§1 Aandachtspunten bij scholing
- Hoe kan scholing gelijke tred houden met een veranderende bedrijfsomgeving?
Steeds vaker gaan organisaties bewuster te werk en brengen zij scholing in verband
met de veranderende eisen die voortvloeien uit de strategische doelen. Met
bedrijfsacademies wordt getracht te komen tot een meer samenhangend
scholingsaanbod met als oogmerk het vakmanschap op peil te houden en zo
mogelijk te versterken.
- Welke scholingsmethode is de beste? Klassikaal onderwijs is misschien niet
realistisch genoeg en minder effectief dan training on-the-job. In de dienstverlenende
sector wordt de klant regelmatig geconfronteerd met medewerkers die on-the-job
getraind worden. Het voordeel hiervan is onder meer dat de medewerker niet alleen
feedback krijgt van de begeleider, maar ook via de reacties van de klant. Vaak wordt
er een combinatie van een klassikale theoretische scholing en een training on-the-job
toegepast. Training on-the-job kan echter oponthoud of vertraging veroorzaken
waardoor de productie afneemt en/of klanten geïrriteerd raken. Steeds meer
organisaties maken gebruik van virtual reality om scholing te optimaliseren. Dit is
echter niet altijd effectief. VR is bijvoorbeeld niet geschikt voor het werken in een
team of verbeteren van sociale vaardigheden, omdat VR-scholing strikt genomen
een individuele ervaring is. Voor kennisoverdracht leent VR zich goed. Door
interactieve werkvormen te hanteren nemen de leermogelijkheden verder toe.
- Hoe kun je effectief mondiaal scholen? Tegenwoordig zijn veel organisaties over de
hele wereld actief. Het is van het grootste belang dat bedrijven een constante
kwaliteit van producten of diensten leveren, willen ze overleven op de elkaar
beconcurrerende markten van tegenwoordig. Soms is het lastig om een wereldwijde
uniformiteit te bewerkstelligen. VR en e-learning bieden organisaties een realistisch
en effectief scholingsinstrument dat eenvoudig mondiaal te gebruiken is. Voor
bedrijven die zich geen VR-scholing kunnen veroorloven zijn er alternatieven, zoals
scholing via de computer, teleconferenties of met behulp van filmmateriaal.
- Met welk scholingsmateriaal houd je werknemers gemotiveerd om te leren? De
lessen en werkboeken kunnen inhoudelijk uitstekend van kwaliteit zijn, maar totaal
niet effectief als ze de studenten niet boeien of motiveren om te leren. Naast of in
plaats van de gebruikelijke lesboeken en syllabi zijn er verschillende mediavormen
zoals video’s, dvd’s en youtube en bijvoorbeeld de mogelijkheid van VR.
Bovenstaande is vooral vanuit het werkgeversperspectief, de aanbodkant, geschreven. Een
niet te onderschatten factor is ook de wens van de werknemer zelf om vakbekwaam te
blijven. Vakmensen willen op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen.
§2 Scholing versus ontwikkeling
Scholing houdt in dat werknemers speciale vaardigheden aanleren of leren om op bepaalde
punten beter te functioneren. Scholing is bedoeld om het competentieniveau aan te passen
aan het gewenste niveau. Ontwikkeling houdt in dat werknemers vaardigheden aanleren
die het bedrijf in de toekomst nodig zal hebben. Dit is een activiteit gericht op de persoonlijke
ontwikkeling over een langere termijn en zal deel uitmaken van het persoonlijke
ontwikkelplan (POP) van de medewerker.
, Bij scholing ligt de nadruk op de huidige functie. Bij ontwikkeling ligt de nadruk op zowel de
huidige functie als de functies die een werknemer in de toekomst zal kunnen vervullen.
Scholing is bedoeld voor de individuele werknemer, terwijl ontwikkeling zich kan richten op
het hele personeel of de organisatie. Met andere woorden, scholing is functiespecifiek en
pakt bepaalde gebreken of problemen aan. Dit in tegenstelling tot ontwikkeling waar het
meestal gaat om de vaardigheden en inzetbaarheid van het totale personeel. Scholing richt
zich vooral op acute bedrijfsorganisatorische behoeften. Ontwikkeling richt zich op de
behoeften op de langere termijn. Het doel van scholing is een relatief snelle verbetering in
de prestaties van de werknemer, terwijl het doel van ontwikkeling een complete verrijking
van de kwaliteiten van het personeel is. Waar scholing van grote invloed is op het huidige
prestatieniveau, is ontwikkeling een diepte-investering in de mensen en de organisatie en
zal op langere termijn vakbekwamer en flexibeler personeel opleveren.
Houd er rekening mee dat scholing een negatieve associatie kan hebben. Scholing kan
betekenen dat iemand bepaalde kennis of vaardigheden mist. De negatieve emotie voor
werknemers, dat ze geschoold moeten worden, kan groter zijn dan de positieve ervaring
meer kennis te vergaren. Het is moeilijk daar verandering in te brengen. Om dit toch te
bereiken kan een bedrijf de aandacht vestigen op de mogelijkheid beter te functioneren door
middel van scholing in plaats van het corrigeren van een gebrek aan een bepaalde
vaardigheid. Met andere woorden, scholing wordt dan aangeboden als een vorm van
ontwikkeling. Met het oog op het hoge tempo waarin veranderingen plaatsvinden op veel
werkplekken is scholing pure noodzaak geworden. Het is dan ook nodig dat de
bedrijfscultuur verandert, zodat er positief tegen scholing wordt aangekeken.
Het is belangrijk verschillen in doelen en motivatie in gedachten te houden tijdens het
ontwikkelen en evalueren van scholingsprogramma’s. Scholingsprogramma’s zijn het meest
zinvol bij actuele kwesties. Ontwikkelingsprogramma’s zijn bedoeld als een investering voor
de langere termijn.
§3 Scholingsvraagstukken
Het scholingsproces roept een aantal vragen op die de manager eerst moet beantwoorden:
- Is scholing de oplossing voor het probleem?
- Zijn de scholingsdoelen duidelijk en haalbaar?
- Is scholing een goede investering?
- Is scholing effectief?
Is scholing de oplossing?
Een kerndoel van scholing is het oplossen of verbeteren van functioneringsproblemen.
Echter niet alle functioneringsproblemen vragen om scholing. Gebrekkig functioneren kan
een aantal oorzaken hebben, waarvan er veel niet binnen de macht van de werknemer
liggen, en om die reden niet kunnen worden verholpen door scholing.