Maag
- Maaltijden
o Vetten blijven het langst in de maag
o Daarna Eiwitten , koolhydraten
o Vocht verlaat de maag het snelst
- Produceert
o Maagsap
Slijm, zoutzuur, pepsinogeen, gastrine
- Eiwitvertering enzym
o Pepsine vanuit pepsinogeen
lever
- Betrokken
o Productie en distributie van cholesterol
Nodig voor synthese van verschillende hormonen
- Produceert
o Gal
- Functie
o warmtetransport
o Glucosestofwisseling door opslag van glycogeen
Pancreas
- Produceert
o Insuline, glucagon en spijsverteringssappen
- Eiwitverterend enzym
o pepsine
- Vet verterend enzym
o Lipase
- opbouw en functie
o endocriene functie (pancreasweefsel, eilandjes van langerhans)
insuline en glucagon geproduceerd
koolhydraten stofwisseling
o exocriene functie (overige weefsel)
pancreassap geproduceerd
bevat spijsverteringsenzymen koolhydraten (amylase) vetten (lipase)
eiwitten(proteïnase) en natriumbicarbonaat.
Pancreassap wordt via ductus pancreaticus of pancreasbuis naar
duodenum vervoerd
Darm
- Dunne darm
o Duodenum (12vingerige darm)
Meeste opnamen voedingstoffen (glucose, aminozuren en vetzuren)
o Jejumum
Meeste opnamen voedingstoffen (glucose, aminozuren en vetzuren)
o Ileum
Vind resorptie van vocht, galzouten en vitamine B12 plaatst
- Dikke darm
o Caecum (blinde), colon ascendens, colon transversum, colon descendens, colon
sigmoïdeum, rectum.
o Haalt laatste voedingstoffen, vocht en bacteriën uit de darm
, o Maakt knedende beweging
o Vitamine K en vitamine B11 geproduceerd
Milt
- Grootste lymfatische orgaan,
- belang voor samenstelling van het bloed
- produceert
o antistoffen
hartcyclus
- Hartrustfase
o Alle hartspiercellen ontspannen. AV kleppen open en bloed vult de atria en ventrikels.
Arteriële kleppen zijn gesloten
- Atriumsystole
o Trekken atria samen en stuwen extra bloed in ventrikels. AV kleppen zijn open.
- Ventrikelsystolen
o Atria in diastolen. AV kleppen sluiten door samentrekken van harspier groter word
dan die in atria. Pas als druk hoog genoeg is gaan arteriele kleppen open
diffusie
- Gassen, vloeistoffen oplossingen spontaan vermengen
- bewegen zich van plaatsen met hoge concentratie naar lage concentratie, totdat overal gelijk
is
- oorzaak
o bewegen van moleculen
o hoe grotere de bewegelijkheid van moleculen hoe sneller de diffusie
o verloopt bij gassen sneller dan bij vloeistof
o snelheid hangt af van: temperatuur, molecuulmassa, concentratieverschil,
diffusieoppervlak, afstand
Osmose
- Passief transport
o Diffusie van water door semipermeabel membraan. (kan water wel doorheen maar
stoffen niet)
o Verplaatsen hangt af van osmotische druk. Word bepaald door concentratie van
deeltjes die niet over membraan kunnen diffunderen.
actief proces/ transport
- ATP vereist
- Eiwit in celmembraan dat vormverandering ondergaat
- Ook van laag naar hoge concentratie
o Natrium en kaliumpomp ( Na/K-pomp)
Rol bij impulsgeleiding in hartspiercellen en zenuwcellen
Lymfestelsel
- Functies
o Onderdeel van immuunsysteem
lymfacyten gevormd
o Afvoeren van lymfe (vloeistoffen) uit weefsels naar bloedbaan
- Organen
o Lymfeknopen, milt en zwezerik/ thymus
- Lymfoide weefsel
- Maaltijden
o Vetten blijven het langst in de maag
o Daarna Eiwitten , koolhydraten
o Vocht verlaat de maag het snelst
- Produceert
o Maagsap
Slijm, zoutzuur, pepsinogeen, gastrine
- Eiwitvertering enzym
o Pepsine vanuit pepsinogeen
lever
- Betrokken
o Productie en distributie van cholesterol
Nodig voor synthese van verschillende hormonen
- Produceert
o Gal
- Functie
o warmtetransport
o Glucosestofwisseling door opslag van glycogeen
Pancreas
- Produceert
o Insuline, glucagon en spijsverteringssappen
- Eiwitverterend enzym
o pepsine
- Vet verterend enzym
o Lipase
- opbouw en functie
o endocriene functie (pancreasweefsel, eilandjes van langerhans)
insuline en glucagon geproduceerd
koolhydraten stofwisseling
o exocriene functie (overige weefsel)
pancreassap geproduceerd
bevat spijsverteringsenzymen koolhydraten (amylase) vetten (lipase)
eiwitten(proteïnase) en natriumbicarbonaat.
Pancreassap wordt via ductus pancreaticus of pancreasbuis naar
duodenum vervoerd
Darm
- Dunne darm
o Duodenum (12vingerige darm)
Meeste opnamen voedingstoffen (glucose, aminozuren en vetzuren)
o Jejumum
Meeste opnamen voedingstoffen (glucose, aminozuren en vetzuren)
o Ileum
Vind resorptie van vocht, galzouten en vitamine B12 plaatst
- Dikke darm
o Caecum (blinde), colon ascendens, colon transversum, colon descendens, colon
sigmoïdeum, rectum.
o Haalt laatste voedingstoffen, vocht en bacteriën uit de darm
, o Maakt knedende beweging
o Vitamine K en vitamine B11 geproduceerd
Milt
- Grootste lymfatische orgaan,
- belang voor samenstelling van het bloed
- produceert
o antistoffen
hartcyclus
- Hartrustfase
o Alle hartspiercellen ontspannen. AV kleppen open en bloed vult de atria en ventrikels.
Arteriële kleppen zijn gesloten
- Atriumsystole
o Trekken atria samen en stuwen extra bloed in ventrikels. AV kleppen zijn open.
- Ventrikelsystolen
o Atria in diastolen. AV kleppen sluiten door samentrekken van harspier groter word
dan die in atria. Pas als druk hoog genoeg is gaan arteriele kleppen open
diffusie
- Gassen, vloeistoffen oplossingen spontaan vermengen
- bewegen zich van plaatsen met hoge concentratie naar lage concentratie, totdat overal gelijk
is
- oorzaak
o bewegen van moleculen
o hoe grotere de bewegelijkheid van moleculen hoe sneller de diffusie
o verloopt bij gassen sneller dan bij vloeistof
o snelheid hangt af van: temperatuur, molecuulmassa, concentratieverschil,
diffusieoppervlak, afstand
Osmose
- Passief transport
o Diffusie van water door semipermeabel membraan. (kan water wel doorheen maar
stoffen niet)
o Verplaatsen hangt af van osmotische druk. Word bepaald door concentratie van
deeltjes die niet over membraan kunnen diffunderen.
actief proces/ transport
- ATP vereist
- Eiwit in celmembraan dat vormverandering ondergaat
- Ook van laag naar hoge concentratie
o Natrium en kaliumpomp ( Na/K-pomp)
Rol bij impulsgeleiding in hartspiercellen en zenuwcellen
Lymfestelsel
- Functies
o Onderdeel van immuunsysteem
lymfacyten gevormd
o Afvoeren van lymfe (vloeistoffen) uit weefsels naar bloedbaan
- Organen
o Lymfeknopen, milt en zwezerik/ thymus
- Lymfoide weefsel