Oefenvragen tentamen sociale
psychologie
Leerjaar 1, Semester 1, Blok 2, Universiteit Utrecht
Schooljaar 2021-2022
, 1. Marieke moet samen werken met Sanne. Hier baalt zij enorm van want ze heeft gehoord dat
Sanne geen harde werker is. Wanneer Marieke met Sanne afspreekt om aan de opdracht te
werken doet Marieke niet veel mee in oplossingen verzinnen, want ze vind dat Sanne wel is
wat mag doen. Hierdoor denkt Sanne: “Als Marieke niet veel gaat doen dan doe ik ook niet
veel”. Als gevolg hiervan denkt Marieke: “Zie je wel dat Sanne niet hard werkt!” Dit fenomeen
heet:
A. Self-esteem
B. Self-fulfilling prohecy
C. Private acceptence
D. Public compliance
2. In welke situatie passen zal confirmatie (het aanpassen aan andere) bij jou het meest
voorkomen?
A. In een voor jou bekende omgeving
B. Wanneer jij iemand kan helpen met jouw kennis
C. Op een drukke locatie
D. Wanneer de situatie niet duidelijk is en je niet weet wat je moet doen
3. Er vind een experiment plaats waarbij mensen moeten aangeven welke van de 4 touwtjes het
kortste is. Elke deelnemer mag kort kijken en antwoord hierna hardop in de groep. Jij bent als
laatste en iedereen heeft aangegeven dat touwtje 4 het kortste is. Wanneer jij mag kijken zie je
alleen duidelijk dat touwtje 1 het kortste is. Je wilt niet voor schut staan en zegt in de groep
toch dat touwtje 4 het kortste is. Dit is een vorm van:
A. Normatieve sociale invloed
B. Minderheidsinvloed
C. Injectieve norm
D. Beschrijvende norm
4. Je hebt een wijn avond met de vriendengroep en zij willen samen een boodschappenlijstje
samenstellen. Wanneer een groot deel van de groep graag witte wijn wil gaan kopen. Normaal
ga je altijd met de groep mee, maar je vind rode wijn veel beter passen bij het gekozen
gerecht. Hoewel je normaal niet tegen de groep ingaat zeg je het toch en je mening wordt
geaccepteerd. Dit is gekoppeld aan het begrip:
A. Indiosycreasy credits
B. Intimidatie
C. Intimiteit
D. Groepsgrootte
psychologie
Leerjaar 1, Semester 1, Blok 2, Universiteit Utrecht
Schooljaar 2021-2022
, 1. Marieke moet samen werken met Sanne. Hier baalt zij enorm van want ze heeft gehoord dat
Sanne geen harde werker is. Wanneer Marieke met Sanne afspreekt om aan de opdracht te
werken doet Marieke niet veel mee in oplossingen verzinnen, want ze vind dat Sanne wel is
wat mag doen. Hierdoor denkt Sanne: “Als Marieke niet veel gaat doen dan doe ik ook niet
veel”. Als gevolg hiervan denkt Marieke: “Zie je wel dat Sanne niet hard werkt!” Dit fenomeen
heet:
A. Self-esteem
B. Self-fulfilling prohecy
C. Private acceptence
D. Public compliance
2. In welke situatie passen zal confirmatie (het aanpassen aan andere) bij jou het meest
voorkomen?
A. In een voor jou bekende omgeving
B. Wanneer jij iemand kan helpen met jouw kennis
C. Op een drukke locatie
D. Wanneer de situatie niet duidelijk is en je niet weet wat je moet doen
3. Er vind een experiment plaats waarbij mensen moeten aangeven welke van de 4 touwtjes het
kortste is. Elke deelnemer mag kort kijken en antwoord hierna hardop in de groep. Jij bent als
laatste en iedereen heeft aangegeven dat touwtje 4 het kortste is. Wanneer jij mag kijken zie je
alleen duidelijk dat touwtje 1 het kortste is. Je wilt niet voor schut staan en zegt in de groep
toch dat touwtje 4 het kortste is. Dit is een vorm van:
A. Normatieve sociale invloed
B. Minderheidsinvloed
C. Injectieve norm
D. Beschrijvende norm
4. Je hebt een wijn avond met de vriendengroep en zij willen samen een boodschappenlijstje
samenstellen. Wanneer een groot deel van de groep graag witte wijn wil gaan kopen. Normaal
ga je altijd met de groep mee, maar je vind rode wijn veel beter passen bij het gekozen
gerecht. Hoewel je normaal niet tegen de groep ingaat zeg je het toch en je mening wordt
geaccepteerd. Dit is gekoppeld aan het begrip:
A. Indiosycreasy credits
B. Intimidatie
C. Intimiteit
D. Groepsgrootte