Onderzoeksvraag
Hoe komt in de boeken van Tessa de Loo haar feministische kijkwijze naar voren?
Wie is de auteur?
Tessa de Loo werd op 15 oktober 1946 geboren in Bussum. Tessa de Loo is een pseudoniem
voor Johanna Martina (Tineke) Duyvené de Wit. Ze studeerde Nederlandse taal- en
letterkunde aan de universiteit Utrecht en ging daarna als lerares Nederlands werken. In
1983 schreef ze haar eerste boek ‘De meisjes van de suikerwerkfabriek’. Ze woont inmiddels
in Portugal waar ze zich volledig op het schrijven richt.
Hoofdstuk 1
Kenau
Het boek Kenau gaat heeft als hoofdpersoon Kenau Simonsdochter Hasselaer. Wanneer haar
stad Haarlem wordt aangevallen biedt Kenau haar scheepswerf aan om vluchtelingen en
soldaten te huisvesten. Naarmate de honger de gemoederen steeds verder verslechtert
wil Kenau zelf meevechten. Dit mag echter niet van het bestuur van de stad simpelweg
omdat ze een vrouw is. Kenau laat het hier echter niet bij zitten en leidt een groot aantal
vrouwen die de tweede stadspoort verdedigen tegen de Spanjaarden. Hierna krijgen de
vrouwen meer respect en Kenau gaat zelfs als boodschapper door de polder naar de vloot,
een erg gevaarlijke route die zelfs de meeste mannen van de stad niet aandurven. In dit
boek komt dus duidelijk het gevecht van de vrouw naar voren op weg naar emancipatie en
gelijke behandeling. Het volgende citaat uit het boek laat ook goed zien hoe Kenau naar
emancipatie streefde: "Alleen haar moeder bleef stoïcijns. Daar stond ze tussen de mannen
en leegde de ene pul na de andere zonder te verblikken of verblozen. Sinds ze weduwe was
geworden moest ze vader en moeder tegelijk zijn, kostwinner, baas van de werf en
handelaar. Er bestonden geen vrouwen die broeken droegen, anders zou ze er zeker een
aanhebben. En ze zou een hoed dragen in plaats van het witte kapje." Het is hier duidelijk dat
Kenau zelfstandig is en door de mannen van de scheepswerf wordt geaccepteerd als hun
leider, een positie die in die tijd normaal gesproken zou worden vervuld door een man.
Een bed in de hemel
De hoofdpersoon van ‘Een bed in de hemel’ is Kata Rózsavölgyi, je beleeft het verhaal door
haar ogen. In het begin van het boek is ze nog een studente maar ze is al erg onafhankelijk
en heeft geen man nodig om haar te helpen. Ook is haar vader niet erg aanwezig in haar
leven en keert ze zich dus tot haar moeder als sterk vrouwelijk rolmodel. Wanneer ze Stefan
ontmoet laat ze zich niet zomaar door hem verleiden, terwijl hem dat wel lukte bij haar twee
vriendinnen. Wanneer ze later ontdekken dat ze halfbroer en zus zijn, zijn ze allebei
enigszins geschokt. Ze hebben echter nog wel gevoelens voor elkaar, Stefan wil toch een
relatie, maar Kata zorgt ervoor dat hij haar niet meer op een romantische manier benadert.
Later geven ze toch toe aan hun gevoelens, maar Kata maakt het wel duidelijk dat het maar
één nacht is en daarna nooit meer. In ‘Een bed in de hemel’ komt de feministische kijkwijze
van Tessa de Loo dus naar voren in de vorm van het sterke, zelfstandige vrouwelijke
hoofdpersonage Kata.