Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Hoofdzaken vennootschapsbelasting

Beoordeling
4,3
(7)
Verkocht
24
Pagina's
68
Geüpload op
30-04-2015
Geschreven in
2014/2015

Uitgebreide samenvatting van het hele boek.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting
Hoofdzaken vennootschapsbelasting
Prof. Dr. J.A.G. van der Geld




Demi van
Brunschot

,Hoofdstuk 1: Geschiedenis van de
winstbelastingen in Nederland
1.1 De winstbelasting in Nederland in vogelvlucht
Het grootste deel van de 19de eeuw werd de patentbelasting geheven van
ondernemingen, zowel in een aparte rechtsvorm als natuurlijke personen.
In 1893 kwam de bedrijfsbelasting die samen met de vermogensbelasting
van Pierson de gesplitste inkomstenbelasting vormde. Met de
bedrijfsbelasting wilde men de aandeelhouders belasten. De
patentbelasting en de bedrijfsbelastingen waren belastingen op
winstuitdelingen, het tarief was bescheiden. In 1939 schakelde Nederland
over op een winstbelastin, waarbij de winst werd belast op het moment
waarop zij werd behaald. Van 1939 tot 1941 heeft het besluit op de
winstbelasting gegolden. Dit besluit is later vervangen door het Besluit op
de vennootschapsbelasting 1942, dat van 1941 tot 1970 heeft gegolden.
Na de Duitse inval heeft Nederland de Duitse invloeden op het fiscale
stelsel lang gehandhaafd. Pas in 1970 werd het Besluit Vpb vervangen
door de huidige Wet op de Vpb 1969.

1.2 De belangrijke wijzigingen in de Wet Vpb 1969
Vanaf 1970 heeft de wet een aantal grote wijzigingen ondergaan:
 Tariefwijzigingen: Ooit was het 48% maar nu 20%/25%.
 Heffingsgrondslag is verbreed: bijvoorbeeld aanpassing van de
regels voor verliesverrekening en de invoering van de
objectvrijstelling.
 Overeenstemming met EU-recht: door bijvoorbeeld Bosal arrest is
wetgeving gewijzigd.
 Wens van de wetgever om Nederlandse vestigingsbeleid te
ondersteunen: wijzigingen door bijvoorbeeld innovatiebox en de
RDA-aftrek. Maar ook maatregelen die zijn genomen om tax planning
tegen te gaan hebben gezorgd voor wijzigingen in de wetgeving.
 Technische aanpassingen om te voorkomen dat verliezen ten laste
van de Nederlandse winst kunnen worden gebracht en een latere
winst niet belast kan worden.
 Voortdurende aanpassing van regels met betrekking tot renteaftrek.
Denk aan 10a, 15ad en 13 L.
 Aanpassing om conjuncturele doeleinden: bijvoorbeeld verlening
carry-back termijnen.

,Hoofdstuk 2: Rechtsgrondslagen voor een
vennootschapsbelasting?
2.1 De relatie met de inkomstenbelasting
Nederland kent het zogenoemde klassieke stelsel. Het klassieke stelsel
komt er op neer dat de Vpb wordt geheven zonder rekening te houden met
de heffing van inkomstenbelasting bij de aandeelhouder, en omgekeerd.
Naast dit stelsel zijn er nog meer stelsels te onderscheiden:
1. Het klassieke stelsel
2. Geïntegreerde stelsels
a. Stelsel van volledige integratie
b. Overige geïntegreerde stelsels


1. Aftrekvarianten (aanpassingen aan Vpb-zijde)
 Aftrek primair dividend
 Aftrek alle uitbetaalde dividenden
 Aftrek primair rendement

2. Toerekeningsvarianten of verrekeningsstelsels (aanpassingen IB
zijde)
 ‘Franse’ variant (partiële verrekening)
 vroegere ‘Duitse’ variant (volledige verrekening)
 ‘Nederlandse’ variant voor de aanmerkelijkbelanghouders (forfaitaire
verrekening)

2.1.1 Het klassieke stelsel
In het klassieke stelsel wordt Vpb geheven over de winst van het lichaam
en wordt los daarvan IB geheven over de daarna door het lichaam aan de
participanten uitgekeerde winst. Wanneer een aandeelhouder in box 3 valt
maakt het voor de totale belastingdruk niet uit welk deel van de winst
door de vennootschap aan de aandeelhouder wordt uitgekeerd. Dit is
anders in box 1 en 2, omdat hier geen forfaitair maar reëel inkomen wordt
belast.

De IB-ondernemer, de aanmerkelijkbelanghouder en particulier/niet a.b.
houder worden verschillend belast, zie een voorbeeld op p. 7.

