Een onderzoek naar wat goed bestuur inhoudt en een toepassing daarvan in de praktijk
Student:
Studentnummer:
Afstudeerrichting: Besturen van veiligheid
E-mailadres:
Aantal woorden: 5330
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 2
1. Theoretisch kader...................................................................................................................................... 3
1.1 De goede bestuurder en vakmanschap..........................................................................................................4
1.1.A Kenmerk 1 goed bestuur(der): Welwillendheid/altruïsme....................................................................4
1.1.B Kenmerk 2 goed bestuur(der): Om kunnen gaan met kansen en mogelijkheden.................................5
1.1.C Kenmerk 3 goed bestuur(der): Raadgeving............................................................................................5
1.2 Publieke waarden...........................................................................................................................................6
1.2.A Conflicterende waarden.........................................................................................................................9
1.2.B Mijn visie op de ‘publieke waarden’ benadering.................................................................................10
1.3 Public value management (PVM).................................................................................................................11
1.3.A Mijn visie op de PVM-benadering........................................................................................................13
1.4 Conclusie: kader van kernelementen goed bestuur.....................................................................................14
2. Toepassing van goed bestuur in de praktijk.............................................................................................. 15
2.1 Adoptie uit Oeganda....................................................................................................................................15
2.2 Lily en Howick...............................................................................................................................................16
2.3 Afrondende conclusie...................................................................................................................................18
Bibliografie.................................................................................................................................................. 18
Inleiding
‘Falende topambtenaar niet meer wegpromoveren’, kopte de Telegraaf onlangs (Brandsema &
Rigter, 2020). De afgelopen maanden is er veel te doen geweest rond de zogenoemde
toeslagenaffaire, die leidde tot het opstappen van staatssecretaris Menno Snel (Kok, 2019).
2
, Onlangs kwam er een vervolg in het verhaal, toen bekend werd dat de directeur-generaal van
de Belastingdienst eveneens het veld moest ruimen in de nasleep van de toeslagenaffaire
(Bontjes, 2020). Het geeft aan dat het openbaar bestuur voor hete vuren komt te staan en dat
er op bepaalde moment moeilijke en soms ook diffuse keuzes gemaakt moeten worden.
De vraag die daarbij een centrale rol speelt is: wat is goed bestuur? Goed bestuur wordt ook
wel omschreven als het frame waarmee kan worden beoordeeld of het openbaar bestuur, juist
ook in een periode van transformatie, actuele maatschappelijke vragen weet te voorzien van
goede antwoorden (Kwakkelstein, van Dam & van Ravenzwaaij, 2013, p. 7). Publieke
managers komen in de hedendaagse netwerksamenleving voor steeds meer (en nieuwe)
uitdagingen te staan, zoals het balanceren tussen rollen waarin ze functioneren en het omgaan
met agendaturbulentie (’t Hart, 2014, p. 33). Het is lang niet evident hoe het ‘goede’ antwoord
op actuele maatschappelijke vragen luidt. Dat komt niet zozeer doordat er discussie bestaat
over welke waarden écht belangrijk zijn voor goed bestuur, maar doordat er sprake is van
conflicterende waarden (Bovens et al., 2007; de Graaf & Paanakker, 2014). Bovens et al.
(2007, p. 36) onderscheiden in dat verband op hoofdlijnen vier waarden die een rol spelen bij
goed bestuur: democratie, doeltreffendheid, integriteit en rechtmatigheid. Dit zijn allemaal
positieve waarden, waar niemand bezwaren tegen zal hebben. Problematischer wordt het op
het moment dat waarden gaan conflicteren. Hoe krijgt goed bestuur dan vorm?
In deze paper zal getracht worden een antwoord te vinden op de vraag wat goed bestuur is.
Om die vraag te kunnen beantwoorden, zal allereerst in hoofdstuk 1 worden ingegaan op de
verschillende opvattingen die hierover bestaan in de wetenschap. Hieruit vloeit een kader
voort dat bestaat uit wat mijns inziens goed bestuur kan worden genoemd. Vervolgens zal in
hoofdstuk 2 dit kader worden toegepast op de visie van de heer ter Heerdt en kom ik tot een
eigen opvatting van wat goed bestuur is.
1. Theoretisch kader
In dit hoofdstuk zal aan de hand van een theoretisch kader onderzocht worden wat onder
‘goed’, ‘goed bestuur’ of ‘goed bestuurder’ wordt verstaan. Deze beschouwing zal
plaatsvinden aan de hand van drie perspectieven: de goede bestuurder en vakmanschap,
3