1. Hoe is de bevoegdheid van de Nederlandse rechter geregeld in internationale zaken?
Art 112 GW. Op zoek naar die bevoegde rechter kan het zijn dat, vanwege internationale
aspecten van de zaak (bijv. de gedaagde woont in het buitenland), moet worden vastgesteld
of de Nederlandse rechter wel (internationale) rechtsmacht heeft.
Het antwoord moet in de eerste plaats worden gezocht in eventueel toepasselijke verdragen,
EU-Verordeningen of andere volkenrechtelijke verplichtingen (zie art. 1 Rv). Is er geen
verdrag of EU-Verordening toepasselijk, dan kan de bevoegdheid van de Nederlandse rechter
ook voortvloeien uit de eigen regeling in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Hoofdlijnen Brussel I bis-Verordening:
- Uitgangspunt is dat zij die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats hebben,
ongeacht hun nationaliteit, slechts kunnen worden opgeroepen voor de gerechten van
die lidstaat (art. 4 Brussel I bis-Verordening). Ambtshalve bevoegdheid toetsen. Als
gedaagde niet verschijnt, dan onbevoegd (art 27 jo 28 Bis).
- De rechter van de lidstaat waar de gedaagde woonplaats heeft, komt een algemene
bevoegdheid met betrekking tot de gedaagde toe, ongeacht de grondslag van de
vordering. Alternatieve bevoegdheidsgrondslagen:
o Overeenkomsten 7 onder 1 Bis: mede bevoegd het gerecht van de plaats, waar
de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden
uitgevoerd.
o Onrechtmatige daad 7 onder 2 Bis: mede bevoegd het gerecht van de plaats
waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen. Dit
begrip wordt ruim uitgelegd: het omvat zowel de plaats waar de schade is
ingetreden (‘Erfolgsort’) als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft
voorgedaan (‘Handlungsort’).
o Art. 7 Brussel I bis-Verordening kent daarnaast nog alternatieve
bevoegdheidsgronden voor schadevergoedingsacties in de vorm van een
nevenvordering in een strafzaak (onder 3), geschillen betreffende de revindicatie
van een cultuurgoed (onder 4), geschillen betreffende de exploitatie van een
filiaal, agentschap of andere vestiging (onder 5), geschillen met betrekking tot
trusts (onder 6) alsmede de betaling van loon inzake hulp en berging (onder 7).
o In art. 8 Brussel I bis-Verordening is een aantal aanvullende
bevoegdheidsgrondslagen opgenomen die een meer procedureel karakter
hebben. Een bijzondere vorm van samenvoeging van maritieme vorderingen is
geregeld in art. 9 Brussel I bis-Verordening.
o Art. 25 Brussel I bis-Verordening een forumkeuze uitbrengen voor een specifieke
rechter. Als een partij verschijnt in de procedure zonder zich op onbevoegdheid
van de rechter te beroepen, is de aangezochte rechter eveneens bevoegd (art.
26 Brussel I bis-Verordening). Dit kan worden beschouwd als een vorm van
impliciete forumkeuze.
1
Art 112 GW. Op zoek naar die bevoegde rechter kan het zijn dat, vanwege internationale
aspecten van de zaak (bijv. de gedaagde woont in het buitenland), moet worden vastgesteld
of de Nederlandse rechter wel (internationale) rechtsmacht heeft.
Het antwoord moet in de eerste plaats worden gezocht in eventueel toepasselijke verdragen,
EU-Verordeningen of andere volkenrechtelijke verplichtingen (zie art. 1 Rv). Is er geen
verdrag of EU-Verordening toepasselijk, dan kan de bevoegdheid van de Nederlandse rechter
ook voortvloeien uit de eigen regeling in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Hoofdlijnen Brussel I bis-Verordening:
- Uitgangspunt is dat zij die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats hebben,
ongeacht hun nationaliteit, slechts kunnen worden opgeroepen voor de gerechten van
die lidstaat (art. 4 Brussel I bis-Verordening). Ambtshalve bevoegdheid toetsen. Als
gedaagde niet verschijnt, dan onbevoegd (art 27 jo 28 Bis).
- De rechter van de lidstaat waar de gedaagde woonplaats heeft, komt een algemene
bevoegdheid met betrekking tot de gedaagde toe, ongeacht de grondslag van de
vordering. Alternatieve bevoegdheidsgrondslagen:
o Overeenkomsten 7 onder 1 Bis: mede bevoegd het gerecht van de plaats, waar
de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden
uitgevoerd.
o Onrechtmatige daad 7 onder 2 Bis: mede bevoegd het gerecht van de plaats
waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen. Dit
begrip wordt ruim uitgelegd: het omvat zowel de plaats waar de schade is
ingetreden (‘Erfolgsort’) als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft
voorgedaan (‘Handlungsort’).
o Art. 7 Brussel I bis-Verordening kent daarnaast nog alternatieve
bevoegdheidsgronden voor schadevergoedingsacties in de vorm van een
nevenvordering in een strafzaak (onder 3), geschillen betreffende de revindicatie
van een cultuurgoed (onder 4), geschillen betreffende de exploitatie van een
filiaal, agentschap of andere vestiging (onder 5), geschillen met betrekking tot
trusts (onder 6) alsmede de betaling van loon inzake hulp en berging (onder 7).
o In art. 8 Brussel I bis-Verordening is een aantal aanvullende
bevoegdheidsgrondslagen opgenomen die een meer procedureel karakter
hebben. Een bijzondere vorm van samenvoeging van maritieme vorderingen is
geregeld in art. 9 Brussel I bis-Verordening.
o Art. 25 Brussel I bis-Verordening een forumkeuze uitbrengen voor een specifieke
rechter. Als een partij verschijnt in de procedure zonder zich op onbevoegdheid
van de rechter te beroepen, is de aangezochte rechter eveneens bevoegd (art.
26 Brussel I bis-Verordening). Dit kan worden beschouwd als een vorm van
impliciete forumkeuze.
1