Hoofdstuk 3: methoden om menselijke ontwikkeling te meten......................................................................3
Methoden voor dataverzameling:........................................................................................................................3
Hoofdstuk 4 De fysieke ontwikkeling............................................................................................................. 5
Hoofdstuk 6 Perceptuele en sensomotorische ontwikkeling...........................................................................8
Hoofdstuk 7 Emotionele ontwikkeling en hechting.......................................................................................11
Ontwikkeling van primaire emoties...................................................................................................................11
Verschillende theorieën voor hechting:..............................................................................................................12
Hoofdstuk 12 ouders, leeftijdsgenoten en sociale relaties.............................................................................14
Vrienden en leeftijdsgenoten.............................................................................................................................15
Hoofdstuk 13 Sociale identiteit: gender, genderrollen en etniciteit...............................................................16
Sociale invloeden op gendertypering.................................................................................................................17
,Deeltentamen 1 Ontwikkelingspsychologie
, Hoofdstuk 3: methoden om menselijke ontwikkeling te
meten
Meeste ontwikkelingspsychologen gebruiken wetenschappelijke methoden: ze formuleren
hypotheses op basis van theorie en gebruiken meetbare technieken om data te verzamelen.
Methoden voor dataverzameling:
- Zelf reportage: informatie dat een persoon over zichzelf biedt, door het
beantwoorden van een set van vragen. Daarbij komt het vragen aan naar kinderen,
maar kinderen geven soms geen betrouwbare en ‘juiste’ antwoorden om hier in uit
te concluderen.
- Reportage door omstandige: informatie vragen aan mensen die het kind goed
kennen zoals familie of leraren. Een nadeel hieraan is dat menselijk geheugen niet
100% betrouwbaar is en mensen proberen vaak de meest positieve dingen over het
kind te onthouden en bekend te maken. Om dit te voorkomen vragen onderzoekers
vaak situaties van kortgeleden te bespreken.
- Observeren: een methode waar onderzoekers bij settingen gaan in de echte wereld
om gedrag te observeren. Een nadeel hiervan is dat kinderen zich beter gaan
gedragen als ze weten dat ze geobserveerd worden. In gestructureerde observaties
worden situaties zo worden gevormd dat gedrag wat ze willen bestuderen eerder
voorkomt.
- Interviews: vaak gebruiken onderzoekers een strikt geformuleerde lijst aan vragen,
dit zijn gestructureerde interviews. Paiget bedacht een techniek waarbij hij geen
vragen bedacht maar vervolgvragen bedacht op de antwoorden van het kind.
- Participant onderzoek: bij deze vorm van dataverzameling doet de participant actief
mee in het onderzoeksproces (ontwikkelen onderzoek, data verzamelen).
- Gedragsreacties uitlokken: jonge kinderen kunnen nog geen antwoorden geven dus
worden gezichtsuitdrukkingen of gedragsreacties bekeken bij het aanbieden van
verschillende stimuli.
- Biologische metingen: in het perifere zenuwstelsel wordt bijvoorbeeld activiteit
gemeten zoals verandering in hartslag of elektrische activiteit in spieren om timing
van beweging te meten.
Kwalitatieve onderzoeksmethoden:
Hierbij moet eerst een steekproef gekozen worden, deze moet representatief zijn voor de
hele populatie die je wilt beschrijven.
- Correlationeel design: een onderzoeksmethode die kijkt of er relaties bestaan tussen
variabelen en hoe sterk die relaties dan zijn. Een correlatie zegt niet gelijk dat er ook
een causaal verband bestaat.
- Experimenteel design: causale connecties met een experiment testen.
o Laboratoriumexperiment: stelt onderzoekers in staat oorzaak en gevolg te
bepalen door variabelen en behandelingen te controleren en deelnemers
willekeurig aan behandelingen toe te wijzen. Hierin bestaat een
experimentele groep en een controlegroep, men wordt random in een groep
ondergebracht.