Bij de kostenplaatsmethode worden de indirecte kosten verdeeld over de
hoofdkostenplaatsen.
ABC-methode is een kostencalculatie op basis van activiteiten. Activiteiten zorgen namelijk
voor kostenplaatsen en soorten. Het gaat hierbij om alle activiteiten die voor kosten zorgen.
Alles is indirect.
Cost Driver is de kostenveroorzakers, op basis daarvan ontstaat er een tarief. Het is een
causaal verband tussen indirecte en directe kosten.
ABC is toepasbaar als:
- veel indirecte kosten zijn
- grote diversiteit heerst
- veel concurrentie is
- ondersteunende diensten aanwezig zijn
Bij de opslagmethode worden de indirecte kosten gerelateerd aan de directe kosten. Het
wordt gebruikt om indirecte kosten te kunnen toerekenen aan kostendragers.
Een begroting zijn plannen voor bijvoorbeeld het aankomend jaar. Een organisatie wilt
namelijk bepaalde doelstellingen halen, ook op gebied van kosten en opbrengsten.
Begrotingen zijn planningen over geld.
Een budget is een vastgestelde begroting.
Budgethouder is verantwoordelijk voor het budget.
Bezettingsresultaat= W-N x C/N
NEN 2748 werd NEN-EN 15221 (eu) en daarna ISO 41000.
Deze zijn belangrijk zodat iedereen dezelfde definities heeft binnen de facilitaire
werkomgeving. Zo kan er beter worden gebenchmarkt, alle normen zijn namelijk hetzelfde.
Overeenkomsten kunnen makkelijker worden gesloten. De relatie met boekhouding is dat de
NEN norm gaat over waar de kosten plaatsvinden. Ook waar de activiteiten plaatsvinden.
Benchmarken zorgt voor het delen van kennis en eventuele kosten te verlagen.
NFC-idex gaat over facilitaire voorzieningen. Het gaat niet meer per werkplek maar per m2.
BTW is eindheffing, de eindafnemer betaald. Partijen die waarde toevoegen moeten de BTW
betalen en ook terugvorderen. Als ze geen BTW heffen kan er ook niet worden
teruggevorderd (BTW gat).
Responsible accounting gaat over de verschillen bekijken tussen de gebudgetteerde kosten
en werkelijke kosten per afdeling. Zo kunnen de medewerkers worden beoordeeld hoeveel
ze verbruiken en kosten.
Revenue center is verantwoordelijk voor opbrengsten.
Profit manager is verantwoordelijk voor opbrengsten en kosten.
hoofdkostenplaatsen.
ABC-methode is een kostencalculatie op basis van activiteiten. Activiteiten zorgen namelijk
voor kostenplaatsen en soorten. Het gaat hierbij om alle activiteiten die voor kosten zorgen.
Alles is indirect.
Cost Driver is de kostenveroorzakers, op basis daarvan ontstaat er een tarief. Het is een
causaal verband tussen indirecte en directe kosten.
ABC is toepasbaar als:
- veel indirecte kosten zijn
- grote diversiteit heerst
- veel concurrentie is
- ondersteunende diensten aanwezig zijn
Bij de opslagmethode worden de indirecte kosten gerelateerd aan de directe kosten. Het
wordt gebruikt om indirecte kosten te kunnen toerekenen aan kostendragers.
Een begroting zijn plannen voor bijvoorbeeld het aankomend jaar. Een organisatie wilt
namelijk bepaalde doelstellingen halen, ook op gebied van kosten en opbrengsten.
Begrotingen zijn planningen over geld.
Een budget is een vastgestelde begroting.
Budgethouder is verantwoordelijk voor het budget.
Bezettingsresultaat= W-N x C/N
NEN 2748 werd NEN-EN 15221 (eu) en daarna ISO 41000.
Deze zijn belangrijk zodat iedereen dezelfde definities heeft binnen de facilitaire
werkomgeving. Zo kan er beter worden gebenchmarkt, alle normen zijn namelijk hetzelfde.
Overeenkomsten kunnen makkelijker worden gesloten. De relatie met boekhouding is dat de
NEN norm gaat over waar de kosten plaatsvinden. Ook waar de activiteiten plaatsvinden.
Benchmarken zorgt voor het delen van kennis en eventuele kosten te verlagen.
NFC-idex gaat over facilitaire voorzieningen. Het gaat niet meer per werkplek maar per m2.
BTW is eindheffing, de eindafnemer betaald. Partijen die waarde toevoegen moeten de BTW
betalen en ook terugvorderen. Als ze geen BTW heffen kan er ook niet worden
teruggevorderd (BTW gat).
Responsible accounting gaat over de verschillen bekijken tussen de gebudgetteerde kosten
en werkelijke kosten per afdeling. Zo kunnen de medewerkers worden beoordeeld hoeveel
ze verbruiken en kosten.
Revenue center is verantwoordelijk voor opbrengsten.
Profit manager is verantwoordelijk voor opbrengsten en kosten.