Les 1:
Adolescentie en jongvolwassenheid
Doelgroep:
- Vroege adolescentie (10-14 jaar); erbij willen horen
- Midden adolescentie (14-17) jaar; ontdekken, uitproberen en
zelfontplooiing
- Late adolescentie (18+) soms onverwacht (on)volwassen houding
- Jongvolwassenheid
- Puberteit: begint als het fysieke lichaam zich onder invloed van
hormonen begint te veranderen en ontwikkelen om zich te kunnen
voortplanten. (begin adolescentie).
Ontwikkelgebieden adolescenten/ jongvolwassenen:
1. Lichamelijke en seksuele ontwikkeling
2. Cognitieve ontwikkeling
3. Sociaal- emotionele ontwikkeling
4. Morele ontwikkeling
Veranderingen en kenmerken op sociaal- emotioneel gebied in deze
levensfase:
1. Leren omgaan met jezelf en met een ander, rekening houden met
gevoelens en omstandigheden (empathie tonen, aansluiten bij
behoeften).
2. Ontwikkeling van een eigen persoonlijkheid (identiteit): zelfbeeld
(eigenwaarde), temperament (reactie).
3. Socialisatie: ontwikkeling van gedragspatronen, waarden, normen,
vaardigheden, houding en motieven
4. Autonomie: onafhankelijk worden.
Nature en nurture beide van invloed
, Model Positieve gezondheid (Huber)
‘Gezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te
voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het
leven.’
Ongeacht wat er in je leven gebeurd, het gaat er om hoe je er op reageert en
mee om gaat. > veerkracht.
Verantwoordelijkheid steeds meer bij persoon zelf en zijn of haar omgeving,
niet bij de overheid.
We kijken hierdoor veel meer naar de mens en minder naar zijn ziekte of
beperking. > wat kan er wel? En wie kan hierbij worden ingezet.
Biopsychosociaal model (Engel, 1999)
- Bekend model om naar de mens te kijken en klachten in kaart te brengen
en om deze te duiden
- Samenspel biologische, psychologische en sociale factoren
- Invloed op het verloop en herstel van gezondheidsproblemen
- ‘medisch model’ naar ‘sociaal model’
Door te kijken naar alle drie de aspecten zorgen voor dat iemand zijn kwaliteit
van leven zo hoog mogelijk is. Door te kijken naar 1 aspect (lichamelijk) kijk je
bij een beperking alleen naar wat degene niet kan.
Les:
Ontwikkelingstheorie Erikson (1950):
Identiteit vs. Rolverwarring, 12- 20 jaar I Intimiteit vs. Isolatie (18- 30
jaar).
een verband leggen tussen het model positieve gezondheid, het biopsychosociaal
model, de levensfase adolescentie en jongvolwassenheid en de
begrippen autonomie en identiteit;
verband: beide modellen kijken naar meerdere aspecten in plaats van 1. Ze kijken dus
waar de persoon nog wel toe in staat is om zo de kwaliteit van leven te verbeteren.