Lijn 2
Hoorcollege 1 – Veterinaire vaardigheden
Klinisch is wat zichtbaar is, dus klinisch onderzoek is: slijmvliezen, pols,
ademhaling ect.
Differentiaal diagnose = alle mogelijke oorzaken, dus gerichte vragen
stellen en diagnostiek, dit erna bevestigen door microscopisch onderzoek.
Vroegdiagnostiek aangifteplichtige ziekten
- hoofdkenmerken van de ziekte kennen
- in elk blok zit diagnostiek (komt terug in de stationstoets)
!! vroeg intekenen om te oefenen !!
- klinisch onderzoek; afwijkend verschil van normaal en ziek, waardoor
komt het
- spoedeisende situatie
- aanvullende en klinische diagnostiek
- betrouwbaarheid van de waarnemingen en uitslagen
Practica
Ruilen van practica mag, maar neem een geprinte bevestiging mee!
Goed voorbereiden door theorie en filmpjes op bb!
Korte nagels!!
19 juni 2015 schriftelijk multiple choice
januari 2016 stationstoets
bb ingangstoets om vraagstelling te oefenen, wel makkelijkere vragen
Stationstoets
- vaardigheden beoordelen
- 5 minuten per station, 14 stations met steeds een ander senario en
docent
- compensatie mogelijk – 10 stations halen
- stof uit lijn en blok onderwijs + persoonlijke ontwikkeling (slecht nieuws
gesprek)
- !! geef uitleg bij wat je doet !!
- voorbereiden op filmpjes
- per handeling worden er punten gegeven
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------
Hoorcollege 3 - Ziektegeschiedenis, algemene indruk en fixatie, paard en
gezelschapsdieren
Ziektegeschiedenis
signalement: ras, geslacht, leeftijd, kleur en aftekening, naam, chip,
bijzondere kenmerken.
anamnese: latrotrope problemen/reden van bezoek zelf proberen te zien;
algemene informatie over het functioneren van het dier
verkrijgen;
leefomstandigheden achterhalen;
,Lijn 2
voorgeschiedenis kennen, weten wat andere collega’s
hebben gedaan ect.
zo specifiek mogelijke vragen stellen en inspelen op de
eigenaar.
- de klacht: aard, duur, verloop, effect van de behandeling
(beter/slechter).
Algemene indruk: gedrag en bewustzijnsniveau
houding en gang
lichaamsbouw per soort kennen
voedings- en verzorgingstoestand
vacht (verschilt ook per ras en individu)
abnormale geluiden
opvallende klinische afwijkingen
Aanvang onderzoek: je kan een anamnese niet altijd kunnen stellen bv.
bij een spoedgeval. Dan moet je meteen handelen en goed nadenken en
reageren. Ook moet huiselijk geweld genoteerd worden.
Door verschil in gedrag en gemoedstoestand moet je goed kunnen fixeren.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------
Hoorcollege 4 – Algemeen onderzoek paard, GD en herkauwer
Spelregels
- objectief kunnen benoemen wat je ziet, waarnemingen weergeven ook
als ze normaal zijn;
- rijtjes en referentiewaardes kennen;
- veiligheid (kleding, schoenen, techniek, voorbereiding);
- diagnostiek = verzamelen van delen;
- oefenen op jezelf, andere en dieren.
Grote lijnen
- ziekteleer: *signalement (ras, geslacht, kleur ect.)
*anamnese (vraaggesprek met eigenaar, open vragen!)
- algemene indruk: gedrag, bewustzijn, fysieke gesteldheid (is er tijdnood?)
- algemeen onderzoek: geeft informatie over de toestand, altijd uitvoeren
en in rust,
referentie waardes in rust kennen. Doel: mate van verstoring,
acuut/subacuut/chronishc
en locatie van het probleem.
