gespreksvoering
Claudia Reijnen 445972
Motiverende gespreksvoering is het op gang brengen van gedragsverandering bij cliënten, via het
ontwikkelen van motivatie. Hoort bij de stap willen van de stappenreeks. Openstaan en begrijpen is
al voorafgegaan. Het is een methode om mensen voor te bereiden op verandering. Je doelgroep is
dan ook cliënten die gedragsverandering overwegen of voor wie gedragsverandering kan bijdragen
aan het behalen van doelen.
In de eerste fase van het gesprek ga je het ontwikkelen van de motivatie van de cliënt om te
veranderen. Uitlokken van taal gericht op de verandering. In de tweede fase ga je kijken naar de
betrokkenheid bij veranderingen en het ontwikkelen om zijn of haar eigen wensen en plannen te
bedenken. Uitgangspunten kunnen zijn:
Partnerschap: gelijkwaardigheid werken cliënt en hulpverlener met elkaar samen. Beiden zijn
experten en hebben elkaar nodig.
Acceptatie: accepterende houding van de hulpverlener probeert de autonomie van de cliënt
op volledige sterkte te laten functioneren.
Compassie: de hulpverlener doet alles om de belangen en het welzijn van de cliënt zo
optimaal mogelijk te dienen. Professionals vaak een voorkeur hebben wat betreft
veranderingsproces van de cliënt
Ontlokken: de hulpverlener probeert doelgericht gedachten en gevoelens van de cliënt te
onderzoeken en te begrijpen ten einde samen met de cliënt zijn intrinsieke motivatie te
ontdekken en te versterken
Veranderen geeft een conflict tussen dingen die mensen belangrijk vinden. Praten over bezwaren en
inspanning die het hen kost maar ook wat het hun oplevert de verandering en de resultaten waar zij
naar verlangen. Ambivalentie is twijfel in besluitvorming. Voor en tegens van de verandering.
Wanneer een cliënt niet gemotiveerd lijkt, is dit vaak een intern conflict. Verandertaal is het iets
willen veranderen of suggesties doen tot aanzet van de actie. Behoudtaal is het behouden van iets,
maar dan inzoomen op wat er op je pad kan komen tijdens die verandering.
Technieken: ORBSI
o Open vragen stellen: exploreren.
o Reflectief luisteren: empathie. Te benoemen wat de cliënt bedoelt te zeggen of met zijn non-
verbale gedrag tot uitdrukking brengt. Cliënt terug te geven wat hij zegt of bedoelde en laat
bovendien blijken dat de hulpverlener heeft geluisterd en de ander probeert te begrijpen
o Bevestigen: benoemen wat er goed gaat en wat er lukt.
o Samenvatten: aspecten van het resultaat als blijk dat er geluisterd is.
o Informatie en advies geven met toestemming: interactie van informeren. Vragen om
toestemming en informatie te geven.
Stijl van gidsen, sturen en volgen:
o Een sterk sturende rol van de begeleider maakt mensen passief, of zorgt ervoor dat ze zich
gaan verzetten.
o Een volgende rol van de begeleider gaat er van uit dat mensen alles zelf al kunnen, en kan
hen enigszins stuurloos maken.
, o Een gids stemt de begeleiding af op de behoeften van de patiënt maar wel binnen de kaders
van leiding nemen.