Vragen hoofdstuk 2 :
1. Wanneer is het heelal ontstaan?
2. Hoeveel sterren zitten er in het melkwegstelsel?
3. Wat is de snelheid van licht?
4. Wat is de astronomische eenheid?
5. Wat is een lichtjaar
6. Hoe is leven ontstaan?
7. Wat zijn de vier basiselementen geweest voor het ontstaan van leven?
8. Wat zijn de twee elementen voor water?
9. Wat is kenmerkend voor levend?
10.Wat is kenmerkend voor dood?
11.Wat is 1 cel?
12.Wat is een meercellige organisme?
13.Welk rijk heeft geen celwand
14.Waar ligt het DNA opgeborgen?
15.Wat is de definitie van evolutie?
16.Wat is de definitie van erfelijkheid?
17.Wat gebeurt er als mutatie voordelen oplevert?
18.Wanneer levert een mutatie voordelen op?
19.Noem een kenmerk van een soort?
20.Wat bedoelde Darwin met; ‘’survival of the fittest’’
21.Benoem de vijf vormen van natuurlijke selectie
22.Wat is mutatie?
23.Wat houdt de evolutietheorie in?
24.Wat zijn prokaryoten?
25.Wat zijn eukaryoten?
26.Wat zijn de 8 onderverdelingen?
27.Welke 5 rijken bestaan er?
28.Hoe wordt een levensgemeenschap gevormd?
29. Wanneer kan een soort leven? (3V’S)
30.Wat is een niche?
Vragen hoofdstuk 3:
1. Wat is een belangrijk kenmerk van de plant?
2. Wat is de functie van chlorofyl?
3. Hoe wordt hyfen ook wel genoemd?
4. Wat betekent symbiose?
5. Welke 3 sporenplanten zijn er in het boek?
6. In welke 2 wordt de zaadplanten onderverdeeld?
7. Welke soorten zijn bedektzadigen?
8. Wat is de functie van vaatbundels?
9. Welke twee vaatbundels bestaan er?
1. Wanneer is het heelal ontstaan?
2. Hoeveel sterren zitten er in het melkwegstelsel?
3. Wat is de snelheid van licht?
4. Wat is de astronomische eenheid?
5. Wat is een lichtjaar
6. Hoe is leven ontstaan?
7. Wat zijn de vier basiselementen geweest voor het ontstaan van leven?
8. Wat zijn de twee elementen voor water?
9. Wat is kenmerkend voor levend?
10.Wat is kenmerkend voor dood?
11.Wat is 1 cel?
12.Wat is een meercellige organisme?
13.Welk rijk heeft geen celwand
14.Waar ligt het DNA opgeborgen?
15.Wat is de definitie van evolutie?
16.Wat is de definitie van erfelijkheid?
17.Wat gebeurt er als mutatie voordelen oplevert?
18.Wanneer levert een mutatie voordelen op?
19.Noem een kenmerk van een soort?
20.Wat bedoelde Darwin met; ‘’survival of the fittest’’
21.Benoem de vijf vormen van natuurlijke selectie
22.Wat is mutatie?
23.Wat houdt de evolutietheorie in?
24.Wat zijn prokaryoten?
25.Wat zijn eukaryoten?
26.Wat zijn de 8 onderverdelingen?
27.Welke 5 rijken bestaan er?
28.Hoe wordt een levensgemeenschap gevormd?
29. Wanneer kan een soort leven? (3V’S)
30.Wat is een niche?
Vragen hoofdstuk 3:
1. Wat is een belangrijk kenmerk van de plant?
2. Wat is de functie van chlorofyl?
3. Hoe wordt hyfen ook wel genoemd?
4. Wat betekent symbiose?
5. Welke 3 sporenplanten zijn er in het boek?
6. In welke 2 wordt de zaadplanten onderverdeeld?
7. Welke soorten zijn bedektzadigen?
8. Wat is de functie van vaatbundels?
9. Welke twee vaatbundels bestaan er?