Social Utility and Decision Making in Interpersonal Contexts
G. F. Loewenstein, L. Thompson & M. H. Bazerman, pagina 426 t/m 439
Mensen geven om de uitkomsten van anderen. Ze kijken niet alleen naar de resultaten voor
zichzelf, maar ook die voor hun tegenstanders. Equity-theoretici zeggen dat mensen proberen
proportionaliteit te behouden tussen input en uitkomsten voor zichzelf en in vergelijking met
anderen. Bij het onderzoeken van de onderliggende primaire motieven van individuen heeft
Scott in 1972 drie motieven ontwikkeld onderliggend aan de zorg voor anderen:
- avarice (gierigheid/hebzucht)
- altruism
- egalitarianism
MacCrimmon zei dat er 6 motieven onderscheiden konden worden:
- self-interest (zo kiezen dat eigen resultaten vergroot worden)
- self-sacrifice (zo kiezen dat eigen resultaten verlaagd worden)
- altruism (zo kiezen dat de resultaten voor de ander vergroot worden)
- aggression (zo kiezen dat de resultaten voor de ander verlaagd worden)
- cooperation (zo kiezen dat zowel de eigen resultaten als die voor de ander vergroot worden)
- competition (zo kiezen dat het verschil tussen de resultaten vergroot wordt)
Lurie heeft in 1987 een onverschilligheidscurve (indifference) ontwikkeld gebaseerd op het
idee dat mensen zich zorgen maken om zowel het verschil als de ratio tussen hun eigen
resultaten en die van anderen. Dit is een theorie-vrij gereedschap dat vrije uitdrukking van
voorkeuren mogelijk maakt. Het heeft wel twee beperkingen:
1. Het is moeilijk specifieke gedragsvoorspellingen te maken, vooral in situaties waarvoor de
curve niet ontworpen is.
2. Het is moeilijk om curves te vergelijken met utiliteitsmodellen die gericht zijn op
besluitvorming onder onzekerheid.
Om deze problemen te vermijden is er een alternatieve benadering: social utility functions.
Deze specificeren een niveau van tevredenheid als functie van een resultaat voor jezelf en een
ander. Ze zijn meer beperkt doordat ze een specifieke functionele vorm van voorkeuren
opleggen, maar de vergelijking met andere besluitmodellen is makkelijker. Dit artikel breidt
het onderzoek naar de social utility functions uit:
- de auteurs ontwierpen een aparte utiliteitsfunctie voor ieder subject. Zo kan de consistentie
van voorkeuren onder verschillende besluitvormers onderzocht worden.
- ze onderzoeken sociale en contextuele factoren die besluitvorming kunnen beïnvloeden in
interpersoonlijke contexten. De impact hiervan op sociale utiliteitsfuncties is nog onduidelijk.
Twee belangrijke factoren zijn de aard van de relatie tussen het individu en de ander en de
aard van het dispuut (dispuuttype), bijvoorbeeld zakelijk vs. persoonlijk. Het gaat hierbij om
de zaak die besproken wordt. Lewicki stelde daarnaast dat de normen van een situatie de
besluitvorming beïnvloeden.
- ze vergelijken de goodness of fit van verschillende functionele vormen met verschillende
sociale motieven. De functionele vorm van deze auteurs kan direct vergeleken worden met de