij een onderneming met een v.i. Die winst van vi. wordt in de bronstaat
belast en tegelijkertijd in de woonstaat van de belastingplichtige.
Bij economische dubbele belasting heffing is dat het niet aan een van die
voorwaarden is voldaan. Dat kan dus bijvoorbeeld zo zijn dat bij twee
verschillende belastingplichtige, één winstbestanddeel, twee keer in de heffing
worden betrokken.
Er is in dit modelverdrag art 9 gaat daarover.
b) Art 9 in modelverdrag. Wat staat daar in? De tekst erbij pakken, even zelf nog
doorlezen. In het tweede lid, then that other state shall make a proper
adjustment. Als je dit zo o leest, is het dan iets wat ze moeten doen? Of zouden
kunnen doen? Er staat Shall. Het is een inspanningsverpliching. Die andere staat
moet dus zijn best doen, maar het hoeft dus niet. Dat blijkt wat expliciter als je
naar heet commentaar gaat kijken bij art 9. Zie paragraaf 6, dat het een
inspanningsverplichting is. Het is dus geen verplichting voor die staat om daar in
mee te gaan. (er is geen resultaatverplichting)
c) Wat gebeurt er vervolgens? Portugal maakt die aanpassing? Die zegt ik ben
het er niet mee eens, het is niet 1000, maar 800. Dan kun je dus een beroep
doen op een belastingverdrag tussen NL en Portugal. Dan zeg je art 9 lid 2 moet
je naar kijken. Het hoeft niet dat er daar een oplossing wordt gevonden zo. Maar
het kan wel.
Is er dan in het belastingverdrag een andere bepaling waar we naar moeten
kijken? Wat nu als er onenigheid is tussen twee landen (over iets anders, dan de
verrekenprijzen), welke bepaling is dan relevant in het verdrag? Art 25, mutal
agreement. Dat landen onderling in overeenstemming moeten komen. Meestal
gaat dit art over verekenprijzen en over de toepassing van artikel 9, maar het kan
ook bij andere onenigheden zijn. Staat in art 25 een verplichting voor staten om
tot een overeenstemming te komen? Er staat we agree that we disagree. De
onzekerheid blijft bestaan, wordt nog niet opgelost.
Twee dingen spelen een rol. Ten eerste is er recentelijk is in art 25 een bepaling
opgenomen die arbitrage gaat regelen. Wat betekent arbitrage onder toepassing
van art 25? Dat zijn wijze mannen die naar het probleem gaan kijken en met een
oplossing komen. In veel verdragen is arbitrage nog niet opgenomen, dus heb je
nog geen oplossing.
Ten tweede hebben ze binnen Europa dat bij zo’n geschil een arbitrage
commisie komt en die zal tot een oplossing komen. Daar moeten landen zich dan
aanhouden.
, Hoe start je zo’n procedure op? Verzoek indienen bij de overheid. Het is een lang
proces.
Wat je van de casus mee moet krijgen:
Dat die art 9 lid 2 die hoeft niet perse mee te gaan met de aanpassingen. Is er
dan een verschil dan kun je via art 25 ipv het verdrag een oplossing ervoor
vinden. Dat daar is een inspanningsverplichting is op grond van art 25 en geen
resultaatverplichting. Een resultaatverplichting is dat er dubbele belasting wordt
weggenomen, dat kan zijn via de nieuwe bepaling in art 25 over arbitrage dan
wel binnen Europa via de arbitrage commissie. Waarbij dus binnen de EU er een
resulaatverplichting is.
Casus 5.2
Pedro Ruiz (in Spanje)
Olie BV (Nederland) Antillen Olie NV (Nederands
Antilliaans)
VI (costa rica)
Wat in de Antillen Olie NV plaat vindt, vindt feitelijk plaats in Olie BV in
Nederland. Wat zou de inspecteur daar op kunnen zeggen? Dus niet op de
antillen maar in Nederland. Er zijn bepaalde winsten in Nederland, zie je in de
casus. Namelijk -500, -60, -540. Op basis van de aangifte zie je in de antillen een
winst van 400,550,780. Wat zou je doen als inspecteur?
Je kunt op twee manieren aan de slag. Die transacties vinden plaats tussen deze
gelieerde partijen (gaan we vanuit).
Eerste standpunt van de inspecteur zou kunnen zijn ik ga de prijs van de
transacties aanpassen. Waardoor je de winst op de antillen in Nederland kan
laten vallen.
Het andere standpunt van de inspecteur zou zijn een aanslag opleggen. aan Olie
NV, zodat je eigenlijk de winst naar Nederland toe haalt.
Dit betekent: de inspecteur probeert de winst die is toegerekend aan de Antillen,
aan Nederland toe te gaan rekenen. Omdat de feitelijke activiteiten eigenlijk in
Nederland plaatsvinden.
Als je er concreet naar gaat kijken, zie je een antal primary adjustments. Als je
dat zou gaan opschrijven. Als we gaan kijken naar Olie BV, in jaar 1, 2 en 3. Stond
in de aangifte 500, 60 en 540. De inspecteur brengt correcties aan, dat zijn de
primary adjustments. In het eerste jaar wordt 400 bijgezet en die 400 is precies
die winst die was aangrekend in het eerste jaar aan de Antilllen. Zo gebeurt dit
alle jaren. Dit zijn de primary adjustments die plaatsvinden bij de Nederlandse