1. Ademhaling varken anders: 1. ademhaling
2. Pols 2. Beharing en huid
3. Temperatuur 3. temperatuur
4. Slijmvliezen 4. pols
5. Lymfeknopen 5. slijmvliezen
6. Beharing, huid ect. 6. lymfeknopen
,Lijn 2
Ademhaling
- diepte: inschatting van ademvolume;
- type: costo-abdominaal, costaal, abdominaal, pendelen;
- ritme/regelmaat
- frequentie: tel per minuut!! 30 sec dan omrekenen.
enige afstand schuin achter (LH (rechts) en paard), schuin achter of boven
(GD),
Pols
- frequentie: slagen per minuut;
- ritme: regelmaat – regelmatig, regelmatig onregematig (terugkerend
patroon) en
onregelmatig onregelmatig (patroonloos) –
pathologisch/fysiologisch;
ritme samen met ademhaling, inademen hoger, niet bij hijgen of
bek dichthouden;
- kwaliteit: equaliteit, kracht (amplitude), vulling (tussen slagen), vorm
- synchroniteit/uitval (ictus cordis en perifere pols tegelijk), uitval wel ictus
- blokkade
- symmetrie
Altijd met 3 vingers en veel oefenen
- hond/kat: A. femoralis (links en rechts achterbeen)
- paard: A. facialis (eenzijdig, mediale zijde mandibula)
- schaap/geit: A. femoralis (ictus cordia)
- rund: A. facialis (laterale zijde mandibula), A. saphens (mediale zijde
achterpoot),
A. coccygea (ventrale zijde)
- varken: niet beoordeelbaar (ictus cordis)
Temperatuur
Meten rectale temperatuur, kijken naar de staart (beneden klappen) en
sluitspier (samentrekken), feaces beoordelen die aan de meter blijft zitten.
BHH
- beharing/vacht – conditie en glans, gladheid, aansluiting, dichtheid.
- huid – 11 punten (ook een orgaansysteem) *geur, kleur, tempreatuur
periferie, turgor,
laesies, bloedingen en oedemen.
- hoornige structuren – grootte, vorm, aard van oppervlak en kleur.
Slijmvliezen
- kleur; roze, rood, bleek, blauw, bruin, geel.
- vochtigheid
- bloedingen en laesies
, Lijn 2
- capillairy refill time
Van schoon naar vies en beide kanten beoordelen.
Lymfeknopen
- ligging per diersoort kennen, vorm, grootte, consistentie, pijnlijkheid,
verplaatsbaarheid.
Let op je eigen veiligheid!
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------
Hoorcollege 5: Varken
Ziektegeschiedenis (Signalement en Anamnese)
Algemene Indruk
Algemeen Onderzoek
Onderzoek Orgaansystemen
Aanvullend Onderzoek
Conclusie
Bij het bedrijf zijn dit net andere rijtjes:
normaal bedrijf
- ziektegeschiedenis - bedrijfshistorie
- algemene indruk - bedrijfsinspectie
koppelinspectie
ind. Dier
- algemeen onderzoek - algemeen onderzoek
- onderzoek orgaansystemen - onderzoek orgaansystemen
- aanvullend onderzoek - aanvullend onderzoek
kengetallen
morbiliteit = aantal zieke dieren
letaliteit = hoeveel van de zieke dieren gaan dood
mortaliteit = aantal dode dieren
specificiteit = niet-zieke dieren
prevalentie = deel van de dieren dat nu ziek is
incidentie = hoeveel dieren er ziek worden over tijd
Signalement
individueel – diersoort, ras, geslacht, leeftijd, kleur en aftekening en
bijzondere kenmerken.
in groepen gehouden – diersoort, ras, leeftijdsgroep, geslacht, kleur en
aftekening en
bijzondere kenmerken.
De bijzondere kenmerken zijn dan bedrijfskenmerken: type bedrijf, grootte
groep, samenstelling, kengetallen, status, doel bedrijf en de
bedrijfsvoering.
