Chemie hoorcollege 1
o Elementen:
- Atoomnummer: getal boven het element in het periodiek
systeem
- H(waterstof), O(zuurstof), N(stikstof), C(koolstof) =
belangrijk!
- Atoom: allerkleinste deeltje, niet meer splitsbaar
- Molecuul: samenstelling van meerdere atomen bij elkaar
- Element: stof die uit 1 soort atomen bestaat (H-H)
o Atoomtheorie:
- H-atoom: allerkleinste atoom
- + = proton (in atoommodel)
- - = elektron (in atoommodel)
- Atoomnummer zegt iets over het aantal protonen in de kern
(He heeft nummer 2 2 protonen)
- Massa proton: weegt 1 (geen eenheid, vanwege de kleinheid)
- Massa atomen: wordt bepaald door atoomnummer (aantal
protonen)
- In eerste schil zitten maximaal 2 elektronen, in de tweede
schil maximaal 8
- Hoe hoger het atoomnummer, hoe meer schillen er nodig zijn
om de elektronen kwijt te kunnen
- Neutronen houden de protonen bij elkaar in de kern,
neutronen hebben gewicht
-
Waar Lading Massa
Proton Kern 1+ 1
Neutron Kern 0 1
Elektron Schil 1- verwaarloosbaar
- Protonen + neutronen is gewicht van atoom
- Notatie: 16O8 (8 is atoomnummer = aantal protonen, 16 is
gewicht = protonen + neutronen)
- Algemeen: MEA (e=element, m=massagetal, a=atoomnummer)
- Gewicht – atoomnummer(aantal protonen) = aantal neutronen
Hoorcollege 2
o Isotopen:
- Isotoop: zelfde atoomelement (verschillende atomen van
hetzelfde element), maar ander gewicht (door ander aantal
neutronen)
- Bij isotopen wordt gemiddeld gewicht genomen
o Ionen:
- 17Cl: 17 protonen, 17 elektronen
Schil 1: 2 elektronen
Schil 2: 8 elektronen
Schil 3: 7 elektronen
- Edelgassen hebben 8 elektronen in de buitenste schil
Uitzondering: He en H 2 elektronen in buitenste
schil, Cl 7 in buitenste schil
- Aantal protonen verandert nooit (aantal elektronen kan wel
veranderen)
- 17Cl )2)8)7 1(8(2( 11Na Natrium staat elektron af,
dan hebben chloor en natrium beide 8 elektronen in de
, buitenste schil, chloor wordt hierdoor negatief gelaten en
natrium positief
o Begrippen 1:
- Andere term voor lading: valentie
- Metaalatomen staan alleen elektronen af: altijd positief
- Atomen van niet-metalen kunnen positieve en negatieve ionen
vormen
o Begrippen 2:
- Buitenste schil: valentieschil
- Elektronen in buitenste schil: valentie-elektronen
Hoorcollege 3
o Ionenbinding:
- Elektronenconfiguratie: elektronenverdeling over de schillen
- Ionbinding (metalen en niet-metalen): kracht waarmee
positieve en negatieve ionen elkaar aantrekken
- Metalen: geven elektronen weg
- Niet-metalen: ontvangt elektronen (soms geven ze weg)
o Atoombinding:
- Ook wel: covalentiebinding
- Binding tussen 2 niet-metalen
- Waterstof wil 2 elektronen in buitenste schil (vanwege
edelgasconfiguratie) H-atomen gaan delen H-H
- BrINClHOF: delen elektronen
- Covalentie: aantal elektronen dat atoom van niet-metaal
gebruikt om gedeeld elektronenpaar mee te vormen
(atoombinding)
o Structuurformules:
- Alle atomen 8 elektronen in buitenste schil (behalve H)
o Polair en apolair:
- Atoombindingen (tussen niet-metalen)
- Delen niet eerlijk de elektronenparen
- Water is polair
- Gedeeld elektronenpaar wordt 1 kant opgezogen: polair
- Normale situatie, verdeling gaat zoals je verwacht: apolair
- Elektronegatief: F O Cl N Br S C H (van sterk naar zwak)
- H en C: zwak, N en O: sterk
- C en O: polaire binding
- Apolaire moleculen lossen slecht op in water
- H2O-dipooltjes trekken elkaar goed aan, ze gaan niet uit
elkaar om plaats te maken voor apolair deeltje
- HCl: lost goed op in water
- Algemeen: soort zoekt soort
Hoorcollege 4
- Proton/neutron weegt 1,7x10-24 gram
- Molecuulmassa: totaal van de atoommassa
- Mol: aantal aanduiding
- Dozijn: 12
- Mol: 6x1023 aantal deeltjes
- 1 mol van iets is … molaire massa
- Atoom/molecuulmassa: gewicht van 1 mol van een deeltje
- Formule:
mol x atoommassa = gram
o Elementen:
- Atoomnummer: getal boven het element in het periodiek
systeem
- H(waterstof), O(zuurstof), N(stikstof), C(koolstof) =
belangrijk!
