2020
1. In 1610 sloten Marokko en de Staten-Generaal een verdrag. Het
was het begin van intensieve contacten tussen beide landen.
Geef aan welk belang het verdrag van 1610 had voor zowel
Marokko als de Republiek.
2. De slag bij Anoual (1921) markeert een belangrijk moment in de
Riffijnse en Spaanse geschiedenis. Leg uit welke ingrijpende
gevolgen de veldslag had voor enerzijds de Riffijnen en anderzijds
de Spanjaarden.
3. Wat hield het Berberdecreet in? Wanneer werd het ingevoerd en
welke directe gevolgen had het voor de Marokkaanse
samenleving?
4. Welke gebeurtenis wordt hier afgebeeld? Wie zijn de
hoofdrolspelers?
5. Welke twee vormen kende het Franse koloniale beleid? Geef een
verklaring waarom de Fransen een koerswijziging inzetten met
betrekking tot Marokko.
6. De koning van Marokko is Amir al Mouminien. Leg uit wat deze
term inhoudt en geef aan op welke manier koning Hassan II en
koning Mohammed VI invulling gaven aan deze titel.
7. Wat waren de motieven van de Marokkaanse overheid om in te
grijpen in de Marokkaanse emigrantengemeenschap? Betrek bij je
antwoord zowel binnenlandse als buitenlandse gebeurtenissen.
8. A) Wat is de betekenis van megorashim en toshavim? Wat waren
de belangrijkste verschillen tussen deze groepen?