Kennisclip 2 week 1
Leerdoel: De rol en belangen van diverse actoren in het veld van de arbeidsverhoudingen
beschrijven.
1. Spelers op niveau onderneming
2. Spelers op bedrijfstakniveau
3. Spelers op centraal niveau
1. Spelers in de onderneming
2. Spelers in de bedrijfstak
• Werknemersverenigingen (vakbonden);
• Werkgeversverenigingen;
• Sluiten samen CAO (week2);
• Bedrijfstak-cao: cao die wordt afgesloten voor een bedrijfstak (bv. Metaal,
detailhandel, hbo)
• Overheid: de minister kan een bedrijfstak-cao algemeen verbindend verklaren: dan
geldt hij voor de gehele bedrijfstak
3. Spelers op centraal niveau
• Sociale partners: de vakcentrales. De vakcentrales zijn overkoepelende verengingen,
waarbij de afzonderlijke werknemersverenigingen (vakbonden) en
werkgeversverenigingen zijn aangesloten.
• De overheid (maar niet als regering)
• De sociale partners= landelijk niveau
,Waar treffen spelers op centraal niveau elkaar?
Op centraal niveau treffen werkgevers en werknemers (organisaties) elkaar in de:
A. STAR (de stichting van de Arbeid)
Sociale partners: werkgevers en werknemersorganisaties: bipartiet
B. De SER (Sociaaleconomische Raad)
Sociale partners plus de overheid: Tripartiet
Stichting van de Arbeid (STAR)
• Ontstaan: opgericht in 1945 (direct na WO II)
• Streven: samen werken aan wederopbouw van NL
• Rechtsvorm: Privaatrechtelijk (ziet toe op relaties tussen personen)
• Doelstelling: stimuleren goede arbeidsverhoudingen werkgever en werknemer
• Hoe?
- (1) Advies geven aan de regering
- (2) Overlegorgaan voor werkgevers en vakcentrales
• Leden: werkgevers-en werknemersvertegenwoordigers. Bipartiet
• Agendapunten: pensioenvoorzieningen, scholing, gelijke behandeling man/vrouw,
arbeidskansen bepaalde groepen
STAR: hoe belangrijk?
In de STAR komt Centraal Akkoord of Sociaal Akkoord tot stand:
• Dat is een afspraak tussen de werknemers en werkgevers gemaakt over de
loonontwikkeling en andere arbeidsvoorwaarden
• Deze afspraak is een richtlijn voor alle cao’s die overeenkomstig het centraal akkoord
moeten worden aangepast
• In voor- en najaar komen werkgevers en werknemers in de STAR bij elkaar om een
Centraal Akkoord te beproeven
• Een voorbeeld: pensioenakkoord 2011
Sociaal Economische Raad (SER)
• Ontstaan:
- 1950 (bij totstandkoming Wet op de Bedrijfsorganisaties)
, - Publiekrechtelijk orgaan (betreft zaken die de overheid regelt in het algemeen
belang)
• Leden: samenstelling is tripartiet (totaal 33 leden)
- 1/3 vertegenwoordigers centrale werkgeversorganisaties
- 1/3 vertegenwoordigers centrale werknemersorganisaties
- 1/3 ‘Kroonleden’ (overheid)
• Hoofdfunctie
- Gevraagd of ongevraagd geven van adviezen aan de regering op
sociaaleconomisch terrein
Kennisclip 3 week 1
Oorsprong arbeidsverhoudingen NL
• Moderne Westerse arbeidsverhoudingen zijn ontstaan tijden de industriële revolutie
• Verschil in machts- en gezagsverhouding
• In het begin: werkgevers hadden alle macht
• In de loop der tijd: veel meer een spel van evenwicht
• Vogelvlucht na WO II
• In de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden (binnen en buiten de
onderneming is de werknemer doorgaans de minst machtige partij)
Poldermodel: NL’ traditie
• Nadruk ligt op samenwerken, bondgenoten zoeken, consensus zoeken en
compromissen sluiten
• Definitie ‘’Het Nederlands consensusmodel waarin werkgevers, vakbonden en
overheden met elkaar onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en lonen’’
• Ook: ‘’Overlegeconomie’’
• Bij een probleem eerst overleggen met zoveel mogelijk betrokken partijen en met die
partijen vervolgens naar een oplossing zoeken
Kapitalisme: de basis van onze arbeidsverhoudingen
Een economisch systeem gebaseerd op:
- Investeringen van geld in verwachte winst
- Privaat eigendom van particuliere ondernemers (grote vrijheid)
- Loonwaarde vs. Meerwaarde
- Winst niet alleen consumeren maar ook herinvesteren
- Concurrentie
- Distributie van producten in de vrije markt
Kapitalisme: 2 visies
Rijnlands vs. Anglo-Amerikaans denken
1. Anglo-Amerikaans (ook wel Angelsaksisch) denken:
Roots in Groot-Brittannië en de VS
2. Rijnlands denken:
Roots in West- en Noord Europese samenleving
, Anglo-Amerikaans denken: hoofdlijnen
• Dominantie van het bedrijfsleven
• Marktdenken
• Shareholders value
• Processen binnen organisaties worden als rationeel gezien
• Efficiëntie denken
• Korte termijnresultaten
• ‘The American dream’
Anglo-Amerikaans denken: reaganisme
• Terugtrekken van de staat
• Bezuinigen op sociale voorzieningen
• Privatisering gezondheidszorg en energie
• England: Margaret Thatcher: the iron lady
Anglo-Amerikaans denken: effecten
• Groot sociaal verval
• Veel werkloosheid
• Sloppenwijken
• Drugsgebruik
• Grote verschillen tussen arm en rijk
• Milieuvervuiling
• Matig presterende economie
Rijnlands denken: hooflijnen
• Overleg, consensus
• Belangen van alle stakeholders
• Kracht van het collectief
• Rekening houden met natuur, milieu en werkgelegenheid
• Nadrukkelijke rol van de staat/overheid
Arbeidsmarkt instituties: LME versus CME