2.1.2 Het stelsel van volledige integratie
De Vpb wordt volledig in de IB geïntegreerd. De Vpb wordt gezien als een
voorheffing van de IB die de aandeelhouder verschuldigd is over de door
het lichaam gemaakte winst. Lichaam als zodanig heeft geen draagkracht,
achterliggende natuurlijk persoon wel. De opbrengst van alle
productiefactoren wordt in dit stelsel slechts met IB belast. In de praktijk
wordt dit stelsel nergens gehanteerd.

Voorbeeld van dit stelsel op p.9.

,2.1.3 De overige geïntegreerde stelsels
Bij de overige geïntegreerde stelsels kunnen twee basisvormen worden
onderkend, de aftrek- en de toerekeningsvariant.

De aftrekvariant kent 3 sub varianten:
 Aftrek van een primair dividend: de normaal te achten vergoeding
over het in de onderneming werkzame eigen vermogen is een fiscaal
aftrekbare kostenpost bij de Vpb heffing, indien deze vergoeding ter
beschikking wordt gesteld als dividend. (juridische benadering)
 Aftrek van alle dividenden: alle dividenden gelden als kostenpost
voor de Vpb, per saldo slecht een Vpb voor ingehouden winsten.
(juridische benadering)
 Aftrek van primair rendement: de normale beloning voor eigen
vermogen is aftrekbaar, onafhankelijk van de vraag of die beloning
ook aan de aandeelhouders ter beschikking wordt gesteld als
dividend. (economische benadering)

De normale beloning van het eigen vermogen wordt gesteld op de
marktrente voor staatsleningen plus enkele procentpunten als
risicopremie.
In deze stelsels wordt de vergoeding voor eigen vermogen niet
gediscrimineerd ten opzichte van de vergoeding voor vreemd vermogen.
Een belangrijk nadeel van het klassieke stelsel is hierdoor bij de
geïntegreerde stelsel verdwenen. Het klassieke stelsel bevat namelijk een
prikkel voor ongezonde financieringsstructuren.

Voorbeelden van de aftrekvariant op p. 10, 11 en 12

Bij verrekeningsstelsels wordt de Vpb verrekend met de door de
aandeelhouder verschuldigde IB over de uitgekeerde winst.
 Franse variant: bij de Vpb wordt gewoon Vpb geheven, maar bij de
aandeelhouder wordt het ontvangen dividend met 40% opgehoogd
en wordt de aandeelhouder tevens een belastingkrediet voor
hetzelfde bedrag gegeven. De Franse fiscus verrekent in principe
slechts Franse Vpb. Het wordt slechts bij buitenlandse
aandeelhouders gegeven indien en voor zover dit in het
belastingverdrag tussen Frankrijk en de woonstaat van de
aandeelhouder is overeengekomen. (voorbeeld p. 13)
 Duitse variant: over de uitgedeelde winst wordt Vpb naar een
beduidend lager tarief geheven dan over de inhouden winst. Over
ingehouden winst 45% en over uitgedeelde winst 30%. De Duitse
aandeelhouder kon vervolgens de Vpb die drukt op de uitgedeelde
winst volledig verrekenen. (voorbeeld p. 14)

Duitsland heeft het systeem in 2001 radicaal gewijzigd. Het gesplitste Vpb
tarief is vervangen door een vast Vpb tarief van 25%, terwijl de
aandeelhouder met een aanmerkelijk belang slechts voor een deel va het
dividend in de inkomstenbelasting wordt betrokken.

,Vanaf 1 januari 1997 hanteert Nederland voor de a.b. houder het systeem
van forfaitaire verrekening van de Vpb met de door de aandeelhouder
verschuldigde IB. Dividenden en koerswinsten belast tegen 25%.

