Havo 4
Hoofdstuk 5: voeding en energie
Energie haal je uit 3 organische stoffen: vetten, koolhydraten en eiwitten.
Dissimilatie= het stapsgewijze proces van afbraak van vetten, koolhydraten en eiwitten, waar energie
bij vrij komt
- De meeste energie komt vrij als er genoeg zuurstof is en de mitochondriën een rol kunnen
spelen bij dissimilatie.
De energie die hierbij vrijkomt, slaat een cel op in het molecuul ATP.
- Die geven energie af waar nodig is om bv spiercellen te laten bewegen of nodig is voor actief
transport.
Glycogeen= een voorraad brandstof in je spier en lever-cellen in de vorm van een koolhydraat
- Het word gemaakt door glucosemoleculen aan elkaar te koppelen.
- Voordeel is dat het een snel te verwerken brandstof is en een nadeel is dat je voorraad
glycogeen niet zo groot is.
Ruststofwisseling= de stofwisseling die hij in rust gebruikt, voor processen zoals ademhaling, hartslag
en vertering van voedsel.
- Hier word dus ook brandstof verbruikt.
Vetten zitten in je beenmerg, rond organen en onder de huid.
- Vetten= zijn nodig om membranen in en om de cellen te maken en als bouwstof voor
sommige hormonen.
- Eiwitten= zijn belangrijk als bouwstof voor spiercellen.
- Mineralen en vitamines= spelen een grote rol bij veel stofwisselingsprocessen.
Als je te weinig mineralen binnen krijgt, krijg je gebreksziekten. Te veel is ook niet goed. Daarom is er
de ADH-waarde.
- ADH-waarde= aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van vitamines en mineralen.
Bij een verantwoordelijk afslankdieet eet je minder koolhydraten en vetten, maar wel voldoende van
alle noodzakelijke voedingsstoffen.
Voedingsvezels= niet verteerbare plantaardige moleculen. Ze zorgen voor een soepelere ontlasting,
dat komt omdat ze water vast houden.
- Ze stimuleren ook de darmwerking en het zorgt er voor dat je een verzadigd gevoel krijgt.
Moleculen die bij deze groep horen:
- Cellulose (hieruit bestaat een celwand) zie bron 3 – blz 146.
- Lignine (dit zit in extra dikke celwanden, word ook wel houtstof genoemd)
- Pectine (hiermee zitten cellen aan elkaar geplakt, een tussencelstof)
Vaatbundels in een plant bevatten, houtvaten en bastvaten., hierdoor vervoeren planten hun
stoffen.
- Houtvaten= hierdoor gaat water met mineralen van de wortels naar boven toe
- Bastvaten= hierdoor gaat water met suikers vanaf de bladeren naar de rest van de plant