Proeftentamen Procesmanagement EVL-2.2
(BDKdM2.KB.1819)
Het tentamen bestaat uit 50 mc-vragen met 3 antwoordalternatieven.
Cesuur: 33 van de 50 vragen goed = cijfer 5.5.
PROCESMANAGEMENT
Hoofdstuk 1 Processen en Procesmanagement
1) In een elektriciteitscentrale, waar kolen worden omgezet in energie, is sprake van een:
a) Continu proces
b) Discontinu proces
c) Natuurlijk proces
Continu proces: Voortdurende activiteiten zonder duidelijke fasen, bijv. olieraffinaderij en
elektriciteitscentrale (24/7).
Discontinu proces: Afgebakende activiteiten met duidelijke fasen, bijv. assemblagebedrijven (onderdeel
voor onderdeel).
Natuurlijk proces: Activiteiten verlopen automatisch en vanzelf. bijv. landbouwproducten en roest.
Kunstmatig proces: Activiteiten door mensen geïnitieerd en in stand gehouden, bijv. rechtszitting,
organisatieverandering.
2) Processen voltrekken zich in een bepaalde omgeving. Welke uitspraak over de relatie tussen proces en omgeving is
waar?
a) Een procesmanager kan geen invloed uitoefenen op de directe omgeving.
b) Processen worden niet beïnvloed door de indirecte omgeving.
c) De directe omgeving heeft invloed op de werking van processen.
3) Welke fase past binnen de cyclus van procesmanagement?
a) Herkennen
b) Normeren
c) Informeren
Fasen van procesmanagement: Herkennen Implementeren
Analyseren Afstemmen
(her)ontwerpen (bij/be)sturen
Lucilla van den Brink Minor bedrijfskunde Procesmanagement 2021/2022
,Hoofdstuk 2 Processen herkennen
4) Welke uitspraak over primaire en ondersteunende bedrijfsprocessen is waar?
a) Primaire processen zijn vaak afdelings-overstijgend.
b) Afdelingen die tot de ondersteunende processen behoren, hebben onderling veel afstemming nodig.
c) Ondersteunende processen worden vaak in de lijn georganiseerd.
Primaire processen: Afdeling overstijgend
Afstemming tussen afdelingen
Georganiseerd vanuit de lijn
Minder hoog opgeleid.
Ondersteunende processen: Georganiseerd vanuit stafdiensten
Gericht op effectiviteit dan op efficiency
Opereren zelfstandig.
5) Het primaire proces bestaat uit verschillende fasen. Welke primaire activiteit valt onder de fase Service?
a) Reclame
b) Reparatie
c) Prijskorting
Inkomende logistiek: Verwerking, inkomende goederen;
Productie: Assemblage;
Uitgaande logistiek: Orderverwerking en verzending;
Marketing en sales: Product, prijs, plaats en promotie;
Service: Klantcontact en reparatie.
6) Volgens Michael Porter kunnen ondersteunende activiteiten ook waarde toevoegen in de organisatie. Onder ‘Ma-
nagement van menselijk kapitaal’ als voorbeeld van ondersteunende activiteit verstaat hij:
a) Ontwikkeling en ondersteuning van medewerkers
b) Public relations
c) Ontwerp en herontwerp
Lucilla van den Brink Minor bedrijfskunde Procesmanagement 2021/2022
, 7) In bestuurlijke processen is een hiërarchie van doelen en plannen te onderscheiden. Doelen op middellange termijn
bevinden zich vaak op:
a) Strategisch niveau
b) Tactisch niveau
c) Operationeel niveau
Lucilla van den Brink Minor bedrijfskunde Procesmanagement 2021/2022
(BDKdM2.KB.1819)
Het tentamen bestaat uit 50 mc-vragen met 3 antwoordalternatieven.
Cesuur: 33 van de 50 vragen goed = cijfer 5.5.
PROCESMANAGEMENT
Hoofdstuk 1 Processen en Procesmanagement
1) In een elektriciteitscentrale, waar kolen worden omgezet in energie, is sprake van een:
a) Continu proces
b) Discontinu proces
c) Natuurlijk proces
Continu proces: Voortdurende activiteiten zonder duidelijke fasen, bijv. olieraffinaderij en
elektriciteitscentrale (24/7).
Discontinu proces: Afgebakende activiteiten met duidelijke fasen, bijv. assemblagebedrijven (onderdeel
voor onderdeel).
Natuurlijk proces: Activiteiten verlopen automatisch en vanzelf. bijv. landbouwproducten en roest.
Kunstmatig proces: Activiteiten door mensen geïnitieerd en in stand gehouden, bijv. rechtszitting,
organisatieverandering.
2) Processen voltrekken zich in een bepaalde omgeving. Welke uitspraak over de relatie tussen proces en omgeving is
waar?
a) Een procesmanager kan geen invloed uitoefenen op de directe omgeving.
b) Processen worden niet beïnvloed door de indirecte omgeving.
c) De directe omgeving heeft invloed op de werking van processen.
3) Welke fase past binnen de cyclus van procesmanagement?
a) Herkennen
b) Normeren
c) Informeren
Fasen van procesmanagement: Herkennen Implementeren
Analyseren Afstemmen
(her)ontwerpen (bij/be)sturen
Lucilla van den Brink Minor bedrijfskunde Procesmanagement 2021/2022
,Hoofdstuk 2 Processen herkennen
4) Welke uitspraak over primaire en ondersteunende bedrijfsprocessen is waar?
a) Primaire processen zijn vaak afdelings-overstijgend.
b) Afdelingen die tot de ondersteunende processen behoren, hebben onderling veel afstemming nodig.
c) Ondersteunende processen worden vaak in de lijn georganiseerd.
Primaire processen: Afdeling overstijgend
Afstemming tussen afdelingen
Georganiseerd vanuit de lijn
Minder hoog opgeleid.
Ondersteunende processen: Georganiseerd vanuit stafdiensten
Gericht op effectiviteit dan op efficiency
Opereren zelfstandig.
5) Het primaire proces bestaat uit verschillende fasen. Welke primaire activiteit valt onder de fase Service?
a) Reclame
b) Reparatie
c) Prijskorting
Inkomende logistiek: Verwerking, inkomende goederen;
Productie: Assemblage;
Uitgaande logistiek: Orderverwerking en verzending;
Marketing en sales: Product, prijs, plaats en promotie;
Service: Klantcontact en reparatie.
6) Volgens Michael Porter kunnen ondersteunende activiteiten ook waarde toevoegen in de organisatie. Onder ‘Ma-
nagement van menselijk kapitaal’ als voorbeeld van ondersteunende activiteit verstaat hij:
a) Ontwikkeling en ondersteuning van medewerkers
b) Public relations
c) Ontwerp en herontwerp
Lucilla van den Brink Minor bedrijfskunde Procesmanagement 2021/2022
, 7) In bestuurlijke processen is een hiërarchie van doelen en plannen te onderscheiden. Doelen op middellange termijn
bevinden zich vaak op:
a) Strategisch niveau
b) Tactisch niveau
c) Operationeel niveau
Lucilla van den Brink Minor bedrijfskunde Procesmanagement 2021/2022