gerelateerde disciplines aan sociale psychologie
● filosofie
● sociologie
● persoonlijkheidspsychologie
invloed van situatie op gedrag
● fundamentele attributiefout
● interpretatie (‘construal’) van sociale omgeving ←→ gedrag
(tweerichtingsverkeer)
verschillende kijken op gedrag
● behaviorisme (Watson, Skinner)
● gestaltpsychologie (koffka, köhler, Wertheimer)
● naïef realisme (Rosss): specifiek soort construal
basismotieven die bepalen hoe wij een situatie interpreteren
● self-esteem approach
● social cognition approach
motieven voor het onderzoeken van sociale invloeden
● nieuwsgierigheid
● oplossen van sociale problemen”agressie, vooroordelen
● bevorderen van prosociaal gedrag: altruïsme, tolerantie
hoofdstuk 2 (geen tentamenstof, wel aanbevolen)
psychologische fenomenen
● hindsight bias
● diffusion of responsibility
● bystander effect
drie onderzoeksdesigns
● observatiemethode: etnografie (interbeoordelaarsbetrouwbaarheid), archiefanalyse
● correlatiemethode: correlatiecoëfficiënt, random steekproef
● experimentele methode: causaliteit, (on)afhankelijke variabelen
belangrijk voor onderzoek
● interne validiteit
● externe validiteit
● replicatie
benaderingen binnen psychologie
● cross-cultureel
● evolutionaire
● sociale-neurowetenschap
,
, hoofdstuk 3
twee vormen van sociale cognitie
● automatische sociale cognitie: schema’s (oa stereotypen)
● gecontroleerde sociale cognitie: counterfactual thinking, overconfidence barrier
factoren die de toegankelijkheid van een schema beïnvloeden
● chronisch toegankelijk
● gerelateerd aan huidig doel
● priming: toepasbare recente ervaringen
vijf typisch van automatisch denken
● automatisch doelen achterna gaan
● automatisch keuzes maken
● metaforen
● mentale strategieën
● shortcuts: heuristieken
twee beoordeling heuristieken
● toegankelijkheid heuristiek
● representatie heuristiek
culturele verschillen in sociale cognitie
● holistische denkwijze: oosters
● analytische denkwijze: westers