- Atoom: allerkleinste deeltje, niet meer splitsbaar
- Molecuul: samenstelling van meerdere atomen bij elkaar
- Element: stof die uit 1 soort atomen bestaat (H-H)
o Atoomtheorie:
- H-atoom: allerkleinste atoom
- + = proton (in atoommodel)
- - = elektron (in atoommodel)
- Atoomnummer zegt iets over het aantal protonen in de kern
(He heeft nummer 2 2 protonen)
- Massa proton: weegt 1 (geen eenheid, vanwege de kleinheid)
- Massa atomen: wordt bepaald door atoomnummer (aantal
protonen)
- In eerste schil zitten maximaal 2 elektronen, in de tweede
schil maximaal 8
- Hoe hoger het atoomnummer, hoe meer schillen er nodig zijn
om de elektronen kwijt te kunnen
- Neutronen houden de protonen bij elkaar in de kern,
neutronen hebben gewicht
-
Waar Lading Massa
Proton Kern 1+ 1
Neutron Kern 0 1
Elektron Schil 1- verwaarloosbaar
- Protonen + neutronen is gewicht van atoom
- Notatie: 16O8 (8 is atoomnummer = aantal protonen, 16 is
gewicht = protonen + neutronen)
- Algemeen: MEA (e=element, m=massagetal, a=atoomnummer)
- Gewicht – atoomnummer(aantal protonen) = aantal neutronen
Hoorcollege 2
o Isotopen:
- Isotoop: zelfde atoomelement (verschillende atomen van
hetzelfde element), maar ander gewicht (door ander aantal
neutronen)
- Bij isotopen wordt gemiddeld gewicht genomen
o Ionen:
- 17Cl: 17 protonen, 17 elektronen
Schil 1: 2 elektronen
Schil 2: 8 elektronen
Schil 3: 7 elektronen
- Edelgassen hebben 8 elektronen in de buitenste schil
Uitzondering: He en H 2 elektronen in buitenste
schil, Cl 7 in buitenste schil
- Aantal protonen verandert nooit (aantal elektronen kan wel
veranderen)
- 17Cl )2)8)7 1(8(2( 11Na Natrium staat elektron af,
dan hebben chloor en natrium beide 8 elektronen in de
, buitenste schil, chloor wordt hierdoor negatief gelaten en
natrium positief
o Begrippen 1:
- Andere term voor lading: valentie
- Metaalatomen staan alleen elektronen af: altijd positief
- Atomen van niet-metalen kunnen positieve en negatieve ionen
vormen
o Begrippen 2:
- Buitenste schil: valentieschil
- Elektronen in buitenste schil: valentie-elektronen
Hoorcollege 3
o Ionenbinding:
- Elektronenconfiguratie: elektronenverdeling over de schillen
- Ionbinding (metalen en niet-metalen): kracht waarmee
positieve en negatieve ionen elkaar aantrekken
- Metalen: geven elektronen weg
- Niet-metalen: ontvangt elektronen (soms geven ze weg)
o Atoombinding:
- Ook wel: covalentiebinding
- Binding tussen 2 niet-metalen
- Waterstof wil 2 elektronen in buitenste schil (vanwege
edelgasconfiguratie) H-atomen gaan delen H-H
- BrINClHOF: delen elektronen
- Covalentie: aantal elektronen dat atoom van niet-metaal
gebruikt om gedeeld elektronenpaar mee te vormen
(atoombinding)
o Structuurformules:
- Alle atomen 8 elektronen in buitenste schil (behalve H)
o Polair en apolair:
- Atoombindingen (tussen niet-metalen)
- Delen niet eerlijk de elektronenparen
- Water is polair
- Gedeeld elektronenpaar wordt 1 kant opgezogen: polair
- Normale situatie, verdeling gaat zoals je verwacht: apolair
- Elektronegatief: F O Cl N Br S C H (van sterk naar zwak)
- H en C: zwak, N en O: sterk
- C en O: polaire binding
- Apolaire moleculen lossen slecht op in water
- H2O-dipooltjes trekken elkaar goed aan, ze gaan niet uit
elkaar om plaats te maken voor apolair deeltje
- HCl: lost goed op in water
- Algemeen: soort zoekt soort
Hoorcollege 4
- Proton/neutron weegt 1,7x10-24 gram
- Molecuulmassa: totaal van de atoommassa
- Mol: aantal aanduiding
- Dozijn: 12
- Mol: 6x1023 aantal deeltjes
- 1 mol van iets is … molaire massa
- Atoom/molecuulmassa: gewicht van 1 mol van een deeltje
- Formule:
mol x atoommassa = gram