1
,Student:
Studentnummer:
Stage:
Praktijkleerplaats:
Afdeling:
Docentbegeleider:
Werkbegeleiders:
Opleiding:
Osiriscode:
Inleverdatum:
2
,Inhoudsopgave
Inleiding............................................................................................................................................4
Casuïstiek..........................................................................................................................................5
Stap 1: Oriënteren op de situatie.......................................................................................................6
Situation.............................................................................................................................................6
Background........................................................................................................................................6
Assessment........................................................................................................................................6
Pediatric Early Warning Scores (PEWS)..........................................................................................8
Interpretatie van huidige parametrie............................................................................................8
Urgentie.........................................................................................................................................8
Werkdiagnosen..............................................................................................................................9
Differentiaaldiagnose.....................................................................................................................9
Recommandatie.................................................................................................................................9
Stap 2. Klinische problematiek........................................................................................................10
Betrokken zorgthema’s....................................................................................................................10
Prioritering...................................................................................................................................10
Stap 3. Aanvullend onderzoek.........................................................................................................15
Aanvullende anamnese vragen....................................................................................................15
Lichamelijk onderzoek.................................................................................................................15
Laboratoriumonderzoek..............................................................................................................16
Uitslagen aanvullend onderzoek..................................................................................................17
Stap 4. Klinisch beleid......................................................................................................................18
Persoonsgerichte en professionele communicatie...........................................................................21
Gezinsgerichte zorg......................................................................................................................21
Oudergesprek..............................................................................................................................21
Stap 5. Klinisch verloop...................................................................................................................24
Gewenst verloop..............................................................................................................................24
Ongewenst verloop..........................................................................................................................24
Stap 6. Nabeschouwing...................................................................................................................25
Patiëntveiligheid..............................................................................................................................25
Kwaliteit van de beroepsuitoefening................................................................................................26
Ethische dilemma’s..........................................................................................................................26
Literatuurlijst...................................................................................................................................27
Bijlage 1. Pediatric Early Warning Score (PEWS)..............................................................................29
Bijlage 2. Leuven neonatale pijnschaal............................................................................................30
Bijlage 3. Referentiewaarde parameters pasgeborenen..................................................................31
3
, Inleiding
De module ‘Beargumenteren van zorg’ staat in het teken van het verantwoorden van het klinisch
redeneren en de verantwoording voor het eigen handelen als verpleegkundige. In deze module
komen de canMEDS rollen zorgverlener, communicator en reflectieve EBP-professional van het
landelijk beroepsprofiel Bachelor of Nursing naar voren.
Als zorgverlener is de leerling in opleiding tot hbo-verpleegkundige (leerling) gericht op het
versterken van het zelfmanagement van de patiënt in zijn sociale context. Hierbij staat gezamenlijke
besluitvorming met de patiënt en zijn naaste omgeving centraal. De zorgverlener stelt de behoefte
aan verpleegkundige zorg vast door middel van het klinisch redeneren. Klinisch redeneren is een
continu proces waarin het kritisch nadenken-meedenken over de situatie van de patiënt, de klinische
problematiek en de beslissingen die genomen moeten worden centraal staat. Klinisch redeneren is
niet alleen een taak van verpleegkundigen. Ook de arts is hier gedurende het zorgproces mee bezig.
Echter ligt bij hen meer de focus op het stellen van de diagnose. De verpleegkundige sluit daaropaan
door zich te richten op de zorgvraag en zorgbehoefte van de patiënt. Een goede samenwerking is van
belang (Bakker & Ham, 2014). In het eindverslag is bij het klinisch redeneren gebruik gemaakt van de
‘Zes-stappen methodiek’ van Marc Bakker. Er is voor deze methodiek gekozen om het klinisch
redeneren op een gestructureerde manier te laten verlopen is. Beginnende verpleegkundigen leren
zo op een eenduidige manier klinisch redeneren in de praktijk. De essentie van iedere stap zal aan
het begin van de hoofstukken nader worden toegelicht.
De tweede rol die naar voren komt in deze module is de rol van communicator. De taak van de
verpleegkundige hierin is het op persoonsgerichte en professionele wijze communiceren met de
zorgvrager en het sociale netwerk rondom de patiënt. Dit doet de verpleegkundige door goed in te
schatten wat de behoefte is van informatie en rekening te houden met persoonlijke factoren die mee
spelen. Door met deze factoren rekening te houden kan de verpleegkundige communiceren om maat
met de patiënt en het netwerk communiceren. Daarbij is zij zich bewust van haar houding en toont
zij respect voor het individu.
De derde rol die aan bod komt is de reflectieve EBP-professional. De verpleegkundige handelt vanuit
een continu onderzoekende houdingen en reflecteert op haar verpleegkundig handelen door gebruik
te maken van evidence based practice (EBP). Daarnaast is zij continu gericht op verbetering van zorg
en deelt zij haar opgedane kennis met mede collega’s. Hoe er is gewerkt aan deze canMEDS rollen is
terug te zien in de uitwerking van het eindproduct en wordt verantwoord in de laatste methodische
reflectie van PLP3.
4