1.1
Ondanks dat de Nederlandse politiek soeverein is, zijn beslissingen altijd afhankelijk van
internationale ontwikkelingen en verhoudingen.
De Nederlandse internationale afhankelijkheid blijkt uit een aantal zaken :
1. De steeds verdergaande integratie op Europees en mondiaal niveau.
--> In de EU zijn een aantal zaken afgesproken, waaraan de leden zich moeten houden.
2. Het overdragen van nationale bevoegdheden aan supranationale instituties.
--> bv Europese Comissie, zij bepalen op een aantal punten binnen welke grenzen
Nederland moet opereren.
3. Mondialisering (globalisering) --> Er is steeds meer sprake van toenemende banden en
wederzijdse afhankelijkheid tussen samenlevingen.
--> wereld steeds meer : 'global village' --> wij merken steeds sneller de problemen van
anderen. Er zijn ook mensen die tegen deze globalisering zijn : antiglobalisten. -->
zij verzetten zich tegen een monoculturele wereld. --> vaak te vinden in conservatieve
en nationalistische kringen.
Er zijn ook nog : andersglobalisten --> verzet zich tegen de huidige manier van
globalisering, vooral de arme landen profiteren te weinig. + Verzet tegen internationale
organisaties zoals WTO, GATT en G8 + meestal links in het politieke spectrum.
4. Toenemende verbondenheid van de economische markten.
--> economische ontwikkelingen in bv China, VS of Japan hebben grote invloed op
onze economie. Duitsland is ook belangrijk, dit is een groot afzetgebied van
Nederland.
5. Mondiale kapitaalbewegingen --> Door het bestaan van multinationals of transnatio-
nale ondernemingen stroomt het kapitaal van land naar land. Bv : Shell en Philips.
6. Processen van technologische vernieuwingen --> Als er in een bepaald gebied een
hele grote en belangrijke ontdekking wordt gedaan op het gebied van bv computer-
technologie, dan wordt de hele wereld hierdoor beïnvloed.
Het gevolg van deze internationalisering, is dat de problemen die op de politieke agenda staan vaak
een grensoverschrijdend karakter hebben. Het kan dus niet meer even door de nationale overheden
worden besloten, maar er wordt nu medebepaald door internationale overlegorganisaties,
instellingen en multinationals.
1.2
Er is een aantal factoren, die internationale samenwerking belemmeren :
1. Emotionele weerstanden tegen het opgeven van delen van de nationale soevereiniteit.
--> Er zijn mensen die de veranderingen (bv van gulden naar euro) of mensen die het onzin
vinden dat ze zich aan regels moeten houden, die door de EU gemaakt zijn.
2. Verzet van nationale regeringen tegen het uit handen geven van bevoegdheden aan
supranationale organen. --> mensen die bv zeggen : waarom moet Brussel dingen in
Nederland regelen, dat weten wij toch beter ? En we deden het vroeger toch ook zelf,