Communicatie
Hoofdstuk 7 Productbeleid en dienstenmarketing
7.1 Wat is een product?
Product: Een combinatie van tastbare en niet-tastbare eigenschappen waarmee een artikel
of dienst in een bepaalde behoefte van een klant voorziet.
Bundle of benefits (pakket voordelen)= Hoe een marketeer een product ziet.
Zelfde fysieke producten voor een andere prijs, zijn niet hetzelfde product. Komt door
bijvoorbeeld betere service bij het duurdere product.
Als we in het kader van de strategieontwikkeling een product of dienst analyseren, houden
we daarbij drie niveaus voor ogen, die elk een bepaalde waarde toevoegen voor de klant. De
drie niveaus zijn:
1. Het kernproduct (core product/core benefit): De basisfunctie of de
probleemoplossende, niet-tastbare voordelen die het product biedt. Vertrekpunt van de
marketeer voor een nieuw product Wat koopt de klant nu eigenlijk?
2. Het tastbaar product (actual product): Een product met bepaalde eigenschappen of
functies, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan het kwaliteitsniveau, de vormgeving,
de merknaam en de verpakking.
3. Het uitgebreid product (augmented product): De niet-tastbare, psychologische
voordelen en geboden service die het product in de ogen van de koper extra aantrekkelijk
maken. Bv. Service, garantie, thuisbezorging, etc. Deze toegevoegde eigenschappen of
extra’s zijn meestal diensten die dele uitmaken van de prijs-, distributie- of promotiebeleid
van het bedrijf.
Productattributen= Spullen of eigenschappen die de koopbeslissing of merkenkeuze de
doorslag geven.
, In de communicatie met de klant is het belangrijk dat niet het kale basisproduct wordt
benadrukt, maar dat er vooral moet worden ingegaan op waarom het een goed idee is om
het product te kopen.
7.2 Typen consumentenproducten
We onderscheiden twee soorten typen producten: consumentenproducten en zakelijke
producten.
Er zijn 2 typen producten:
1. Consumptiegoederen (consumentenproducten)
Kopers = individuele klanten/gezinnen voor persoonlijke consumptie of eigen gebruik.
Deze kopers noemen we de finale afnemers of eindgebruikers van het product.
2. Industriële producten
Worden geleverd aan organisaties die ze op hun beurt doorverkopen of gebruiken bij
het maken van een halffabricaat of eindproduct, of bij de levering van een dienst.
Producten worden nauwelijks uitsluitend beschouwd als consumentenproducten of
industrieelproduct.
Consumentenproducten worden onderverdeeld in 4 groepen:
1. Convenience products (gemaksproducten concenience goods)
2. Shopping products (winkelproducten of keuzeproducten shopping goods)
3. Specialty products (speciale producten specialty goods)
4. Unsought products (niet-gewilde producten unsought goods)
Het onderverdelen wordt gebaseerd op de aankoopfrequentie en de tijd(inspanning) die de
consument bereid is aan de aankoop te besteden. Melvin Copeland, een van de eerste
marketinghoogleraren aan de Harvard Business School, heeft deze indeling ooit voorgesteld.
Convenience products
Producten die de consument vaak koopt, onmiddellijk en zonder zich te veel te willen
inspannen.
De koper besteedt weinig tijd aan het vergelijken van de prijs en kwaliteit tussen
producten, omdat de meeste merken weinig van elkaar verschillen (bv. Zeep, bezine
en melk). = homogene producten