Week 1
Waarom gebruiken we geld:
- Ruilmiddel (ruil splitsen in twee delen)
- Rekeneenheid (waarde uitdrukken in geld)
- Oppotmiddel (koopkracht bewaren)
Waarop is de waarde van het geld gebaseerd?
op vertrouwen in de banken / waarde van geld daalt door inflatie
Bij hyperinflatie:
Producten kopen -> vraag naar producten stijgt -> schaarste aan van alles -> inflatie stijgt verder
Lokale valuta omwisselen in harde valuta -> wisselkoers lokale valuta daalt -> importprijzen stijgen ->
inflatie stijgt verder
Geldsoorten:
- chartaal geld (tastbaar) -> munten en bankbiljetten
- giraal geld (boekvordering op een bank)
Door wederzijdse schuldaanvaarding:
- daalt de liquiditeit: meer crediteuren t.o.v. constante liquide middelen
- daalt de solvabiliteit: meer risicodragende debiteuren t.o.v. constant kapitaal
*beperkt de banken in hun kredietverlening
Hoe wordt aanbod van geld gemeten:
M1: maatschappelijke geldhoeveelheid of primaire liquiditeitenmassa (chartaal en giraal geld)
M3: primaire + secundaire liquiditeitenmassa (M1 + ‘bijna geld’: kort spaargeld & korte
termijndeposito’s)
Vraag naar geld: motieven
- vraag naar actief kasgeld
-transactiemotief: geld nodig voor aanschaf van goederen/diensten
*afhankelijk van economische groei en inflatie
- vraag naar inactief kasgeld
-voorzorgsmotief: aanhouden van geld uit voorzorg tegen financiële tegenvallers
-speculatiemotief: aanhouden van geld uit beleggingsoverwegingen
*afhankelijk van de rente(verwachting)
Kwantiteitstheorie:
MxV=PxQ
M= geldvraag
V= omloopsnelheid
P= prijsniveau
Q= productie
, Monetair beleid -> doelstelling
Monetair beleid: hoeveelheidsbeleid
- beïnvloeding van het geldmarkttekort (= netto roodstand van de banken bij de ECB), door de
inzet van:
-reserveverplichting (geldmarktkasreserve) -> geblokkeerd tegoed bij de ECB
- openmarktpolitiek
-ECB verhandelt waardepapieren en valuta’s met banken
Monetair beleid: prijsbeleid
Standaard kan een bank tot een door de ECB bepaald maximaal bedrag:
-lenen tegen de herfinancieringsrente
- bij een zeer tijdelijk liquiditeitstekort: lenen tegen de marginale beleningsrente
- bij een tijdelijk liquiditeitsoverschot; uitzetten bij de ECB tegen de depositorente