Ontwikkelings- en onderwijspsychologie Les 1
Twee deeltentamens
24 meerkeuze 1p24 + 1 open vraag 6p1
Je kan 30p halen per tentamen en over de twee tentamens moet je 40
punten halen.
1. Nature vs. Nurture
Nature = aangeboren, genetisch
Nurture = aangeleerd gedrag
2. Het actieve kind
Kinderen beïnvloeden hun eigen ontwikkeling
- Aandacht tijd investeren
- Taal vragen stellen
- Spel ontdekkend leren
- Keuzes zelf keuzes maken
3. Continuïteit vs. Discontinuïteit
Sommige vaardigheden leren
kinderen in een continuïteit, terwijl
andere dingen kinderen ineens
lijken te begrijpen discontinuïteit
Grafieken gaan vaak over
gemiddelden! + de continuïteit
wordt opgedeeld in fases om het
makkelijker te maken voor
onderzoekers en leerkrachten.
, Assimilatie
incorporeren van wat
waargenomen wordt in
een bestaand
handelingsschema.
Voorbeeld: een kind
heeft geleerd dat een
hond een dier is, als hij
ontdekt dat ook katten
dieren zijn, wordt "kat"
ondergebracht in het
schema "dier"
Accommodatie
incorporeren van wat waargenomen wordt in een nieuw
handelingsschema. Voorbeeld: er wordt iets gelezen over de politiek,
hierdoor past het kind zich aan en kijkt anders naar de politiek.
4. Mechanismen van verandering
Gedragsmatig
Neuraal (zenuwstelsel)
Genetisch
Het doel hiervan is erachter komen hoe we beter kunnen inspelen op
verandering. Ontwikkeling van de hersenen speelt een belangrijke rol.
, 5. Socioculturele context
Een kind maakt deel uit van een
systeem. Sociaaleconomische status
en cultuur maken veel verschil in de
ontwikkeling van een kind.
- Cultureel context vormt een
referentiekader waardoor je
kijkt en beoordeeld
- Opvattingen over het onderwijs
veranderen ook mee met de
culturele veranderingen.
6. Individuele verschillen
Genetische verschillen
Verschillende aanpakken
Verschillende reacties
Verschillende omgeving
Veel kinderen zullen rond het gemiddelde zitten, maar er zullen ook net
zoveel uitschieters naar boven als naar beneden zijn en dat is normaal.
Je moet leren omgaan met deze
verschillen.
Dit is een oneerlijke methode
om leerlingen op succes te
beoordelen. Maar een hele goede
methode om de beste
appelplukkers te selecteren.
Deze verschillen bestaan er ook
in het onderwijs!
7. Welzijn bevorderen
Twee deeltentamens
24 meerkeuze 1p24 + 1 open vraag 6p1
Je kan 30p halen per tentamen en over de twee tentamens moet je 40
punten halen.
1. Nature vs. Nurture
Nature = aangeboren, genetisch
Nurture = aangeleerd gedrag
2. Het actieve kind
Kinderen beïnvloeden hun eigen ontwikkeling
- Aandacht tijd investeren
- Taal vragen stellen
- Spel ontdekkend leren
- Keuzes zelf keuzes maken
3. Continuïteit vs. Discontinuïteit
Sommige vaardigheden leren
kinderen in een continuïteit, terwijl
andere dingen kinderen ineens
lijken te begrijpen discontinuïteit
Grafieken gaan vaak over
gemiddelden! + de continuïteit
wordt opgedeeld in fases om het
makkelijker te maken voor
onderzoekers en leerkrachten.
, Assimilatie
incorporeren van wat
waargenomen wordt in
een bestaand
handelingsschema.
Voorbeeld: een kind
heeft geleerd dat een
hond een dier is, als hij
ontdekt dat ook katten
dieren zijn, wordt "kat"
ondergebracht in het
schema "dier"
Accommodatie
incorporeren van wat waargenomen wordt in een nieuw
handelingsschema. Voorbeeld: er wordt iets gelezen over de politiek,
hierdoor past het kind zich aan en kijkt anders naar de politiek.
4. Mechanismen van verandering
Gedragsmatig
Neuraal (zenuwstelsel)
Genetisch
Het doel hiervan is erachter komen hoe we beter kunnen inspelen op
verandering. Ontwikkeling van de hersenen speelt een belangrijke rol.
, 5. Socioculturele context
Een kind maakt deel uit van een
systeem. Sociaaleconomische status
en cultuur maken veel verschil in de
ontwikkeling van een kind.
- Cultureel context vormt een
referentiekader waardoor je
kijkt en beoordeeld
- Opvattingen over het onderwijs
veranderen ook mee met de
culturele veranderingen.
6. Individuele verschillen
Genetische verschillen
Verschillende aanpakken
Verschillende reacties
Verschillende omgeving
Veel kinderen zullen rond het gemiddelde zitten, maar er zullen ook net
zoveel uitschieters naar boven als naar beneden zijn en dat is normaal.
Je moet leren omgaan met deze
verschillen.
Dit is een oneerlijke methode
om leerlingen op succes te
beoordelen. Maar een hele goede
methode om de beste
appelplukkers te selecteren.
Deze verschillen bestaan er ook
in het onderwijs!
7. Welzijn bevorderen