Misvattingen die bijdragen aan stereotypering en wij-zij denken (dichotomie)
1. Cultuur behoort tot migranten en hun kinderen
2. Geboorteland is bepalend voor cultuur, Herkomst = cultuur
3. Cultuur wordt onveranderd doorgegeven per generatie
4. Mensen binnen een cultuur zijn homogeen (=verschillen onderling weinig)
Acculturatiemodel
Acculturatie gaat over de aanpassing van een migrant ten opzichte van de cultuur van het nieuwe
(=meerderheidscultuur) en het oude land (=minderheidscultuur)
- Integratie
Persoon neemt delen van nieuwe cultuur over, en behoudt delen van de oude cultuur ->
meest succesvolle strategie omdat steun wordt ontvangen van mensen uit beiden
culturen
- Assimilatie
Persoon neem de nieuwe cultuur over, en laat zijn oude cultuur grotendeels los
- Separatie
Persoon past zich niet aan naar de nieuwe cultuur, en behoudt de
normen/waarden/overtuigingen van de oude cultuur
- Marginalisatie
Person vindt geen aansluiting met zowel de nieuwe als de oude cultuur.
WEIRD fenomeen
Meeste wetenschappelijke onderzoeken naar menselijk gedrag zijn gedaan met een steekproef uit
WEIRD landen.
W: Western
E: Educated
I: Industrialized
R: Rich
D: Democratic
Het gevolg hiervan is dat de resultaten niet cross-cultureel gebruikt kunnen worden. Dus: slecht
generalizeerbaar. -> kan worden opgelost door etnografisch onderzoek (onderzoek binnen specifieke
cultuur)
Müller-Lyer illusie
Experiment met 2 lijnen, waarbij is vastgesteld dat dit een van de
weinige experimenten is waar cultuur nauwelijks invloed op heeft.
Afbeelding hiernaast ->
Linguistische relativiteit
Linguistische beweert dat mensen die verschillende talen spreken ook
op andere manieren denken -> denken en gedrag zijn een functie van taal. Dit heeft vooral te maken
, met hoe de taal is opgebouwd. Voorbeeld: Stel je moet 5 getallen onthouden. Als in jouw taal elk
getal maar 1 lettergreep heeft, is het makkelijker te onthouden dan wanneer in jouw taal elk getal 3
lettergrepen heeft.
Hypothetisch Deductief denken
Het analyseren van mogelijke oplossingen wanneer je tegen een probleem aanloopt, en op basis van
de mogelijke uitkomsten een oplossing kiezen.
Individualisme vs. Collectivisme
- Individualisme: nadruk op het individu (= idiocentrisme), emoties geassocieerd met boosheid
en trots (=egogeoriënteerde emoties)
- Collectivisme: Nadruk op de groep (= allocentrisme), emoties geassocieerd met schaamte,
sympathie, verbondenheid (=andergeoriënteerde emoties)
Big 5
De BIG 5 is een veelgebruikte vragenlijst om persoonlijkheidskenmerken te meten. Makkelijk te
onthouden door OCEAN
O: Openness -> Sta je open voor nieuwe ervaringen en uitdagingen?
C: Conscientiousness -> Ben zorgvuldig, netjes en gedisciplineerd?
E: Extraversion -> Ben je extravert of introvert?
A: Agreeableness -> Ben je een warm persoon? Of juist kil?
N: Neuroticism -> Ben je emotioneel stabiel? Of neurotisch (= veel wisselende emoties)
Cross-cultureel inzetbaar
CPAI
Chinees alternatief op de BIG 5. Bestaande uit:
1. Social potency: Leiderschap / introversie-extraversie
2. Dependability: Onafhankelijkheid / discipline
3. Emotional Stability: Neurotisch of niet?
4. Interrelatedness: Ben je gemakkelijk in de omgang? Empathisch etc.
Ook deze is cross-cultureel inzetbaar
Indigenous Psychology
= de wetenschappelijke studie van menselijk gedrag of menselijke geest die inheems is -> dus
cultuurspecifiek
Theoretische perspectieven op de relatie tussen migratie en psychische
problematiek