Braque Vizsla Kleine Engelse setter
d’Auvergne münsterlander
of heidewachtel
Bracco Italiano Egagneul breton Friese stabij Gordon setter
Duitse staande Drentsche Griffon korthals Ierse setter
hond patrijshond
Weimaraner Grote Pointer
münsterlander
Voorstaande honden:
De honden jagen individueel of in een klein groepje
o Afgestemd voor korte jacht
Heterogeen op het gebied van uit te voeren opdrachten
Een goed afgerichte hond werkt geenszins autonoom, maar
gehoorzaamt altijd onvoorwaardelijk aan alle bevelen van zijn baas
hij staat onder appel
Nadat de jager de hond vervoegd heeft, stoten ze samen het wild op
o Daarna moet de hond zelf beheersing houden en op de plek
blijven
Op bevel zoekt de hond het aangeschoten wilde op en brengt het
naar de baas apporteren
o Dit zonder het wild te kneuzen of te schenden
Daartoe moet de hond eerst kalm en stil markeren
o Van een afstand bepalen waar het wild is neergevallen
Pointen
Branque d’Auvergne Frankrijk
Schofthoogte van 55 tot 68 cm
Sterk, krachtig maar niet zwaar, met stevige ledematen
Hij is groot, maar heeft geen zwaar hoofd, met een nogal platte tot
licht gewelfde schedel en matig stop en achterhoofdsknobbel
Ogen met een aanhankelijke uitdrukking
Hangende oren, matig lang, op ooghoogte
Lange hals, een brede borst en soms een lange
rug
Beharing is kort en glad
o Fijner op het hoofd en oren
Kleur
o Nooit een effenkleur
o Meestal gespikkeld
Licht of donker bruin, zwart of
blauw
, Bracco Italiano/ Italiaanse staande hond Italië
Schofthoogte van 55 tot 67 cm
Krachtige hond met een ernstige uitdrukking
Heeft een lang hoofd, dat onder de ogen iets
ingevallen is
o Grote neus en neusgaten
Stevige lippen
Een snuit die vooraan gezien vierkant is
Wenkbrauwbogen zijn duidelijk aanwezig
Lange en brede oren, vooraan gevouwen en dicht
bij de wangen hangend
Hoge schoft en losse schouders
Beharing is kort, dik en glazend
Kleur
o Wit met gele of bruine spikkels of aftekeningen kastanje
schimmel
Duitse staande hond Duitsland
Schofthoogte van 56 tot 67 cm
Heeft een edel en gespierd lichaam
Lange hals, een diepe borst, goed gewelfde ribben
en een licht opgetrokken buik
Matig lange, hoog aangezette staart, versmallend
naar achteren toe
Brede en platte schedel, met een matige
achterhoofdsknobbel
Oren zijn hoog aangezet, matig lang en plat zonder
plooien tegen de wangen gedragen
3 beharingsvormen
o Kortharig dik, grof en hard
o Ruwharig/draadharig heel hard en
draadachtig, dik en nauw aansluitend,
bovenvacht 2-4 cm en de ondervacht lang en
dik. Grove snor en baard
o Langharig aan het verdwijnen
Kleur
o Effen bruin
o Bruin met witte vlekken
o Licht of donkerbruin schimmel met bruin hoofd
en bruine vlekken en aftekeningen