praktijk. Mandy van der Velde, Lisette
Munneke, Paul Jansen en Josje Dikkers.
1e druk 2020.
9. Methoden van dataverzameling en analyse: interview en observatie……1
9.1 Data verzamelen via het opstellen en afnemen van interviews…1
7. Een beroepsproduct en onderzoeken………………………………………………………4
7.3. Onderzoeken doe je ook volgens een methode…………………………4
2. Wat is een onderzoekende houding?................................................5
2.1 Opmerkzaam zijn………………………………………………………………………….5
2.2 Nieuwsgierig willen zijn…………………………………………………………………5
2.3 Bedachtzaam willen zijn……………………………………………………………….5
2.4 Kritisch willen zijn………………………………………………………………………..5
2.5 Onzekerheid………………………………………………………………………………….6
2.6 Rol van onderzoekende houding bij het komen tot
beroepsproducten…………………………………………………………………………………………6
5. Kritisch lezen van bronnen………………………………………………………………………6
5.1 Bronnen zoeken……………………………………………………………………………6
5.2 Bronnen selecteren – kritische houding gewenst……………………….7
5.3 Spelregels voor refereren…………………………………………………………….7
11. Rapporteren en aanbevelingen doen…………………………………………………….8
11.9 Bronnen- of literatuurlijst en bijlagen……………………………………….8
11.10 Alternatieve structuur: Kijk-Want-Dus……………………………………8
11.11 Schrijfstijl en lay-out……………………………………………………………….8
9. Methoden van dataverzameling en
analyse: interview en observatie
9.1 Data verzamelen via het opstellen en afnemen van interviews
Kvale (1996) heeft enkele criteria opgesteld waaraan een goed interview
moet voldoen.
In een goed interview:
- worden er veel spontane, rijke, specifieke en relevante antwoorden
gegeven
- stelt de interviewer korte vragen en geeft de geïnterviewde lange
antwoorden
- vraagt de interviewer voldoende door, zodat de diepere betekenis van
relevante antwoorden wordt achterhaald
- vindt interpretatie al tijdens het hele interview plaats
- is er weinig toelichting nodig
1
, Om tot een goed interview te komen moet je een goede interviewgids
opstellen waarin je verschillende typen vragen combineert en waarin de
vragen helder, eenduidig, neutraal, concreet en simpel van aard zijn.
De onderzoeksvraag is het uitganspunt voor het opstellen van
interviewvragen. Ook is het voor een goed onderzoek sterk aan te raden
om enkele verkennende gesprekken te houden met de opdrachtgever en
andere sleutelfiguren in de organisatie.
___________________________________________________________
8 typen vragen voor het afnemen van een interview
1. Introducerende vragen: kunt u mij iets vertellen over…? Kunt u zich
nog herinneren wanneer…?
2. Follow-up vragen: ook wel doorvragen genoemd: ingaan op dat wat
gezegd is. Dit kan op een verbale maar ook op een non-verbale
manier, door bijvoorbeeld te knikken, ‘mm’ te zeggen en opvallende
woorden kort te herhalen.
3. Onderzoekende vragen: kunt u daar een voorbeeld van geven? Kunt
u in meer detail beschrijven wat er toen gebeurde?
4. Specificerende vragen: wat dacht u op dat moment? En wat deed u
toen u dit overkwam?
5. Directe vragen: hebt u weleens een bonus ontvangen? Gaat uw
persoonlijke voorkeur uit naar optie A of naar optie B?
6. Indirecte vragen: hoe denkt u dat uw collega’s tegen optie A en
optie B aankijken?
7. Structurerende vragen: deze gebruik je op momenten waarop je
aangeeft dat je op een ander thema of een andere vraag over wil
gaan: ik zou nu graag een ander onderwerp willen aansnijden.
8. Interpreterende vragen: dit is in sommige gevallen het samenvatten
van het voorgaande, maar het kan wat ver gaan als je je
interpretatie van dat wat gezegd is, meegeeft: als ik het goed
begrijp bedoelt u dat…? Klopt het dat u…? Mag ik dit gelijkstellen
aan…?
___________________________________________________________
Als je de interviewgids hebt opgesteld, kun je de interviews gaan
afnemen.
2