Anamnese
Er moet informatie worden verkregen van het verleden en de vragen
Hoorcollege 1 – Veterinaire vaardigheden
Klinisch is wat zichtbaar is, dus klinisch onderzoek is: slijmvliezen, pols,
ademhaling ect.
Differentiaal diagnose = alle mogelijke oorzaken, dus gerichte vragen
stellen en diagnostiek, dit erna bevestigen door microscopisch onderzoek.
Vroegdiagnostiek aangifteplichtige ziekten
- hoofdkenmerken van de ziekte kennen
- in elk blok zit diagnostiek (komt terug in de stationstoets)
!! vroeg intekenen om te oefenen !!
- klinisch onderzoek; afwijkend verschil van normaal en ziek, waardoor
komt het
- spoedeisende situatie
- aanvullende en klinische diagnostiek
- betrouwbaarheid van de waarnemingen en uitslagen
Practica
Ruilen van practica mag, maar neem een geprinte bevestiging mee!
Goed voorbereiden door theorie en filmpjes op bb!
Korte nagels!!
19 juni 2015 schriftelijk multiple choice
januari 2016 stationstoets
bb ingangstoets om vraagstelling te oefenen, wel makkelijkere vragen
Stationstoets
- vaardigheden beoordelen
- 5 minuten per station, 14 stations met steeds een ander senario en
docent
- compensatie mogelijk – 10 stations halen
- stof uit lijn en blok onderwijs + persoonlijke ontwikkeling (slecht nieuws
gesprek)
- !! geef uitleg bij wat je doet !!
- voorbereiden op filmpjes
- per handeling worden er punten gegeven
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------
Hoorcollege 3 - Ziektegeschiedenis, algemene indruk en fixatie, paard en
gezelschapsdieren
Ziektegeschiedenis
signalement: ras, geslacht, leeftijd, kleur en aftekening, naam, chip,
bijzondere kenmerken.
anamnese: latrotrope problemen/reden van bezoek zelf proberen te zien;
algemene informatie over het functioneren van het dier
verkrijgen;
leefomstandigheden achterhalen;
,Lijn 2
voorgeschiedenis kennen, weten wat andere collega’s
hebben gedaan ect.
zo specifiek mogelijke vragen stellen en inspelen op de
eigenaar.
- de klacht: aard, duur, verloop, effect van de behandeling
(beter/slechter).
Algemene indruk: gedrag en bewustzijnsniveau
houding en gang
lichaamsbouw per soort kennen
voedings- en verzorgingstoestand
vacht (verschilt ook per ras en individu)
abnormale geluiden
opvallende klinische afwijkingen
Aanvang onderzoek: je kan een anamnese niet altijd kunnen stellen bv.
bij een spoedgeval. Dan moet je meteen handelen en goed nadenken en
reageren. Ook moet huiselijk geweld genoteerd worden.
Door verschil in gedrag en gemoedstoestand moet je goed kunnen fixeren.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------
Hoorcollege 4 – Algemeen onderzoek paard, GD en herkauwer
Spelregels
- objectief kunnen benoemen wat je ziet, waarnemingen weergeven ook
als ze normaal zijn;
- rijtjes en referentiewaardes kennen;
- veiligheid (kleding, schoenen, techniek, voorbereiding);
- diagnostiek = verzamelen van delen;
- oefenen op jezelf, andere en dieren.
Grote lijnen
- ziekteleer: *signalement (ras, geslacht, kleur ect.)
*anamnese (vraaggesprek met eigenaar, open vragen!)
- algemene indruk: gedrag, bewustzijn, fysieke gesteldheid (is er tijdnood?)
- algemeen onderzoek: geeft informatie over de toestand, altijd uitvoeren
en in rust,
referentie waardes in rust kennen. Doel: mate van verstoring,
acuut/subacuut/chronishc
en locatie van het probleem.