2.2 Rechtsgrondslagen voor de vennootschapsbelasting
Onder grondslagen verstaan we de redenen die de huidige Vpb zouden
rechtvaardigen. Gezocht wordt naar een juridische, normatieve
rechtvaardiging maar ook economie speelt een belangrijke rol. De
grondslagen:
 De antropomorfe visie: een lichaam is een zelfstandige entiteit
waaraan belastingheffing kan worden gekoppeld. De rechtspersoon
moet los worden beschouwd van de persoon van de individuele
kapitaalverschaffer.
o Kritiek:
 Meeles: NV staat zo ver van zijn aandeelhouders dat het
lichaam zelfstandig in de Vpb mag worden betrokken en
dan ook de beloning van alle productiefactoren gelijk
behandeld moeten worden.
 De BV staat vaak niet ver van aandeelhouders, moet
onderscheid tussen de BV en de NV zijn.
 Een lichaam heeft geen draagkracht (Treub, Brull), dit
kan leiden tot een afwentelingsprobleem.
 De leer van het globale evenwicht: deze theorie rechtvaardigt een
aparte Vpb vanuit de gedachte dat zij nodig is om een globaal
evenwicht te bewerkstelligen tussen de ondernemer in de IB en de
ondernemer die zijn onderneming in de NV of BV vorm heeft
omgezet. (voorbeeld p.19)
 De compensatietheorie van Zeven en Kaldor: De Vpb is een heffing
over de capital-gains van de aandeelhouder.
 Het profijtbeginsel: Belasting is op zijn plaats naar rato van het
profijt dat een persoon van de overheid geniet. De gedachte is dat
de aandeelhouders profiteren van het door de overheid gecreëerde
en in stand gehouden rechtsstelsel dat het hen mogelijk maakt de
aansprakelijkheid te beperken tot de storting op hun aandelen.
o Kritiek:
 Profijt is niet goed te meten.
 Beperkte aansprakelijkheid is een overeenkomst tussen
aandeelhouders en crediteuren. Er is geen reden waarin
de overheid hier de ene partij zwaarder zou belasten dan
de andere. (Kay en King)
 Het buitenkansbeginsel: belasting heffen naar gelang een persoon
met de verkrijging van een bate in een bevoorrechte positie verkeert
in vergelijking met een ander. Dit beginsel voert naar een
overwinstbelasting, de normale vergoeding voor de productiefactor
kapitaal is niet in de belastbare grondslag begrepen. Je komt op een
stelsel van aftrek van primair rendement.
 Het budgettaire argument: de budgettaire opbrengst van Vpb kan
niet gemist worden.
o Kritiek:

,  Budgettaire neutraliteit hoeft niet te betekenen dat er
aan de Vpb niets veranderd kan worden. Je zou het
bijvoorbeeld op kunnen lossen met een hogere
omzetbelasting.

Er is gebrek aan een duidelijke grondslag voor de Vpb. Nederland blijft
hangen aan het klassieke stelsel. Het klassieke stelsel geldt sinds 1997
niet meer voor a.b. houders maar wel voor kleine aandeelhouders.

Voorstel van Dijck met betrekking tot Vpb:
Eén ondernemingswinstbelasting waar alle IB en Vpb ondernemingen
onder vallen. Aanvullend wordt IB geheven bij de natuurlijk
persoon/ondernemer indien hij vermogen onttrekt aan de onderneming. Bij
de aandeelhouder van een NV of BV wordt aanvullend IB geheven bij
winstuitdeling door de vennootschap. De geheven ondernemingsbelasting
wordt verrekend met de verschuldigde IB. In dit systeem wordt uiteindelijk
aan het lichaam geen aparte heffing opgelegd. Voordelen van dit systeem:
 Het stelsel is neutraal ten opzichte van de rechtsvorm waarin de
onderneming wordt gedreven.
 Het stelsel zorgt voor neutraliteit ten aanzien van de financiering
met eigen of vreemd vermogen.
 Winstinkomen krijgt binnen de IB een aparte plaats.

Wanneer er 1 algemene vlaktaks met een proportioneel tarief gelijk aan
het Vpb tarief wordt ingevoerd heb je nog geen
ondernemingswinstbelasting maar kunnen wel een aantal problemen
worden opgelost.




Hoofdstuk 3: De Nederlandse vennootschapsbelasting
en het EU-recht
3.1 Inleiding
Met het voortschrijden van de economische integratie binnen de Europese
Unie neemt ook de invloed van EU-regelgeving op de winstbelasting van
de lidstaten toe. In dit hoofdstuk wordt op de hoofdzaken van de EU met
betrekking tot de Vpb ingegaan.

3.2 Algemene aspecten van EU-recht
De Europese gemeenschap is in 1957 opgericht door België, Duitsland,
Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland en is later nog veel verder
uitgebreid. De grondslag van de Europese Gemeenschap bestaat uit het
EEG verdrag, het EGKS verdrag en het Euratom verdrag. De EU is primair
een economische en monetaire gemeenschap.

3.2.1 Primair en secundair EU-recht

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
30 april 2015
Aantal pagina's
68
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING
€4,98
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 24 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 7 reviews worden weergegeven
8 jaar geleden

9 jaar geleden

9 jaar geleden

9 jaar geleden

9 jaar geleden

10 jaar geleden

10 jaar geleden

4,3

7 beoordelingen

5
3
4
3
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
DemiBr93 Tilburg University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
273
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
135
Documenten
24
Laatst verkocht
5 jaar geleden

4,0

36 beoordelingen

5
13
4
12
3
10
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen