Strafrecht Hoorcollege
Week 1
Materiële en formele strafrecht
Formeel strafrecht
Hoofddoelstelling
OM bepaald of en wanneer wordt vervolgd.
Vb aquasie hij heeft zich gedistantieerd van zijn uitspraak
Boete is een administratieve
Voorwaardelijke vorm van een straf (voordeel van de verdachte)
Straf moet afgestemd zijn op de daad (proportioneel)
Strafrecht
- Ultimum remedium (niet voor alles strafrecht inzetten, alleen wanneer het niet
anders kan)
- Strafdoelen
o Vergelding: leedtoevoeging
o Preventie: voorkomen dat mensen strafbare feiten plegen
Speciale preventie: gericht op de dader (wil dat de dader die het
strafbare feit heeft gepleegd dat in de toekomst niet meer doen) (straf
is afhankelijk van de omstandigheden van de verdachte)
Generale preventie: gericht op ook anderen dan de gestrafte (om de
maatschappij) (laten zien dat je straf krijgt als je deze norm
overtreedt, waardoor wij ons weerhouden om deze norm te
overtreden) (politie moet wel handhaven anders gaan we de norm
niet volgen)
Balthasar Gerards (in 1584 Willem van Oranje vermoord)
Legaliteitsbeginsel
Art 1 sr
1. Geen straf is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke
strafbepaling
2. Bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, worden de
voor de verdachte gunstige bepalingen toegepast
- Bevordert rechtszekerheid
Burgers moeten kunnen inzien welke straf strafbaar voor is gesteld en welke straf je ervoor
kan krijgen.
- Voorkomt willekeur/machtsmisbruik
Je bent gebonden aan wat de wet je geeft
Een strafbepaling bestaat vaak uit een delictsomschrijving, een kwalificatie en een
strafbedreiging
Art. 287
,Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag gestraft
met een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of een geldboete van de vijfde
categorie.
Materieel strafrecht
Bepaalt welke gedrag strafbaar is en wat voor straf je daarvoor kunt krijgen
- Bepaalt welke gedragingen onder welke omstandigheden strafbaar zijn en welke
personen daarvoor kunnen worden gestraft
- Uitbreidingen en beperkingen van strafbaarheid
o Uitbreidingen van strafbaarheid: bijv. poging (art 45 Sr)
o Beperkingen van strafbaarheid: bijv. noodweer (art 41 lid 1 Sr)
Belangrijkste bron: wetboek van strafrecht
Formeel strafrecht (wetboek van strafvordering)
- Formeel strafrecht bepaalt de regels van het strafproces
- Hoofddoelstelling: verzekeren van de juiste toepassing van het materiële strafrecht
o Bevorderen bestraffing schuldigen
o Voorkomen bestraffing onschuldigen
- Om dit doel te verwezenlijken moet het strafproces zich richten op het achterhalen
van de materiële waarheid
- Moet het mogelijk maken van de waarheid te achterhalen
o Middelen om de waarheid te achterhalen
Aanhouding verdachte
Horen verdachte
Huiszoeking
- Rechten verdachte
o Zwijgrecht (art 29 lid 1 Sr)
o Niet gefolterd (geweld uitoefenen op de verdachte) mogen worden (art 3
EVRM)
- Bewijsregels (art 342 lid 2 Sv)
Een bewijs is niet voldoende
- Belangrijkste bron: wetboek van strafvordering
Relativering hoofddoelstelling
- De waarheid kan nooit met zekerheid worden vastgesteld, waardoor het risico op
een onjuiste toepassing van het materiële strafrecht nooit uitgesloten kan worden
o Daarom moet steeds een balans worden gezocht tussen het bevorderen van
bestraffing schuldigen en het voorkomen van bestraffing onschuldigen.
o (Rechterlijke dwaling: onterecht bestraft)
, Week 2
Schuld en opzet gaan nooit samen
Opzet
Opzet: expres/opzettelijk (willens en wetens handelen)
- Doelopzet
- Voorwaardelijk opzet
Doelopzet/ opzet met bedoeling
Willens en wetens handelen
De verdachte handelt omdat hij wenst dat een bepaald gevolg intreedt. Dit wordt
vastgesteld door:
- Verklaringen van verdachte en getuigen
- Overig bewijs (bijv. telefoon aftappen)
- ‘Gezond-verstand-redenering;’ -> kijken naar gedragingen
Voorwaardelijk opzet
Voorwaardelijk opzet: opzet met mogelijkheidsbewustzijn en kansopzet. Het gevolg van de
gedraging wordt aanvaard (arrest invoer cocaïne)
Criteria:
Aanmerkelijke kans
- Objectief -> aard gedraging + omstandheden
- Algemene verklaringsregels
Wetens (bewustheid)
- Verklaringen van verdachte en getuigen
- Overig bewijs
- Normaliseren en objectiveren
o Normaliseren: wist een normaal mens van het gevolg? (Verdachte is ook een
normaal mens)
o Objectiveren: kijken naar gedragingen
Willens (aanvaarding)
- Verklaringen van verdachte en getuigen
- Overig bewijs
- Normaliseren en objectiveren
Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn
Verwant aan voorwaardelijke opzet. Alleen is er geen sprake van een aanmerkelijke kans,
maar van 100% kans dat een gevolg intreedt. Dit komt niet vaak voor, omdat gevolgen
doorgaans niet onvermijdelijk zijn.
Contra-indicatie: argumenten van de rechter die de schuld v.d. verdachte niet onderbouwen
(pleit tegen straf)
Vb: normale mensen zouden het gevolg wat zal intreden door zijn gedragingen niet
accepteren. De verdachte dus ook niet (normaliseren). Dit is nu in het voordeel van de
verdachte.
‘Ingeblikt’ opzet: opzet ligt besloten in wettelijke terminologie
Week 1
Materiële en formele strafrecht
Formeel strafrecht
Hoofddoelstelling
OM bepaald of en wanneer wordt vervolgd.
Vb aquasie hij heeft zich gedistantieerd van zijn uitspraak
Boete is een administratieve
Voorwaardelijke vorm van een straf (voordeel van de verdachte)
Straf moet afgestemd zijn op de daad (proportioneel)
Strafrecht
- Ultimum remedium (niet voor alles strafrecht inzetten, alleen wanneer het niet
anders kan)
- Strafdoelen
o Vergelding: leedtoevoeging
o Preventie: voorkomen dat mensen strafbare feiten plegen
Speciale preventie: gericht op de dader (wil dat de dader die het
strafbare feit heeft gepleegd dat in de toekomst niet meer doen) (straf
is afhankelijk van de omstandigheden van de verdachte)
Generale preventie: gericht op ook anderen dan de gestrafte (om de
maatschappij) (laten zien dat je straf krijgt als je deze norm
overtreedt, waardoor wij ons weerhouden om deze norm te
overtreden) (politie moet wel handhaven anders gaan we de norm
niet volgen)
Balthasar Gerards (in 1584 Willem van Oranje vermoord)
Legaliteitsbeginsel
Art 1 sr
1. Geen straf is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke
strafbepaling
2. Bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, worden de
voor de verdachte gunstige bepalingen toegepast
- Bevordert rechtszekerheid
Burgers moeten kunnen inzien welke straf strafbaar voor is gesteld en welke straf je ervoor
kan krijgen.
- Voorkomt willekeur/machtsmisbruik
Je bent gebonden aan wat de wet je geeft
Een strafbepaling bestaat vaak uit een delictsomschrijving, een kwalificatie en een
strafbedreiging
Art. 287
,Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag gestraft
met een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of een geldboete van de vijfde
categorie.
Materieel strafrecht
Bepaalt welke gedrag strafbaar is en wat voor straf je daarvoor kunt krijgen
- Bepaalt welke gedragingen onder welke omstandigheden strafbaar zijn en welke
personen daarvoor kunnen worden gestraft
- Uitbreidingen en beperkingen van strafbaarheid
o Uitbreidingen van strafbaarheid: bijv. poging (art 45 Sr)
o Beperkingen van strafbaarheid: bijv. noodweer (art 41 lid 1 Sr)
Belangrijkste bron: wetboek van strafrecht
Formeel strafrecht (wetboek van strafvordering)
- Formeel strafrecht bepaalt de regels van het strafproces
- Hoofddoelstelling: verzekeren van de juiste toepassing van het materiële strafrecht
o Bevorderen bestraffing schuldigen
o Voorkomen bestraffing onschuldigen
- Om dit doel te verwezenlijken moet het strafproces zich richten op het achterhalen
van de materiële waarheid
- Moet het mogelijk maken van de waarheid te achterhalen
o Middelen om de waarheid te achterhalen
Aanhouding verdachte
Horen verdachte
Huiszoeking
- Rechten verdachte
o Zwijgrecht (art 29 lid 1 Sr)
o Niet gefolterd (geweld uitoefenen op de verdachte) mogen worden (art 3
EVRM)
- Bewijsregels (art 342 lid 2 Sv)
Een bewijs is niet voldoende
- Belangrijkste bron: wetboek van strafvordering
Relativering hoofddoelstelling
- De waarheid kan nooit met zekerheid worden vastgesteld, waardoor het risico op
een onjuiste toepassing van het materiële strafrecht nooit uitgesloten kan worden
o Daarom moet steeds een balans worden gezocht tussen het bevorderen van
bestraffing schuldigen en het voorkomen van bestraffing onschuldigen.
o (Rechterlijke dwaling: onterecht bestraft)
, Week 2
Schuld en opzet gaan nooit samen
Opzet
Opzet: expres/opzettelijk (willens en wetens handelen)
- Doelopzet
- Voorwaardelijk opzet
Doelopzet/ opzet met bedoeling
Willens en wetens handelen
De verdachte handelt omdat hij wenst dat een bepaald gevolg intreedt. Dit wordt
vastgesteld door:
- Verklaringen van verdachte en getuigen
- Overig bewijs (bijv. telefoon aftappen)
- ‘Gezond-verstand-redenering;’ -> kijken naar gedragingen
Voorwaardelijk opzet
Voorwaardelijk opzet: opzet met mogelijkheidsbewustzijn en kansopzet. Het gevolg van de
gedraging wordt aanvaard (arrest invoer cocaïne)
Criteria:
Aanmerkelijke kans
- Objectief -> aard gedraging + omstandheden
- Algemene verklaringsregels
Wetens (bewustheid)
- Verklaringen van verdachte en getuigen
- Overig bewijs
- Normaliseren en objectiveren
o Normaliseren: wist een normaal mens van het gevolg? (Verdachte is ook een
normaal mens)
o Objectiveren: kijken naar gedragingen
Willens (aanvaarding)
- Verklaringen van verdachte en getuigen
- Overig bewijs
- Normaliseren en objectiveren
Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn
Verwant aan voorwaardelijke opzet. Alleen is er geen sprake van een aanmerkelijke kans,
maar van 100% kans dat een gevolg intreedt. Dit komt niet vaak voor, omdat gevolgen
doorgaans niet onvermijdelijk zijn.
Contra-indicatie: argumenten van de rechter die de schuld v.d. verdachte niet onderbouwen
(pleit tegen straf)
Vb: normale mensen zouden het gevolg wat zal intreden door zijn gedragingen niet
accepteren. De verdachte dus ook niet (normaliseren). Dit is nu in het voordeel van de
verdachte.
‘Ingeblikt’ opzet: opzet ligt besloten in wettelijke terminologie