1. Ademhaling varken anders: 1. ademhaling
2. Pols 2. Beharing en huid
3. Temperatuur 3. temperatuur
4. Slijmvliezen 4. pols
5. Lymfeknopen 5. slijmvliezen
6. Beharing, huid ect. 6. lymfeknopen
,Lijn 2
Ademhaling
- diepte: inschatting van ademvolume;
- type: costo-abdominaal, costaal, abdominaal, pendelen;
- ritme/regelmaat
- frequentie: tel per minuut!! 30 sec dan omrekenen.
enige afstand schuin achter (LH (rechts) en paard), schuin achter of boven
(GD),
Pols
- frequentie: slagen per minuut;
- ritme: regelmaat – regelmatig, regelmatig onregematig (terugkerend
patroon) en
onregelmatig onregelmatig (patroonloos) –
pathologisch/fysiologisch;
ritme samen met ademhaling, inademen hoger, niet bij hijgen of
bek dichthouden;
- kwaliteit: equaliteit, kracht (amplitude), vulling (tussen slagen), vorm
- synchroniteit/uitval (ictus cordis en perifere pols tegelijk), uitval wel ictus
- blokkade
- symmetrie
Altijd met 3 vingers en veel oefenen
- hond/kat: A. femoralis (links en rechts achterbeen)
- paard: A. facialis (eenzijdig, mediale zijde mandibula)
- schaap/geit: A. femoralis (ictus cordia)
- rund: A. facialis (laterale zijde mandibula), A. saphens (mediale zijde
achterpoot),
A. coccygea (ventrale zijde)
- varken: niet beoordeelbaar (ictus cordis)
Temperatuur
Meten rectale temperatuur, kijken naar de staart (beneden klappen) en
sluitspier (samentrekken), feaces beoordelen die aan de meter blijft zitten.
BHH
- beharing/vacht – conditie en glans, gladheid, aansluiting, dichtheid.
- huid – 11 punten (ook een orgaansysteem) *geur, kleur, tempreatuur
periferie, turgor,
laesies, bloedingen en oedemen.
- hoornige structuren – grootte, vorm, aard van oppervlak en kleur.
Slijmvliezen
- kleur; roze, rood, bleek, blauw, bruin, geel.
- vochtigheid
- bloedingen en laesies
, Lijn 2
- capillairy refill time
Van schoon naar vies en beide kanten beoordelen.
Lymfeknopen
- ligging per diersoort kennen, vorm, grootte, consistentie, pijnlijkheid,
verplaatsbaarheid.
Let op je eigen veiligheid!
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------
Hoorcollege 5: Varken
Ziektegeschiedenis (Signalement en Anamnese)
Algemene Indruk
Algemeen Onderzoek
Onderzoek Orgaansystemen
Aanvullend Onderzoek
Conclusie
Bij het bedrijf zijn dit net andere rijtjes:
normaal bedrijf
- ziektegeschiedenis - bedrijfshistorie
- algemene indruk - bedrijfsinspectie
koppelinspectie
ind. Dier
- algemeen onderzoek - algemeen onderzoek
- onderzoek orgaansystemen - onderzoek orgaansystemen
- aanvullend onderzoek - aanvullend onderzoek
kengetallen
morbiliteit = aantal zieke dieren
letaliteit = hoeveel van de zieke dieren gaan dood
mortaliteit = aantal dode dieren
specificiteit = niet-zieke dieren
prevalentie = deel van de dieren dat nu ziek is
incidentie = hoeveel dieren er ziek worden over tijd
Signalement
individueel – diersoort, ras, geslacht, leeftijd, kleur en aftekening en
bijzondere kenmerken.
in groepen gehouden – diersoort, ras, leeftijdsgroep, geslacht, kleur en
aftekening en
bijzondere kenmerken.
De bijzondere kenmerken zijn dan bedrijfskenmerken: type bedrijf, grootte
groep, samenstelling, kengetallen, status, doel bedrijf en de
bedrijfsvoering.
Anamnese
Er moet informatie worden verkregen van het verleden en de vragen