Hoorcollege 1 - Intro
1. Waarvoor gebruiken we hersenen?
Communicatie! Input → gaat naar je centrale zenuwstelsel → output
2. waaruit bestaat het centrale zenuwstelsel?
Hersenen en ruggenmerg
3. Hoe communiceren cellen?
Met elkaar
Met het lichaam
4. Noem 2 soorten hersencellen
Neuronen en gliacellen
5. Wat is een andere naam voor een neuron? Wat doen zij?
Zenuwcellen. Geven informatie door
6. Hoe wordt een gliacel genoemd?
Steuncel. Ondersteunende processen.
7. Welke onderdelen hebben alle cellen
overeenkomstig?
Celmembraan
Celkern
Mitochondrien
Ribosomen
8. Wat is een celmembraan?
Afscheiding van de binnen en buitenkant van
een cel. Hierin zitten poriën. Uitwisseling van de stoffen van binnen naar buiten.
9. Wat is een celkern?
Hierin zit genetisch materiaal zoals DNA.
10. Wat zijn ribosomen?
maken eiwitten aan. Recept hiervoor ligt in het DNA. wordt verstuurd vanuit het DNA
en komt in de ribosomen aan. Eiwit: daarvan is je haar gemaakt bijvoorbeeld.
11. Wat is de functie van mitochondriën?
Energievoorziening van een cel.
12. Welke twee kenmerken hebben hersencellen dat andere cellen niet hebben?
Zij kunnen communiceren door middel van axon en dendrieten.
13. Wat is de functie van die dendrieten?
, 1
Krijgen info van andere neuronen. Daarnaast geven ze input naar een cel.
14. Als de info de dendrieten inkomt, (input). Wat is dan de route?
Komt binnen via een dendriet (input): informatie voegt samen in het
cellichaam/soma. Hier wordt de informatie gefilterd. → deze info gaat samen (putput)
→ door de axon (throughput).
15. Wat is de functie van de axon?
Vervoeren van zenuwimpulsen
16. Hoe zien axonen eruit?
Kunnen heel lang zijn, maar ook heel kort
17. Wat gebeurt er met de informatiestroom als deze komt bij het einde van de axon?
De info gaat naar een volgende cel (denk aan pre-post synaptische ruimte).
18. Hoe noem je het einde van de axon, waar de info wordt doorgegeven?
Presynaptische terminal. Hier zit een kleine ruimte tussen.
19. Wat is dan de hele route
Dendriet (input) → soma (putput) → axon (throughput) → presynaptische terminal
(output).
20. Wat is de functie van gliacellen?
- zij ondersteunen de functie neuronen
- Beinvloeden de infoverwerking/communicatie. neuronen meer of minder actief
maken.
- maken van myeline
, 2
-
21. Welke gliacel zorgt voor het aan/afvoeren van stoffen vanaf een bloedvat?
Astrocyte (gliacel)
22. Wat doet de astrocyte op het plaatje?
Aanvoer van voedingsstoffen bijv. van het bloed naar de neuron
Afvoer van afvalstoffen naar het lichaam
23. Welke gliacellen maken myeline?
Oligogendrocyte.Een oligogendrocyte kan wel 30 axonen pakken.
24. wat is de functie van myeline?
Isoleert de axon van prikkels
en zorgt voor een snellere prikkeloverdracht - versnellen van een AP
25. Wat is een microglia?
Speelt een rol in je afweer. Immuunsysteem tegen virussen en prikkels
26. Dus: wat doen gliacellen allemaal?
- Steun
- aan/afvoer stoffen (astrocyte)
- hersenvloeistof maken
- myeline schede
- Afweer (microglia)
- ontwikkeling
27. Het centrale zenuwstelsel is goed afgesloten en daarom omgeven door bot. Hoe
communiceert het dan met de omgeving?
, 3
Door zintuigen.
28. Hoe verloopt dit proces?
Input → visuele systeem → spieren reageren
Informatie aan en afvoer
29. Hoe noem je een neuron dat info naar de hersenen voert?
afferent neuron (t.a.v. het centrale zenuwstelsel)
30. Hoe noem je het als info binnen een gebied binnen hetzelfde gebied blijft?
intrinsiek
31. Hoe neom je het als een neuron info van de hersenen afvoert?
Efferente neuron. Bijv. de hersenen → spieren.
32. Welke neuron is bijvoorbeeld afferent?
Sensorische neuron. Je voelt iets onder je huid. Dendrieten voelen bijvoorbeeld
tast/kou. die reageren. → geven signaal → soma → axon → centrale zenuwstelsel
33. Wat zijn receptoren?
Dendrieten die jeuk/pijn kunnen voelen.
De bloed-hersenbarrière
34. Waarom zijn hersencellen kwetsbaar?
Krijg je bij de geboorte, worden nooit vervangen.
35. Wat willen hersencellen wel en niet
Wel: voedingsstoffen
Niet: schadelijke stoffen
36. Hoe is de bloed-hersenbarrière
gevormd?
Aan de binnenkant van een bloedvat ligt
een laag cellen. Deze vormen de
bloed-hersenbarriere. Aan de buitenkant
liggen astrocyten. Zorgen er ook voor