Inhoudsopgave
Anatomie Fysiologie en Pathologie ............................................................................................. 2
coAFP1 Tractus genitalis anatomie en fysiologie ......................................................................... 2
coAFP2 Pancreas en diabetes ......................................................................................................... 5
coAFP3 Hersenen II en endocrinologie .......................................................................................... 8
coAFP4 Zenuwfysiologie ................................................................................................................ 12
coAFP5 Pathologie van het zenuwstelsel .................................................................................... 14
Aangeboren afwijkingen ................................................................................................................................................. 14
Verkregen afwijkingen .................................................................................................................................................... 14
Degeneratieve aandoeningen ......................................................................................................................................... 18
Radiologie ..................................................................................................................................... 19
coRD1 ............................................................................................................................................... 19
coRD2 ............................................................................................................................................... 19
Radiotherapie................................................................................................................................ 21
coRT1 Intensity modulated Radiation therapy ............................................................................. 21
coRT2 IMRT-vervolg ....................................................................................................................... 23
coRT3 IGRT ...................................................................................................................................... 25
Computertomografie .................................................................................................................... 28
coCT 1 Module abdomen & cranium ............................................................................................. 28
coCT2 CT/RD cranium .................................................................................................................... 32
Nucleaire Geneeskunde............................................................................................................... 36
coNG1 Neurologie ........................................................................................................................... 36
coNG2 Casuïstiek ............................................................................................................................ 41
coNG3 Infectie en ontstekingen/ bloedcellabeling ...................................................................... 45
coNG4 Oncologie ............................................................................................................................ 48
coNG5 De prostaat .......................................................................................................................... 50
Echografie ..................................................................................................................................... 52
coEC1 Echografie van de pancreas, portal venen en milt .......................................................... 52
Magnetic Resonance Imaging ..................................................................................................... 61
coMRI1 DWI Diffusion Weighted Imaging ..................................................................................... 61
coMRI2 Beeldherkenning centraal zenuwstelsel ......................................................................... 63
MRI Hersenen ................................................................................................................................................................ 63
Ruggenmerg ................................................................................................................................................................... 66
Artificial Intelligence .................................................................................................................... 67
coAI1 Waar praktijk en statistiek samenkomen ........................................................................... 67
1
,Anatomie Fysiologie en Pathologie
coAFP1 Tractus genitalis anatomie en fysiologie
Tractus genitalis
Mannelijke genitalia
• Produceren geslachtscellen
• Transporteren geslachtscellen t.b.v. bevruchting
Vrouwelijke genitalia
• Produceren geslachtscellen
• Transporteren geslachtscellen t.b.v. bevruchting
• Toegang voor penis
• Ontwikkeling foetus
• Partus
• Lactatie
Inwendige vrouwelijke genitalia (uterus en adnexa)
Uterus = baarmoeder
Adnexa = waar eraan hangt
Waar vindt de bevruchting meestal plaats?
Over het algemeen in de apulla, waar het wat breder
is
Corpus bevindt zicht in het midden (in dit geval niet
afgebeeld), daarna krijg je de isthmus (de
vernauwing). De fimbriae maken onderdeel uit het
infumdibulum.
Oögenese
Als we kijken naar de ovaria dan zien we dat
daar verschillende processen plaatsvinden,
afhankelijk of daar een bevruchting plaatsvindt
gebeurt er wat in de uterus en in de rest van het
hormonale stelsel.
Zo’n oöcyt vindt via verschillende stadia
plaatst. De ovulatie is het vrijkomen van een
eicel. Uiteindelijk ontwikkelt een geel lichaam,
deze heeft ook een belangrijke functie.
Menstruatiecyclus
Oestrogeen wordt aangemaakt door de ovaria, de ovaria zorgen ervoor dat het oestrogeen via
de hypothalamus e de hypofyse dat er een bepaalde stimulatie plaatsvindt. Er is ook een
negatieve terugkoppeling.
• Hormonaal verloop onder invloed van: hypothalamus- hypofyse- ovarium as
• Eicelrijping → vruchtbaarheid
• Maandelijkse (mensis) ‘endometriumcyclus’
- Menstruatiefase
- Proliferatiefase
- secretiefase
2
,Oestrogeen
• Primaire en secundaire geslachtelementen
• Stimulatie been- en spierontwikkeling
Fasen van de ovariële cyclus
• FSH & LH → ontwikkeling follikel & follikelcellen geven oestrogeen af → opbouw
baarmoederslijmvlies
• Ronde de 14e dag: piek oestrogeen → piek LH, dit zorgt voor een ovalutie. Hierna
blijft het gele lichaam over.
• Geel lichaam produceert progesteron → groei van het baarmoederslijmvlies neemt toe,
zodat deze zich voorbereid op de zwangerschap
1. Geen bevruchting: geel lichaam degenereert → progesteron daalt → menstruatie =
verlies van het opgebouwde baarmoederslijmvlies
2. Wel bevruchting: geel lichaam blijft voorlopig → progesteron blijft →
baarmoederslijmvlies blijft zich door ontwikkelen voor het opvangen en voeden van
het embryo
Uterus, endometrium
Pelvis femina
3
, Vulva
Man & vrouw overeenkomsten
• Glans clitoris/penis
• Corpora cavernosa
• Bulbi vestibuli (v)
Corpus spongosium (m)
• Vestibulaire klieren (v)
Bulbourethraleklieren (m)
• Verschil: urethra geen onderdeel van tractus
urogenitalis (v)
Spermatogenese
• Vanaf de puberteit: de vorming van ‘primaire spermatocyten’ uit spermatogonium
• Meiosis I: de vorming van secundaire spermatocyten (diploïd) uit primaire
spermatocyten
• Meiosis II: de vorming van spermatiden (haploïd) uit secundaire spermatocyten
• Spermiogenese
Sperminatie: het vrijkomen van de spermatoze
Epidymis (bijbal)
• De onrijpe zaadcellen afkomstig uit de testis kunnen amper bewegen
• Wanner de zaadcellen de 6 meter lange weg in de epidymis hebben afgelegd kunnen
ze dit wel
Ductus deferens
• Intern als extern +/- 45 cm eindigt in een ampulla gespierd
Vesicula seminalis
• Posterior t.o.v. de blaas
• Produceert vloeistoffen die nodig zijn voor de beweeglijkheid en de mate van
vruchtbaarheid
• 60% van volume ejaculaat
4